Evocatieve Parelvissers overtuigen slechts ten dele vocaal
Elke uitvoering van De Parelvissers brengt natuurlijk hooggespannen verwachtingen met zich mee. Afgelopen vrijdag was dat dus ook niet anders, toen de Staatsopera van Tatarstan zich in de Nijmeegse Stadsschouwburg aan de operaklassieker van Georges Bizet (1838-1875) waagde. Ondanks het feit dat er veel te genieten viel, bleek helaas ook dat niet alles paarlemoer is wat er in de diepte blinkt.
Aan het origineel lag het niet: Bizet's muziek en het door Eugene Corman en Michel Carré geschreven libretto behoren al sinds de eerste uitvoering in het Parijse Théâtre Lyrique in 1863 tot de populairste composities uit de geschiedenis van de opera. Dit met name vanwege het beroemde duet 'Au fond du temple saint' en de aria's 'Je crois entendre encore'; 'De mon amie, fleur endormie' en ' Leïla! Leïla!...Dieu puissant, le voilà!'. Ook het evocatieve decor- en kostuumontwerp van respectievelijk Paul Edwards en Emma Rayet slaagden er moeiteloos in de tijdloze romantiek van Bizet's klassieker op te roepen. Ook toneelregisseur Vernon Mound had zichtbaar zijn best gedaan. Maar ergens ontbrak er iets, en dat gebrek lag vooral op vocaal vlak.
Liefde, vriendschap en verraad
Voor diegenen die niet bekend zijn met het verhaal van De Parelvissers (Franse titel: Les Pêcheurs de Perle ): plaats van handeling van de opera is het eiland Ceylon, nu Sri Lanka geheten. De Sri Lankaanse parelvissers Nadir en Zurga, uitgeroepen tot leider van het dorp, waren ooit allebei verliefd op de mysterieuze Leïla. Beiden besloten dat hun vriendschap belangrijker was dan hun passie, en zagen zodoende af van Leïla's liefde. Om een voor hen onbekende reden verdween Leïla jaren geleden uit hun leven. Wanneer de hogepriester Nourabad een nieuwe tempeldienares introduceert, herkent Nadir in haar onmiddellijk zijn jeugdliefde. Nourabad verbiedt Leïla elk menselijk contact op straffe van de dood. Tijdens een nachtelijke ontmoeting tussen Nadir en Leïla worden zij betrapt en spreekt de jaloerse Zurga het doodvonnis over de twee uit. Vlak voordat het vonnis voltrokken wordt herkent Zurga echter in Leïla het meisje dat hem jaren geleden als vluchteling bescherming bood, waarvoor hij haar als dank een kostbare halsketting gaf. Hierdoor geroerd ontdoet Zurga het tweetal van hun boeien en, terwijl hij de dorpsbewoners afleid door brand te stichten, leidt hij Nadir en Leïla naar de vrijheid maar blijft zelf achter.
Falende vocalen
Ondanks al deze romantische grandeur slaagde deze uitvoering van De Parelvissers er toch niet helemaal in te overtuigen. Met name, zoals gezegd, op vocaal vlak. De Parelvissers heeft natuurlijk altijd de last te dragen dat het de opera van het Beroemde Duet is, dat bovendien al vroeg in het stuk klinkt. Maar het mooie is dat de thematiek een aantal keren terugkeert. Dat gebeurt telkens als het weer gaat over de liefde van Zurga en Nadir voor Leïla waar ze allebei van afzagen vanwege hun onderlinge vriendschap, maar die toch weer oplaait als ze elkaar weer ontmoeten. Daarbij worden allerlei plechtige beloftes gebroken en toch niet gebroken, doodstraffen uitgesproken en weer ingetrokken, liefde bekend, jaloezie de vrije loop gelaten, liefde opgeofferd, kortom, opera.
Het koor liet mooie passages horen, maar was vaak ook uit balans. De vrouwen overheersten de mannen en de mannen onderling produceerden geen eensgezind geluid. Het orkest overschaduwde soms de zang en was op andere momenten juist te zacht: dirigent Marco Boemi wist het juiste evenwicht moeilijk te vinden. Vervelender dan deze details was het feit dat de hoofdrolspelers vrij platte figuren bleven, waardoor er geen meeslepende karakters ontstonden op het toneel. Maksim Aksenov spande in de rol van Nadir wat dat betreft de kroon. Maar dat had vooral te maken met zijn tegenvallende vocale prestatie. Hij had moeite de goede noten te vinden, was te zacht in verhouding met het orkest en de andere solisten en ontbeerde overtuiging in zijn zang. De pracht van de aria 'Je crois entendre encore' deed hij bijvoorbeeld helemaal teniet door de niet-doordachte manier waarop hij de melodie aaneenreeg en de plompverloren wijze waarop hij in dynamiek wisselde.
Emotie
Gelukkig stonden er tegenover deze ergernissen veel mooie momenten. Die kwamen vrijwel geheel op het conto van de andere drie solisten: Nurzhamal Ussenbaeva (Leïla), Yuri Ivshin (Zurga) en Andrey Kakochkin (Nourabad), waarvan Ivshin de meest overtuigende bleek. Vooral na de pauze begon hij als één van de weinigen echt te acteren, waardoor zijn zang een vrachtlading meer emotie meekreeg. Zijn zang zelf mocht er zeker ook wezen: zo warm en groots, en ook zo passend 'bestuurd'. Maar als het om grootsheid ging, moest hij echter zijn meerdere erkennen in Ussenbaeva als Leïla. Het knappe van haar optreden was dat ze een immens volume kon ontwikkelen, maar continu haar fraaie, pure klank wist te behouden. Ze kon je oren laten tuiten maar krijsen of gillen deed ze niet, wat haar optreden erg innemend maakte. Een kleinere, maar minstens even fraaie rol was er voor Kakochkin. De stem van de jonge bas stond als een huis en was ook al zo warm en vol van klank. Zijn acteren sneed weinig hout, maar met zo'n stem was dat niet zo storend. Tel bij deze drie knappe solisten het kleurrijke en fraaie decor op, waarmee beurtelings een paleisvertrek of een tempelheiligdom werd opgeroepen, en het is begrijpelijk waarom deze productie al zoveel jaren successen boekt in het land. En dat wel zal blijven doen.
Getagd onder
-
WatOpera De Parelvissers
-
WaarStadsschouwburg Nijmegen
-
Wanneer17 oktober 2014, 20.00 - 22.30 uur
Rob Comans
Cultuurwetenschapper / filmhistoricus / cultureel redacteur.