Euthanasiedrama’s: The Room Next Door, Mar adentro en Sterben
Een film van de Spaanse filmmaker Pedro Almodóvar is nooit saai, maar zijn nieuwste film is minder bruisend dan eerder werk. Hij debuteerde in 1980 met Pepi, Luci, Bom en maakte dit jaar met The Room Next Door zijn eerste Engelstalige langspeelfilm. Hij won daarmee de Gouden Leeuw op het festival van Venetië, tot verrassing van de filmcritici ter plaatse die meer onder de indruk waren van bijvoorbeeld The Brutalist van Brady Corbet of April van Dea Kulumbegashvili.
Martha moet chemokuren ondergaan en heeft nog maximaal een jaar te leven. Zij haat de veelgebruikte frase dat je tegen kanker moet vechten. Strijden betekent voor haar dat je de ziekte te snel af bent en daartoe heeft ze een (illegale) euthanasiepil in bezit. Martha heeft een wild leven achter de rug. Ze was oorlogsverslaggever voor de New York Times en zij beschouwde seks als het beste schild tegen de stress en de ellende.
Ze heeft naar eigen zeggen ‘als een man geleefd’. Ze is nooit een echte moederfiguur geweest voor haar dochter Michelle die zich van haar heeft afgekeerd, mede omdat Martha haar nooit heeft ingelicht over haar vader Fred die als een ‘kapot speeltje’ was teruggekeerd uit Vietnam. Fred is inmiddels overleden nadat hij een brandend huis is binnengegaan. Hij had mensen horen gillen, maar dat moest een hallucinatie geweest zijn.
Wemelt van verwijzingen
Martha heeft één specifieke wens. Ze wil niet alleen sterven; ze wil dat er iemand in ‘een kamer naast haar’ is in een door haar gehuurd huis nabij Woodstock. Ergens in een maand tijd is Martha van plan de pil in te nemen. Ze vraagt Ingrid haar te vergezellen, maar officieel mag Ingrid van niets weten, want anders is ze medeplichtig aan een strafbaar feit.
Ingrid heeft net een succesvol boek geschreven, On Sudden Deaths. Ze is bovendien bezig met een biografie over Dora Carrington, die zichzelf op 38-jarige leeftijd in de buik schoot nadat haar geliefde Lytton Strachey aan maagkanker was overleden. Deze fascinatie voor schilderes Carrington komt voort uit Ingrids moeite om de overgang van leven naar dood te accepteren.
Dat maakt haar bij voorbaat geen geschikte gezel voor Martha. The Room Next Door gaat over de vraag of Ingrid zich kan schikken naar de wens van haar vriendin. Dit proces wordt getoond in een film waarin het wemelt van de verwijzingen: naar Buster Keaton, naar Edward Hopper, naar Letter from an Unknown Woman, naar het boek Erotic Vagrancy over de turbulente relatie tussen Elizabeth Taylor en Richard Burton, en vooral naar The Dead, het boek van James Joyce en de verfilming door John Huston.
Kruimels van verloren vrijheid
Misschien was de materie van euthanasie wel zo delicaat voor Almodóvar dat hij zijn gebruikelijke flamboyante aanpak terzijde schoof. Met The Room Next Door plaatst hij zich eerder in een lijn van recente ingetogen euthanasiedrama’s, zoals Tout s’est bien passé (François Ozon, 2021) en Pink Moon (Floor van der Meulen, 2022). Maar als de nieuwste Almodóvar wat tegenvalt, is dat ook omdat hij in de schaduw staat van Mar adentro (Alejandro Amenábar, 2006), nog steeds de ultieme Spaanse film over een man die vecht voor het recht om te mogen sterven.
Mar adentro werd gemaakt vlak na drie andere, zeer succesvolle films waarin een soort van euthanasie wordt gepleegd. In het Canadese Les invasions barbares (Denys Arcand, 2003), die een Oscar won voor Beste Buitenlandse film, laat een man zijn zoon heroïne leveren, zodat hij aan een overdosis kan overlijden. In de sublieme tragikomedie Simon (2004) van Eddy Terstall kiest de ongeneeslijk zieke hoofdpersoon voor levensbeëindiging, en dat verzoek wordt aanvaard door degenen die hem omringen. In het Oscar-winnende Million Dollar Baby (2005) van Clint Eastwood schenkt de bokscoach zijn comateuze, vrouwelijke pupil de ‘genadedood’, maar zal zich nadien uit het publieke leven terugtrekken.
Mar adentro is gebaseerd op ware gebeurtenissen en is tot een juridische casus uitgegroeid. Ramón is na een onfortuinlijke duik van een klif in ondiep water gehandicapt geraakt. Hij is al 26 jaar aan bed gekluisterd met tetraplegie en kan zich niet zelfstandig bewegen. Hij weigert vervoerd te worden in een rolstoel, want daarmee accepteer ‘ik de kruimels van mijn verloren vrijheid’. Hij is niet ziek, maar wil wel al heel lang dood. Hij kan echter alleen sterven als hij hulp van buitenaf krijgt. Dat is niet alleen een probleem in het katholieke Spanje, maar ook zijn familie kan op religieuze gronden zijn wens niet respecteren.
Einde verhaal
Ramón start een rechtszaak waarbij de advocate Julia hem terzijde staat, die zelf aan een erfelijke ziekte lijdt, waarbij ze dement zal worden. Zij had hem laten weten dat zij zelfdoding had overwogen, en voor Ramón is dat een doorslaggevende reden om Julia als zijn raadsvrouw te kiezen, omdat hij meent dat zij zich in zijn toestand kan verplaatsen. Julia is vastbesloten de rechter van Ramóns lijden te overtuigen, en om zelf de zaak te kunnen bijwonen, gaat Ramón akkoord met een rolstoel.
Uiteindelijk krijgt Ramón toestemming om bij zijn zelfdoding geassisteerd te worden. De voltrekking daarvan wordt afgewisseld met de keus die Julia heeft gemaakt. Zij is niet tot euthanasie overgegaan, en is inmiddels zo dement geworden dat ze geeneens weet wie Ramón is. De kritiek op de film van Amenábar was indertijd dat hij met die afwisseling suggereerde dat Ramón de betere keus had gemaakt: je kunt beter sterven dan verder leven als het zielige hoopje mens dat van Julia resteert.
In zijn proefschrift Einde verhaal (2015) stelde Wouter Schrover (Vrije Universiteit, Amsterdam) dat dit een misinterpretatie betreft. De situaties van Ramón en Julia zijn simpelweg te verschillend en Amenábar plaatst beide gevallen naast elkaar zodat de kijker zelf een oordeel kan vormen. Mar adentro laat in het midden of Julia de verkeerde keus heeft gemaakt, en dat ben ik zonder meer met Schrover eens.
Ergens merkt Ramón in Amenábars film op dat hij er niet tegen kan als mensen oordelen. Hij vindt dat hij recht heeft op zelfbeschikking, en dat is zijn zaak, en zijn zaak alleen. Door de rol van Julia in te voegen, wordt Mar adentro zelf een film die een oordeel over legitiem of onrechtmatig opschort. Misschien is dat de reden waarom ik The Room Next Door minder geslaagd vond: de film vraagt niet aan ons kijkers om te oordelen over wel of niet euthanasie, maar die onderwerpt enkel Ingrid aan een test: jij kunt alleen een goede vriendin zijn indien je Martha’s doodwens accepteert. Sla je het aanbod om een kamer naast Martha te delen af, net als drie andere vriendinnen hebben gedaan, of zet je je over je principes heen?
Tom in dubio
Uiteindelijk is de Duitse film Sterben van Matthias Glasner, waarover ik een aantal weken geleden schreef op ugenda.nl, scherper dan Almodóvars film. Ik liet toen het slothoofdstuk van Sterben onbesproken om geen spoilers weg te geven – nu die uit de theaters is, kan dat wel. Tom gaat bij zichzelf te rade: ben ik een kil persoon, net als mijn moeder, of beschik ik over een zekere mate van empathie?
In het laatste deel vraagt zijn beste vriend Bernard om langs te komen. Bernard is niet terminaal ziek, zoals Martha, maar lijdt aan depressies. Hij zegt: ik ga zo meteen in bad en snijd mijn polsen door. Ik heb jou laten komen omdat ik niet wil dat mijn vriendin mij vindt. Jij kunt dan de zaken afhandelen. Jij bent mijn beste vriend, dus wil je dat voor mij doen?
Tom verkeert in dubio. Ben ik juist kil als ik hem zijn plan laat uitvoeren, of is dat een ultieme vorm van medeleven? Of ben ik een nog betere vriend als ik hem het plan uit zijn hoofd weet te praten? Hij doet uiteraard een poging om het Bernard te ontraden, maar deze is vastberaden. Op die manier biedt het slothoofdstuk van Sterben een duivels dilemma waarbij The Room Next Door een stuk schraler afsteekt. Maar misschien past Almodóvars film wel beter bij de tijd van het jaar: het is een euthanasiedrama waaruit de kilte wordt verdreven en de waarde van vriendschap wordt gewogen.