De duistere haakjes van goedheid: Kinds of Kindness
Het zal vast een minderheidsstandpunt blijken, maar ik vond Kinds of Kindness, de nieuwe film van de Griek Yorgos Lanthimos, stukken interessanter dan zijn Poor Things dat eerder dit jaar met veel succes in de bioscopen draaide. Kinds of Kindness (te zien vanaf 4 juli) ging in première op het filmfestival van Cannes, kreeg een Palm voor het acteren van Jesse Plemons, maar slechts een gering aantal filmcritici was echt enthousiast over de film. De IMDb score houdt vooralsnog ook niet over, met slechts een 7,0.
Mijn belangrijkste bezwaar tegen Poor Things, en ook wel tegen voorganger The Favourite, was dat die zo weinig schuurden. De vervreemding uit het eerdere werk was zozeer gepolijst dat Poor Things zelfs behaagziek genoemd kon worden. Maar met Kinds of Kindness is Lanthimos teruggekeerd naar het bizarre en bij vlagen ook het naargeestige van zijn vroegere periode met films als Dogtooth (2009) en The Lobster (2015). Bovendien is het gebruik verdwenen van die extreme fisheye-lenses, waarmee het beeld enorm uit zijn voegen getrokken werd. En de extravagante aankleding uit Poor Things en The Favourite is eveneens flink ingetoomd.
Kinds of Kindness is een lange zit, want de film bestaat uit drie middellange vertellingen, van in totaal 165 minuten. Elk verhaal is anders, maar de belangrijkste acteurs keren in elk van die verhalen onder andere namen terug. De naam die wél een rode draad vormt, is die van een kalende man in een bescheiden bijrol, die, zoals op zijn blouse geborduurd staat, R.M.F. heet. Die naam is onderdeel van de drie subtitels: The Death of R.M.F.; R.M.F. is Flying, en R.M.F. Eats a Sandwich. Om die laatste subtitel te vatten, moet u wel nog tijdens de aftiteling blijven zitten.
Racket van McEnroe
De meningen zullen vast verdeeld zijn welk verhaal het overtuigendste is. Voor mij is dat de eerste vertelling, waarbij de beweegredenen van de personages misschien een slag ondoorgrondelijker zijn dan in de andere verhalen. Plemons speelt Robert die zijn luxe leven volledig te danken heeft aan een rijkaard die hem van opvallende memorabilia voorziet (een verbrande helm van Ayrton Senna, een kapotgeslagen racket door John McEnroe). Daartoe dient Robert wel allerlei vreemde verzoeken in te willigen: hij moet Anna Karenina lezen, hij moet iets dikker worden, hij moet op een donkerblauwe BMW botsen. Als hij een tweede verzoek tot een aanrijding weigert, neemt zijn leven – en het verhaal – een wending. Kan hij zijn voorspoed hervinden, en zo ja, hoe?
Het tweede verhaal draait om een vrouw die na een lange vermissing terugkeert naar huis. Maar haar echtgenoot twijfelt of ze het wel echt is: waarom eet ze nu wel chocola, hoe kan ze zijn favoriete nummer niet kennen? Is zij door de ervaring op het door honden geregeerde eiland veranderd, is zij een replica of lijdt hij aan achtervolgingswaan?
Bij het derde verhaal is heel lang lastig om de focus te bepalen. Emily heeft man en dochter verlaten, maar waarom? Er vinden vreemde seksspelletjes plaats met Omi en Aka, die gepaard gaan met een saunaritueel waarbij wordt bepaald of iemand besmettelijk is. Uiteindelijk kantelt het verhaal naar het moment waarop Emily wordt aangesproken door een vrouw die met haar tweelingzus aan synchroonzwemmen deed in een van Emily’s dromen. Bezit een van beide vrouwen de speciale gave waarnaar zij op zoek is? Dat kan eigenlijk niet, omdat de tweeling aan één belangrijke voorwaarde niet voldoet.
Dat Kinds of Kindness meer schuurt dan Poor Things komt mede door het geluidsontwerp. We horen vaak onheilspellende klanken en de soundtrack bestaat veelal uit onwelluidende timbres, zoals een hoog aangeslagen pianotoets of uit koorgezang, soms wat brommend. Bovendien hebben de personages een lijzige manier van praten. Verder vallen bruuske overgangen op. Lanthimos kan gerust van een totaalopname pardoes overschakelen naar een extreme close-up, van bijvoorbeeld een pleister die van een voorhoofd wordt getrokken. Die plotse overgangen hebben een desoriënterend effect, en onderstrepen het onbegrip op plotniveau: wat is de achtergrond van de relatie tussen Robert en de rijkaard? Het draagt eveneens bij aan de vervreemding dat dromen op eenzelfde niveau als de werkelijkheid figureren. Is Robert opgelucht dat iets maar een droom blijkt, overkomt het hem daarna op bijna identieke wijze in het echt. Of nog wonderlijker: omdat Emily over de synchroon zwemmende tweeling had gedroomd, werd zij door een van de twee aangesproken, alsof de droom als een openbare oproep was geweest.
Mildred Pierce en Viridiana
Als Kinds of Kindness vervreemding om de vervreemding zou bieden, zou Lanthimos’ film weinig interessant zijn, maar naar mijn idee draait het om drie visies op een idee van ‘goedheid’. Daarmee plaatst de film zich in de traditie van uiteenlopende films als Mildred Pierce (Michael Curtiz, 1945), Viridiana (Luis Buňuel, 1961) en Lazzaro felice (Alba Rohrwachter, 2018). Mildred Pierce is een moeder die zichzelf wegcijfert om haar oudste dochter een gelukkig bestaan te bieden, zeker na de dood van haar tweede kind. Het mag haar aan niets ontbreken, en als de dochter een man doodschiet die haar een ‘nee’ heeft verkocht, is Mildred zelfs bereid om schuld aan het misdrijf op zich te nemen. Haar goedheid heeft een verwend nest gecreëerd.
In Viridiana stelt een non die een groot landgoed heeft geërfd de ruimte open voor een groep bedelaars. Hun aanwezigheid leidt tot een enorme ravage. De bedelaars hebben misbruik gemaakt van haar ‘goedheid’, maar zo wilde Buňuel aankaarten, waarom zouden wij dat de bedelaars kwalijk nemen als de rijke elite haar hele leven misbruik maakt van haar bevoorrechte positie in de maatschappij? Wij neigen ertoe om het liederlijk gedrag van de bedelaars te veroordelen, maar hebben zij daartoe niet evenveel recht als de hogere klasse van wie we decadentie veel sneller accepteren omdat zij nu eenmaal sociaal aanzien hebben?
Offers brengen
Omdat ik van de drie verhalen uit Kinds of Kindness steeds alleen de uitgangspunten heb opgenoemd, is uit mijn weergave niet helemaal duidelijk dat ieder verhaal als verhandeling gezien kan worden over het idee van goedheid. Zo wil de man in het tweede verhaal, overspannen van de paranoia, een bewijs van vertrouwen van zijn teruggekeerde ‘vrouw’. Is zij zo goed om dat offer te brengen voor zijn gemoedsrust? Of in het derde verhaal: zou iemand zich moeten opofferen als daarmee iemands speciale gave tot ontplooiing kan komen? En als iemand zo’n gave bezit, zou zo iemand ook ertoe moeten worden aangespoord, zo niet gedwongen, om die gave in te zetten voor het algemene welzijn?
In het eerste verhaal is het idee van goedheid misschien wel het meest complex uitgewerkt. Robert doet wat hem gevraagd wordt en wordt daarvoor rijkelijk beloond. Maar hij vindt dat een moedwillige autobotsing een ethische grens overschrijdt, zelfs als hem verteld wordt dat de bestuurder van de andere auto zijn eigen dood wenst. Daarna wordt hij door zijn weldoener aan een mentaal en pervers experiment onderworpen: blijf je principieel of opereer je pragmatisch? Probeert Robert toch weer bij degene die hem veel goedheid heeft geschonken in het gevlei te komen? Maar hoe goed kan een gulle gever zijn als die van iemand verlangt dat die alles op zijn voorwaarden doet, met als een van de consequenties dat Robert nooit vader is kunnen worden?
De negatieve kritieken die ik las, klagen vooral over de koude sfeer, de misantropie, het cynisme en het gebrek aan sympathie tussen de personages onderling. Ja, die kritiek zou terecht zijn als de naargeestigheid een doel op zichzelf zou zijn. In mijn optiek, daarentegen, functioneert het onbehagen in en van de film om ons te laten nadenken over verschillende soorten van goedheid. En keer op keer blijkt bij Lanthimos dat aan goedheid duistere haakjes zitten.