Skip to main content

Tergend goede tragedie

| Noêma Neijboer | Theater
Tergend goede tragedie
Phaedra's verscheurdheid verbeeld in het glas dat zowel reflecteert als inzichtig is | Foto: Roel van Berckelaer
Odi et amo. Quare id faciam, fortasse requiris? Nescio, sed fieri sentio et excrucior.
Ik haat en ik heb lief. Waarom doe ik dat, vraag je je misschien af? Ik weet het niet, maar ik voel het en het verscheurt me.
De Romeinse poeet Cattulus wist het al mooi te zeggen. Het karakter Phaedra in de gelijknamige tragedie is er een extreme belichaming van. Hugo Claus heeft deze tragedie op zijn manier ook intens onder woorden gebracht. En de Utrechte Spelen brengen het voor onze ogen tot leven.

 Waarom is liefde toch zo onuitstaanbaar als het niet tot uiting mag komen? Als het niet edel, maar beestachtig is? Dan is het een ziekte. Zo beschouwden ze dat in onze bakermat van de beschaving. Terwijl ik naar dit mythische toneelstuk kijk, kan ik dat wel begrijpen. Op een kathartische manier merk ik dat ik frustraties, herinneringen en mentale kwellingen van mezelf op het amoureuze vlak in perspectief kan plaatsen. Liefde kan echt ongezond zijn als het je verteert.

Het geweten van dit stuk is overduidelijk Oenone, gespeeld door Marlies Heuer. Zij bekijkt de hele situatie van een afstand en probeert haar verstand er bij te houden. Zij heeft het laatste woord, sprekend over dat er ooit, als wij er allang niet meer zijn, een witte dag zal aanbreken waarin alles logischer is en wij niet meer klagen. Want wat viel er veel te klagen in de wereld van Phaedra. Eenzaam zijn omdat jouw man Thesus altijd maar op jacht is. Zo gefrustreerd raken dat sterke gevoelens ontstaan voor Hippolytus, zijn zoon uit een ander huwelijk. Zelfveroordeling omdat ze vreest hetzelfde te zijn als haar moeder, die een half stier, half mens op de wereld zette. Hippolytus klaagt ook wat af, maar dan over vrouwen als gevaarlijke wezens die je hoort te weren. Hij is al even ver weg van Phaedra als zijn vader, altijd maar in de bossen trachten een puur bestaan te leiden met zijn jagersvrienden. Wanneer zijn vader Phaedra gelooft als zij zegt dat hij haar heeft aangerand (terwijl zij juist hem probeerde te verleiden), stort hij zichzelf de dood in tijdens een klaagzang over het monster dat de vrouw is. Thesus is al even ontevreden over het feit dat zijn zoon is geboren uit een exotische Amazone, alsof dat ervoor heeft gezorgd dat Hippolytus zo'n misdaad zou begaan. Vervolgens heeft hij natuurlijk spijt als Phaedra opbiecht dat hij niks verkeerd heeft gedaan, want dan is het al te laat. Terwijl zijn vrouw langzaam sterft aan haar eigen vergif, belooft hij zichzelf met het vuur waarin de restanten van zijn zoon zullen branden hun huis te zuiveren. Misschien had hij meer thuis moeten blijven voordat alles zo falikant misging.

Dat is het verhaal aan de buitenkant. Ondertussen kan je als toeschouwer zo veel meer zien. Via interne monologen krijg je in een inkijk in de psyche van de personages en begrijp je hun beweegredenen en hun handelingen. Scenograaf Roel van Berckelaer heeft iets bijzonders gedaan. In het begin van het stuk zien we midden op het podium een glazen huis staan, wat uiteraard ook een mooie metafoor is voor hoe Phaedra leeft als koningin. Afhankelijk van hoe het licht erop schijnt, reflecteert het glas of kan je er juist doorheen kijken. Net zoals met de personages in het stuk, die afwisselend menselijk falen reflecteren of juist innerpsychologische inzichten geven. De constructie met glas staat op wieltjes en wordt uitgeklapt tijdens het stuk; het is zeer dynamisch op het podium.

En dan het taalgebruik. Hugo Claus voegt nu postuum een extra dimensie aan het stuk toe. De woorden wisselen geregeld van stijl: ontroerend dichterlijk, schokkend direct en grappig banaal. Vlaams klinkt ook goed in het Nederlands, als ik dat zo kan zeggen. De beeldtaal is ook sprekend, los van de glazen constructie gebeurt er nog meer interessants in de compositie van het podium. Hippolytus, gespeeld door Jean-Paul Buijs, schildert driftig op een abstract schilderij dat mij doet denken aan een bos. Het lijkt erop alsof hij zijn stempel wil drukken op de serene natuur. Wanneer hij sterft, gaat hij naakt ten onder. Terwijl hij zijn ellendige lot betreurt, staat hij naakt tegen de glazen muur waar Phaedra (Wendell Jaspers) tegenaan leunt. Een prachtig beeld, alsof zij hem kan verstaan en de afstand onoverbruggelijk is.

Vanavond is het toneelstuk te zien in de Stadsschouwburg Nijmegen. Ik ben zeer benieuwd of er Ugenda-lezers zijn die het gezien hebben. En of ze net zo geraakt zijn als ik ben. Toen ik de Utrechtse Stadsschouwburg uitliep hoorde ik iemand verontwaardigd zeggen "Kan je me uitleggen waarom die jongen naakt moest? Waar was dat nou goed voor?" Ik moest zachtjes giechelen, want ik kon wel wat bedenken. Hippolytus sterft zoals hij is geboren: puur, onschuldig en naakt. Maar om dat dan te zeggen terwijl de vraag niet aan mij gericht was... Daarom, als je het stuk gezien hebt en je wilt jouw mening geven: voel je vrij! Ik zal niet klagen.


Getagd onder

  • Wat
    Phaedra
  • Waar
    Stadsschouwburg Utrecht
  • Wanneer
    10-10-2014

Noêma Neijboer

Cultuurwetenschapper met een behaalde master Creative Industries. Dichter met een passie voor street art. Observeert en geniet van de kunst en cultuur in Nijmegen. Staat altijd open voor een interview!