Decafé en dubbele espresso: The Bikeriders versus Bulworth
Ondanks de aanwezigheid van Austin Butler, Tom Hardy, Jodie Comer en Michael Shannon was er weinig tamtam over de nieuwste film van Jeff Nichols. The Bikeriders over motorclub The Vandals was op kleinere festivals vertoond, maar verder sloop deze ronkende film tamelijk geruisloos de bioscopen in. Nichols heeft steeds puike films gemaakt, met Take Shelter (2011) en Mud (2012) als hoogtepunten, en The Bikeriders is daarop geen uitzondering, maar toch wringt er iets.
Er zijn natuurlijk iconische scènes met motorfietsen in films, zoals in de Mad Max-reeks, de motorachtervolging in The Great Escape (John Sturges, 1963) of de verschijning van Mickey Rourke als de Motorcycle Boy in Rumble Fish (Francis Ford Coppola, 1984). Vooruit, rekenen we Spetters (Paul Verhoeven, 1980) met zijn motorcrossers er ook nog bij.
Maar als we het over de ware motorfilmklassiekers hebben, dan zou ik als de Grote Drie noemen: The Wild One (Laszlo Benedek, 1953) met Marlon Brando, The Wild Angels (Roger Corman, 1966) met Peter Fonda en Easy Rider (Dennis Hopper, 1969), met Hopper en Fonda. De twee hippies op hun Harley Davidson-choppers in Easy Rider boezemen de Amerikanen die ze onderweg tegenkomen, angst in, omdat ze (het idee van) ‘vrijheid’ belichamen, aldus de door Jack Nicholson gespeelde maffe advocaat. Dat zal ze duur komen te staan als de twee motorrijders aan het eind pardoes door een vrachtwagen overhoop worden gereden.
Ongepolijste stijl
De aantrekkingskracht van deze drie klassieke motorfilms schuilt in hun indertijd als opruiend beschouwde karakter. Maar wat toen wild en ruig was, is dat met hedendaagse ogen al lang niet meer. Hoe rebelser een film ooit was, hoe groter het risico dat die de tand des tijds slecht doorstaat. Maar als zo’n film gedateerd is geraakt, verliest die voor mij nog niet automatisch zijn charme.
Corman was de zogeheten ‘koning van de B-movie’ en hij maakte low-budget genrefilms zonder veel pretentie, die vooral bestemd waren voor drive-in bioscopen. Het rebelse van zijn The Wild Angels wordt onderstreept door een ongepolijste stijl en het gebrek aan een strakke verhaallijn. In Easy Rider blijkt het rauwe met name in de editing. Omdat de motorrijders, op weg naar het paradefeest Mardi Gras, de nodige stimulerende middelen gebruiken, krijgen we gaandeweg steeds chaotischere montagesequenties. Zo ongestructureerd als de gedrogeerde hippies de wereld waarnemen, zo onlogisch en schijnbaar lukraak worden de gebeurtenissen in de film aan ons gepresenteerd.
Kortom, het zij de films vergeven dat ze aan alle kanten rammelen. Sterker nog, dat hoort eigenlijk hun bestaansgrond te zijn. Een motorfilm moet rommelig ogen. De ‘wilde engelen’ willen zich niet conformeren aan een burgerlijke standaard, dus moeten inhoud en stijl zich vooral niet voegen naar een conventionele beeldtaal.
Gemoedelijke rebellie
Maar hoe zit dat met een motorfilm die anno 2023 gemaakt is? Kathy, getrouwd met stoere ‘Vandal’ Bennie, blikt in 1973 voor een interview in een (foto)boek terug op met name de ‘gouden periode’ in de tweede helft van de jaren zestig. De oorspronkelijke leden bestaat overwegend uit bierdrinkers. Vanaf 1970 wordt de oude garde overvleugeld door nieuwelingen die drugs gebruiken en criminele activiteiten ontplooien. Hoewel Kathy een zekere emotionele afstand heeft tot die gloriejaren, want zelf geen bendelid, heeft ze niettemin de neiging die jaren zestig te romantiseren. Niet voor niets hanteert The Bikeriders met ‘freedom belongs to the fearless’ een typisch hippie motto.
De film etaleert vooral een nostalgische hang naar het soort gemoedelijke rebellie die we ook kennen uit Easy Rider. Er heerst een ruwe, maar toch aangename ‘jongens onder mekaar’ sfeer: vuistgevechten worden gepresenteerd als attractie tijdens een familiepicknick en een stevige knokpartij met een rivaliserende bende wordt afgesloten met gezamenlijk drinken. Oprichter Johnny van The Vandals was geïnspireerd door Brando in The Wild One als aanduiding dat het vooral een door een stoer imago geregeerde leefstijl is: agressie is vooral spielerei.

Bakkie pleur
Er is niettemin een ‘probleem’ met The Bikeriders: Nichols’ film ontbeert de gruizige uitstaling van die oude, ruige bikersfilms die in de jaren zestig zelf werden gemaakt. Nichols’ film ziet er simpelweg te goed uit, die is te zorgvuldig gemaakt, en daardoor is er niks roekeloos aan de vorm en/of de stijl. The Bikeriders bootst op te gelikte wijze een film als The Wild Angels na, maar als de B-movie van Corman een ‘bakkie pleur’ (vieze oplos- dan wel filterkoffie) is, dan is The Bikeriders decafé. En als de ware cinefiel koffie drinkt vanwege de cafeïne, heeft de smakeloze drab toch de voorkeur.
Saillant genoeg ademde een film van 26 jaar geleden, die ik afgelopen week weer eens in Eye zag, de huidige tijdgeest beter dan The Bikeriders. Of nee, sterker nog, Bulworth van Warren Beatty, geprogrammeerd als keuzefilm van de Spaanse filmmaker Albert Serra, past zelfs veel beter bij het politieke klimaat van nu dan toen die oorspronkelijk draaide in 1998.
Ooit was Jay Bulworth een liberale politicus, maar hij is steeds conservatiever geworden. Hij heeft zich bovendien in de nesten gewerkt door donaties van grote bedrijven aan te nemen. Hij dreigt zijn plek in de Amerikaanse Senaat te verliezen aan een jonge populist. Hij doet voorkomen dat hij een gelukkig huwelijk heeft, maar is intussen levensmoe en wil zich een afgang besparen. Nadat hij eerst een goede levensverzekering heeft afgesloten waarvan zijn dochter zal profiteren, huurt hij een hem onbekende huurmoordenaar in die hem op korte termijn zal doden.
Nu hij niets meer te verliezen heeft omdat zijn laatste dagen wegtikken, doet hij een aantal ophefmakende en obscene uitspraken die veel media-aandacht genereren. Hij krijgt een affaire met een jonge, zwarte activist, en gebruikt teksten die hij uit haar milieu heeft opgepikt, voor een openbare rap op televisie. Door zijn plots gestegen populariteit wint hij de verkiezingen voor een zetel in de Senaat, en onthult de activiste dat zij de ingehuurde moordenaar was, maar dat zij afziet van de klus. Tenslotte wordt hij alsnog neergeschoten, maar onduidelijk blijft of Bulworth de aanslag overleeft.
Politieke satire
Eind jaren negentig, toen Bill Clinton president van de Verenigde Staten was, werden er drie films geadverteerd als politieke satire. In Primary Colors (Mike Nichols, 1998) heeft de president zich in de nesten gewerkt vanwege een seksschandaal. Critici merkten vooral op hoezeer John Travolta in de rol van president aan Clinton deed denken. In Wag the Dog (Barry Levinson, 1997) wordt een oorlog begonnen om de aandacht van een seksschandaal af te leiden. Beide satires zaten relatief dicht op de werkelijkheid, omdat Clinton daadwerkelijk verwikkeld was in een schandaal, vanwege grensoverschrijdend gedrag tegenover stagiair Monica Lewinsky.
Van de drie politieke satires had Bulworth het minste succes, waarschijnlijk omdat Beatty’s film, met Beatty zelf als titelpersonage, volstrekt was losgezongen van elke werkelijkheid. In vergelijking met Primary Colors en Wag the Dog is Bulworth mesjogge; het is een totale farce, maar die farce van toen is met ogen van vandaag naar een politieke realiteit toegegroeid. Dat kon Beatty indertijd onmogelijk voorzien, maar de idiote strapatsen van Bulworth vinden een equivalent in de onbezonnen (wan)daden van Donald Trump. De film van Beatty is geproduceerd als een absurde uitvergroting maar heeft een onverhoeds voorspellende kracht gekregen.
Als The Bikeriders een decafé-versie is van een vroegere B-motorfilm, dan dachten we indertijd dat Bulworth een koffie verkeerd was, maar het blijkt anno 2024 een dubbele espresso te zijn.