Skip to main content

Een fijne, onbekommerde Gen Z film

| Peter Verstraten | Column
Een fijne, onbekommerde Gen Z film
Do Not Expect Too Much from the End of the World

In februari bepleitte ik dat de Roemeense film Do Not Expect Too Much from the End of the World van Radu Jude voor Previously Unreleased zou moeten worden geselecteerd. Die film zal inderdaad in de zomerreeks te zien zijn, ook al kan ik de selectie niet op mijn conto schrijven. Per toeval trof ik onlangs de verantwoordelijke programmeur en die zei me dat hij wel de column had gelezen, maar toen was de beslissing al genomen.

Mijn belangrijkste reden om selectie te bepleiten, was nog geeneens dat ik het persoonlijk een geweldige film vond. Maar Do Not Expect Too Much from the End of the World lijkt me prima studiemateriaal voor Nederlandse filmmakers, die doorgaans met beperkte budgetten moeten werken. Judes film oogt allerminst als een dure productie, maar hij heeft alle ruimte genomen om overduidelijk vrij te denken: draaien op 16 mm zwart-wit, scènes doorsnijden met een oude kleurenfilm, bruuske overgangen, korte scènes, dan weer heel lange takes, langsgaan op de set van de Duitse cultregisseur Uwe Boll met een gevreesde reputatie (vooral bij critici), bijna vijf minuten in stilte gedenkkruizen tonen. Het is stilistisch rommelig, maar het werkt verrassend goed.

Bovendien is de film ook nog eens inhoudelijk relevant: een filmcrew laat een man aan het woord die door een bedrijfsongeval in een rolstoel is beland, maar men verlangt steeds aanpassingen van zijn kant, waardoor je als kijker snapt dat hem, en zijn familie de moed in de schoenen zinkt. O, o, denk je, dit filmpje vormt geen rehabilitatie voor het slachtoffer, maar dit draait erop uit om zijn juridische zaak tegen het bedrijf te saboteren.

Prettige energie

Ik wilde graag terugkomen op de Roemeense film omdat er momenteel nog een vergelijkbare rommelige film draait in LUX. Ietsje minder overdonderend, maar het behoort tot het beste in het huidige aanbod, en net als Judes film kan ik die aan jonge, ambitieuze filmmakers zonder meer aanbevelen: laat je inspireren door de fijne onbekommerdheid van The Sweet East van Sean Price Williams. Het is diens regiedebuut, maar hij heeft tot nu toe vooral als director of photography gewerkt, onder meer voor de films van Alex Ross Perry, die hier als producent optreedt. Maar Williams draaide ook Good Time (2017), de schitterende film van de Safdie brothers.

Ik behoor zelf niet tot de millennials, laat staan tot Gen Z, maar The Sweet East lijkt me een geknipte film voor die generaties – vele malen verfrissender dan Guadagnino’s Challengers die ik vorige week fileerde. The Sweet East overtreedt allerlei filmregels bij de vleet: de camera beweegt, zeker in het begin, erg onrustig, shots zijn lang niet altijd scherp, omdat ze personages soms van te dichtbij filmen, de soundtrack bevat een kakofonie aan geluiden en muzikale stukken, maar dit alles geeft The Sweet East een prettige energie, nog eens bekrachtigd door de afsluitende punkrocksong ‘Show Time’ van Minimal Man uit 1984. Ik zeg op voorhand: niet iedereen gaat die energie prettig vinden, maar het lijkt me dat zij die tot Gen Z behoren, hier wel vatbaar voor moeten zijn.

The Sweet East is een variatie op Alice in Wonderland, met studente Lillian in de hoofdrol. Na afloop van een excursie is zij net naar het toilet als een café-eigenaar met een wapen wordt bedreigd omdat iemand eist dat de kelder waar kinderen zouden worden verkracht, wordt aangewezen. Bezoeker Caleb met geblondeerd haar vlucht langs Lillian heen, en stoot per ongeluk een deur open, die hen beiden door een heel lange tunnel voert. Lillian gaat met hem naar een woongroep vol met ‘artivisten’: figuren die én kunst maken én actie voeren.

Allerhande subculturen

Lillian vergezelt de groep als ze naar een park gaan voor een protest, maar het blijkt slecht voorbereid: het is een natuurgebied en er zijn geen neonazi’s in de buurt te bekennen. Evenmin had iemand laten weten dat het er stikte van de muggen. Lillian gaat ergens afgezonderd zitten plassen en als ze afdwaalt, komt ze terecht bij een bijeenkomst met extreem rechtse lui. Een universitair docent spreekt haar aan en zegt dat hij op anonimiteit staat, want anders kan hij problemen op zijn werk krijgen. Deze Lawrence gedraagt zich voldoende hoffelijk zodat ze bij hem durft te overnachten, in een aparte slaapkamer. En in het vervolg doet Lillian nog een aantal andere subculturen aan. Zo stuit ze op twee zwarte filmmakers, die haar een hoofdrol bieden in een experimentele productie zich afspelend tijdens de Victoriaanse tijd. Door al die ontmoetingen wordt The Sweet East tot een road movie door hedendaags Amerika, met een personage zonder bestemming.

The Sweet East st 4 jpg sd lowThe Sweet EastIk vond The Sweet East zo aangenaam, omdat Lillian ten eerste geen omlijnd doel heeft. Ze komt zonder vooropgezet plan steeds in een andere subcultuur terecht. Ten tweede stelt ze zich voor iedereen open, terwijl ze tegelijkertijd op onderkoelde wijze duidelijk haar grenzen aangeeft. Ze aanschouwt de vervreemdende kunst van Caleb; ze hoort complotdenker Lawrence aan; ze luistert naar het overenthousiaste geraaskal van de filmmakers, enzovoorts. Iemand noemt haar wereldvreemd, maar Lillian is vooral onbevooroordeeld. Daardoor hanteert iedereen haar als een klankbord voor hun ideeën.

Ten derde gebruikt Lillian elke keer details die ze bij de ene subcultuur heeft opgevangen voor haar introductie bij de volgende subcultuur. Als de universitair docent maar doorratelt over het werk van Edgar Allen Poe, herhaalt ze zijn info bij de filmmakers. Maar behalve dat ze een luisterend oor heeft, is ze ook flexibel en kan ze zich steeds aan situaties aanpassingen, zoals wanneer ze jihadstrijders omtrent Ahmed treft, en ze, gekleed in een Victoriaanse jurk, een verhaal over een verdwaalde hond improviseert.

Onbeschreven blad

Haar tocht door Amerika die zo plotseling begon, is ook even plotseling weer voorbij – zonder enige overgang. Er is sprake geweest van opsporingsberichten van haar verontruste familie, maar nooit wordt duidelijk of die effectief zijn geweest. Over haar motivatie komen we uiteindelijk niet meer te weten dan dat ze zegt: ‘Ik wilde mijn eigen ding doen.’ Juist dat haar motivatie zo schimmig blijft, maakt de film zo rafelig op een goede manier. Niks geen dichtgetimmerde verklaringen over allerhande muizenissen uit het verleden, maar gewoon een hoofdpersonage dat als een onbeschreven blad van alles registreert en opzuigt – op ontdekkingsreis door het wonderlijke Amerika.

Grappig genoeg vertelde regisseur Williams in een interview met Filmkrant dat hij aanvankelijk zijn hoofdpersonage niet begreep, ook al neemt zij nauwelijks initiatief en ondergaat ze alles met licht verwonderde blik. Je zou zeggen: wat valt er niet aan haar te begrijpen? Toch kon hij de film pas draaien toen hij via zijn charismatische actrice Talia Ryder (geboren in 2002) Gen Z beter doorgrondde en hij hun taal ging verstaan.

Niks gebeurd

Het deed me denken aan een Q & A tijdens het Go Short Filmfestival in Nijmegen afgelopen april. Filmmaker Edward de Jong en scenarioschrijver Jop Leuven - allebei afstudeerders van de Filmacademie - vertelden dat ze voor hun korte film Niks gebeurd paginalange levenslopen hadden geschreven van de personages, enkel bedoeld als voorwerk. De personages hadden uitvoerige verledens gekregen, terwijl de tragiek van de film is dat die verledens onaangeroerd blijven. De hoofdpersoon keert terug naar het ouderlijk huis om zijn vader te spreken over een heikele kwestie, maar stiefmoeder grijpt zijn komst aan om met de hele familie te gaan gourmetten, waardoor het grote gesprek uitblijft. Als je Niks gebeurd ziet én hoort met zijn pijnlijk-grappige conversaties, lijkt al dat voorwerk schijnbaar overbodig, maar het is wellicht dankzij die uitvoerige voorbereidingen dat de makers zo’n goede greep hadden op hun personages. De half uur durende film (te zien op ‘Uitzending gemist’) is geschikt voor iedereen die vertrouwd is met de lastige dynamiek van familiediners.

Getagd onder