Skip to main content

Vlam-in-de-pijp cinema: Furiosa: A Mad Max Saga

| Peter Verstraten | Column
Vlam-in-de-pijp cinema: Furiosa: A Mad Max Saga

Net als voorganger Mad Max: Fury Road (2015) balanceert Furiosa: A Mad Max Saga (2024) op de rand van het ridicule en het sublieme: de film is even idioot als grandioos. Zo vermoeiend als ik Dennis Villeneuves Dune: Part Two – die andere, grote blockbuster van dit jaar – vond, zo vlammend goed is George Millers nieuwste (popcorn)spektakel, uitermate geschikt voor op een groot doek: in Pathé, Vue of LUX.

Furiosa weet overtuigend het Mad Max-DNA te bewaken – overigens in een film waarin Mad Max zelf geen rol speelt. In Fury Road eiste het nieuw geïntroduceerde personage Furiosa een hoofdrol op naast Max. In de nieuwe film wordt haar achtergrond uitgelicht, verspreid over achttien jaar, vanaf het moment dat ze als jong meisje wordt gekidnapt door de bende van Dementus die in een verpieterd landschap vol prachtig woestijnzand op zoek is naar een ‘oord van overvloed’ (waar genoeg water en fruit is).

Oh dear, vreesde ik: krijgen we nu in het Mad Max-universum ook al een uitleggerige film over het hoe en waarom van een personage? Maar die vrees blijkt ongegrond. Ja, Furiosa wordt aan het begin ontvoerd, maar verder springt de film zonder al te veel toelichting door de jaren heen en is de titelheldin pas rond de helft oud genoeg om vanaf dan vertolkt te worden door Anya Taylor-Joy, die maar dertien regels tekst heeft.

The Cars that Ate Paris

Wat houdt het DNA van de Mad Max-saga in? Laten we teruggaan naar de Australische cinema uit het jaar 1974. Peter Weir maakt dan een niet zo heel goed ontvangen curiosum, The Cars that Ate Paris. Het is een merkwaardige film in zijn oeuvre, zeker als je het afzet tegen al die bewierookte successen die Weir later in Hollywood regisseert, zoals The Truman Show (1998), Dead Poets Society (1989) en Witness (1985), en zijn nog in geboorteland Australië gemaakte, zeer fraaie Picnic at Hanging Rock (1975).

the cars that ate paris 1974

Het uitgangspunt van The Cars that Ate Paris is dat de bewoners in het kleine plaatsje Paris in landelijk Australië expres allerlei auto-ongelukken veroorzaken om vervolgens geld te verdienen aan de blikschade. In datzelfde jaar 1974 werd in Australië nog zo’n rouwdouw-film uitgebracht, die tot cult zal worden verheven. Als er in Stone van Sandy Harbutt leden van de Grave Diggers motorclub worden gedood, sluit politieagent Stone zich bij hen aan om uit te zoeken wat er aan de hand is. Omdat de motorrijders niet van ‘pigs’ houden, breekt er trammelant uit.

Vergunningen vergeten

The Cars that Ate Paris en Stone kunnen als voorlopers gezien worden van Mad Max (1979). Miller had nauwelijks ervaring als filmmaker toen hij aan zijn speelfilmdebuut begon. Er ging het nodige mis: zo waren vergunningen voor opnamen niet geregeld, waardoor een brug als locatie voor een stunt niet was afgezet voor verkeer. In de beleving van Miller waren er zo veel vergissingen dat het lang geduurd heeft voordat hij daadwerkelijk zijn langspeelfilmdebuut kon aanzien.

Bij zijn debuut was Miller zo besluiteloos dat men van plan was om hem van de regieklus te halen. Veiligheidshalve koos hij er maar voor om dingen over te nemen uit The Cars that Ate Paris en Stone. Weirs film was de eerste Australische film die in Panavision was gedraaid; Miller deed dat ook. Hij rekruteerde acteurs uit de beide 1974 films; Hugh Keays-Byrne die ‘Toecutter’ ging spelen, had in Stone gezeten. In Stone zat bovendien een personage dat Bad Max heette.

Ozploitation

Oorspronkelijk was het titelpersonage, Max Rockatansky, een journalist, maar Miller veranderde hem in een politieagent. Net als de twee 1974 films heeft Mad Max weinig meer pretentie dan racegevaar vast te leggen op de openbare weg in een kaal landschap. Millers beste vondst is om de camera, met afgedankte lenzen gebruikt bij Sam Peckinpahs The Getaway (1972), vlak over de weg te laten scheren wat aan Mad Max een kinetische energie meegeeft. Omdat de films van Weir, Harbutt en Miller meer sensatie dan verhaal boden, werd er het etiket ‘Ozploitation’ opgeplakt, exploitatiecinema door Aussies.

Plot van de eerste Mad Max laat zich beknopt samenvatten. Tijdens een achtervolging door Max rijdt de kamikazechauffeur The Nightrider zich dood. Diens vrienden, onder aanvoering van Toecutter, zinnen op wraak. Samen met zijn collega ‘Goose’ probeert Max de bende het hoofd te bieden. Als Goose gruwelijk verbrand wordt, wil Max ontslag nemen. Hij is bang dat als hij nog langer op de weg blijft, hij niet alleen totaal verknipt zal raken (‘a terminal crazy’), maar er ook van zal genieten. Is dat het geval, zo zegt Max, dan onderscheidt enkel zijn politiebadge hem nog van de schurken. Tijdens zijn verlof rijdt de bende van Toecutter Max’ vrouw en zoontje overhoop. Volledig doorgedraaid neemt Max wraak in zijn speciale, zwarte V8 Interceptor in een wetteloos stuk niemandsland.

Mad Max Road Warrior

Gruizige cinema zonder poespas

Mad Max werd een enorm financieel succes, maar de reputatie van het ‘merk’ werd pas groots bij de uitbreng van deel 2: Mad Max: The Road Warrior (1981), ook al bracht die minder geld op. De wereld is een dorre woestenij en kampt met hevige olietekorten. In dit post-apocalyptische landschap vol aasgieren duikt een door demonen geplaagde Max weer op in de hoop dat hij zijn levenslust hervindt. Op de soundtrack fluit de wind, we horen brommende geluiden en een lieflijk melodietje uit een muziekdoosje. In het eerste deel was de strijd van Max gerechtvaardigd: hij verdiende het om wraak te nemen. Maar in deel twee is het universum zo gecorrumpeerd dat Max zijn eigen, deels zelfzuchtige, afwegingen maakt, bijgestaan door een bijtgrage hond.

Als Pappagallo, de leider van een olieraffinaderij, Max naar zijn achtergrond vraagt, krijgt hij geen antwoord maar een klap voor zijn kanis. Pappagallo reageert daarop met: wij hebben ook geleden, maar wij hebben tenminste onze waardigheid behouden, terwijl jij tot het afval behoort. Desondanks gelooft hij dat Max een rechtschapen figuur is. Ook de rare Gyro Captain heeft vertrouwen in die ondoorgrondelijke Max, net als de negenjarige grommende en boemerang-slingerende Feral Kid, met wie Max een band smeedt via het muziekdoosje. Als vijanden van Pappagallo daarna Max vreselijk toetakelen, staat deze erop dat hij het voortouw zal nemen: hij zal de truck rijden, punt uit. Pappagallo is onmiddellijk overtuigd vanwege Max’ vastberadenheid. Dit vormt het DNA van de Mad Max-reeks: het is gruizige actiecinema zonder poespas, waarin geen woord te veel wordt gezegd.

Vier jaar later is Mad Max: Beyond Thunderdome (1985) een futloos vervolg, en dat had wellicht deels te maken met de vroege dood van Byron Kennedy, de producent van de eerste twee. Miller was te zeer ontdaan en stond de regie deels af aan George Ogilvie. In dit derde deel raakt Max aan het begin zijn vehikel kwijt en moet allerlei beproevingen in een duistere gladiatorarena ondergaan. Door een enclave van kinderen wordt hij vervolgens abusievelijk aangezien voor Captain Walker. Tegen heug en meug werpt Max zich ten langen leste op als hun voorganger in hun strijd tegen het bewind van Aunty Entity (Tina Turner). In een nieuw gebouwde gemeenschap zal hij herinnerd worden als een legende. De derde Mad Max-film is wat trekkerig, omdat Max eerder een soort Indiana Jones is geworden in een spannende avonturenfilm dan de bokkige Einzelgänger uit deel twee.

Stuwend ritme

De terugkeer dertig jaar later met Mad Max: Fury Road wordt een regelrechte zegetocht, niet alleen vanwege de zes Oscars, maar omdat de reeks aanhaakt bij de directheid van het beste deel, Mad Max 2. Er wordt geen tijd verspild aan uitvoerige discussies, maar de film biedt vooral ronkende actie in een zanderige vlakte. Bor Beekman rondde zijn recensie in de Volkskrant af met: ‘De plot is eenvoudig: eerst rijden we de ene kant op, vervolgens de andere. Het verveelt geen moment.’ Niks op af te dingen.

En de nieuwe Furiosa heeft opnieuw een stuwend ritme. Soms wordt even een rustmoment ingebouwd voordat de actie compromisloos losbarst in een film die verschoond blijft van de ludieke ironie waarin allerlei blockbusters tegenwoordig zo jammerlijk grossieren. Alles is ruig: het dorre landschap; de verweerde en gebutste koppen, soms vol hechtingen en/of verf; een vervaarlijke hond met een kunstpoot. Ondertussen wordt de plot voortgedreven door de onstuitbare razernij van Furiosa, die kortgeknipt eindigt met één arm. Is er ook iets lieflijks in Furiosa: A Mad Max Saga? Nou nee, op dat schattige teddybeertje na dat Dementus aan zware kettingen om zijn middel meedraagt.

Getagd onder