Cultureel gesprek met Sticks over zijn tentoonstelling Onrust
De opleiding Algemene Cultuurwetenschappen (ACW) organiseert in LUX de zogenaamde Creative Culture Talks. Op maandag 10 februari was het onderwerp: hoe hoort hiphop? Met als ster van de avond rapper Sticks, in het verleden vooral bekend van de formatie Opgezwolle.
Het is uitverkocht, met zowel studenten en alumni van ACW als hiphopliefhebbers. Zodra Sticks geïntroduceerd wordt, klinkt er een daverend applaus. De presentatoren van de avond zijn prof. dr. Helleke van den Braber van de Radboud Universiteit en Rocco Hueting, toetsenist van de Staat en oud-student van de master Creative Industries.
Sticks is een samenwerking aangegaan met museum De Fundatie in Zwolle om daar zijn nieuwste album (Onrust) op een geheel nieuwe wijze aan de man te brengen. Directeur van De Fundatie, Ralph Keuning, is de andere gast. Van den Braber en Hueting zijn samen vooraf naar Zwolle geweest om de audiovisuele tentoonstelling Onrust te beleven.
Alle ingrediënten lijken aanwezig voor een erg interessante avond. En het begint ook veelbelovend, wanneer Sticks een van de nummers van het album a capella voordraagt. Hoe kenmerkt zich door rijmende vragen. Het is alsof je naar een lichtverteerbaar filosofisch betoog luistert, want je gaat ook automatisch zelf nadenken over de antwoorden. Na deze prachtopening gaat het helaas alleen nog maar bergafwaarts.
Verlangen naar vernieuwing
De presentatoren hebben stellingen voorbereid en hopen met Sticks en Keuning eens flink wat heilige huisjes omver te werpen. Helaas slaan ze de plank meestal mis. Althans, Van den Braber stelt steeds de misplaatste vragen, terwijl haar co-host er maar een beetje bij zit en zwijgt. Op een toon alsof het wereldschokkend is, vraagt de presentatrice dingen als: "Hoe kan het dat hiphop van de straat naar een officiële cultuurtempel is verplaatst?" Het antwoord is simpel en ontnuchterend: Sticks wil simpelweg zichzelf blijven vernieuwen.
Sticks benadrukt ook dat hij niet verantwoordelijk is voor hiphop als geheel en dus ook niet namens de hele scene kan praten. Hij werd het gewoon een beetje zat om steeds op een podium te staan. Maar hij houdt wel nog steeds erg van schrijven. In het museum kreeg hij de ruimte om zijn teksten een nieuwe impuls te geven.
'Rapper of beeldend kunstenaar?'
"Maar ben je dan niet bang om jouw credibility te verliezen?" Het is een verschrikkelijke vraag, waar wederom een simpel, droog antwoord op komt: Sticks is daar helemaal niet mee bezig. Hij doet waar hij gelukkig van wordt. Fans komen en gaan, sommigen blijven, zo is het nou eenmaal. Of je nou steeds hetzelfde blijft doen en in die zin trouw blijft aan de begintijd of juist steeds nieuwe wegen inslaat, mensen zullen altijd wel commentaar leveren.
Sticks geeft ook meteen eerlijk toe dat hij heel goed weet dat sommige mensen er bezwaar tegen hebben dat Red Bull Music de sponsor van Onrust is. De energydrink is ook niet zijn favoriete drankje, maar de samenwerking is fantastisch. Vooral doordat de sponsor over heel creatieve mensen beschikt, die écht inhoudelijk aan de tentoonstelling hebben meegebouwd.
Wat vooral een vreemde bijsmaak geeft, is dat Van den Braber het maar blijft hebben over 'een rapper in een museum', terwijl museumdirecteur Keuning stug volhoudt dat Sticks nu een beeldend kunstenaar is geworden. Sticks laat zelf lekker in het midden wat hij al dan niet is. Meerdere keren op de avond wrijft hij met beide handen over zijn gezicht, wat duidt op vermoeidheid. Begrijpelijk, ik moet ook moeite doen om mijn aandacht erbij te houden.
Terloops stukje college
Uit het niets gaat Van den Braber tussendoor een stukje college geven. Nu begin ik de opbouw van de avond steeds minder te begrijpen, maar vooruit. In vogelvlucht gaat ze in op een nieuwe trend van hiphop in musea en over het proces van artificatie, oftewel kunstwording. Puntsgewijs wordt uitgelegd hoe dat gebeurt. Het wordt ronduit gênant, wanneer Sticks en Beuning hierop mogen reageren. Ze geven aan dat zij daar totaal niet op die manier tegenaan kijken.
De museumdirecteur wilde vooral graag een nieuwe doelgroep De Fundatie in krijgen en Sticks had dus wel zin in dit nieuwe experiment. Beuning benadrukt verder dat de voorbeelden van de trend niet echt hout snijden. Wat er met Onrust is ontstaan, is volgens hem niet te vergelijken met bijvoorbeeld Beyoncé en Jay-Z die een clip hebben opgenomen in het Louvre.
Semantische ruis
Bijna de hele avond valt mij op dat de gesprekken stroef gaan, doordat er aan het begin geen duidelijke definities en kaders zijn gecreëerd. Wat is hiphop eigenlijk? Wat doet een rapper? Wat is kunst? Maken we nog onderscheid tussen 'de elite' en 'het volk'? Sticks geeft daar uit zichzelf wel wat antwoorden op, om Onrust te duiden. Hiphop als muziekgenre is sowieso meer van de jeugd en de adolescenten dan de doorgewinterde volwassenen, vindt hij. Inmiddels is hij oud en wijs genoeg om niet steeds opnieuw het wiel uit te hoeven vinden.
Voorheen was hij met Opgezwolle een underground-artiest, en dus rebels. Tegenwoordig heeft hij dat spel wel uitgespeeld. Hiphop als scene draait heel erg om de do-it-yourself-gedachte. Autonoom denken en handelen, dat spat ervanaf. Tegenwoordig kan hij wat meer keuzes ook bij anderen neerleggen. Maar er was toch wel één ding waaraan hij geen concessies wilde doen: de tentoonstelling moest in De Fundatie komen en niet in het Rijksmuseum. Het moest in Zwolle gebeuren, waar hij vandaan komt. In die zin blijft hij dus trouw aan zijn roots.
Beperkt, dus kostbaarder
Eigenlijk gaat deze avond vooral over de rol van media in verhouding tot het consumeren van kunst en over de legitimatie en waardering van kunst. Juist omdat we muziek zeer vluchtig consumeren, bijvoorbeeld via Spotify, gaat Sticks de andere kant op. Hij heeft het album Onrust slechts zeer beperkt beschikbaar gesteld. Enkel de bezoekers van De Fundatie krijgen toegang. Dit maakt het schaarser en dus kostbaarder. En omdat het album is gegoten in een audiovisuele expositie, word je als luisteraar gestimuleerd om je anders te verhouden tot de nummers.
Tegelijkertijd heeft het museum een gedeelte van de expositie opgekocht, wat daardoor voor eeuwig bewaard blijft als potentieel erfgoed. Sticks geeft aan dat dit niet per se zijn intentie was, hoewel hij zich vereerd voelt.
Ik had het interessant gevonden als er een vergelijking kon worden getrokken met bijvoorbeeld Banksy. Hij legde eerst als een soort rebelse actie zijn kunst in het museum tussen de officiële collectie, en nu is zijn eigen werk van vandalisme getransformeerd naar hoge kunst. Sticks maakt wel een opmerking over hoe hiphop en graffiti en street art eerst erg onbegrepen waren en nu meer erkenning krijgen, maar daar blijft het bij.
'Is de beat belangrijker?'
Sticks benadrukt dat hij niet de vertegenwoordiger is van hiphop, maar dat hij vooral altijd met teksten bezig is geweest; de beat is voor hem slechts bijzaak. Van den Braber reageert alsof dat een zeer verrassend statement is. De vraag gaat naar het publiek: wie vindt de beat belangrijker en wie de tekst? En, niet erg vreemd, voor beiden gaan handen omhoog.
Terwijl ik verder in mijn stoel wegzak, denk ik terug aan mijn eigen studietijd bij ACW. Meermaals heb ik me destijds hardop afgevraagd waarom we nauwelijks iets leerden over hiphop, graffiti en street art. Tegenwoordig lijkt dat allemaal juist erg hip. Wat ik deze avond echt mis, is een beetje algemene culturele kennis op dit domein. Om maar even een paar dingen te noemen: jazz, blues, hiphop, r&b, triphop, trap en dergelijke liggen allemaal in elkaars verlengde. Net zoals dat het eeuwenoude epos een dichtvorm is, en dat poëzie, spoken word en hiphop met elkaar verweven zijn.
En de selectie voor wat in een museum mag zijn, wat tot erfgoed behoort, is een eeuwigdurend vraagstuk. In culturele velden bewegen kunstenaars verschillende kanten op en is er als het ware sprake van een meerstemmig gesprek. Er is niet één manier om iets te doen, of de juiste manier. De titel van de avond, ‘Hoe hoort hiphop?’, is dus eigenlijk een onzinnige vraag.
Toen ik zelf nog ACW studeerde, organiseerden we met een klein groepje studenten ook al dit soort symposia in LUX. Bijvoorbeeld over hoe kunstenaars omgaan met de bezuinigingen in de cultuursector. Deze Creative Culture Talk is inhoudelijk niet sterk te noemen. Als publiek is het interessant om naar Sticks en Beuning te luisteren, maar niet omdat de gastheer en gastvrouw hen zulke goede vragen stellen.
Getagd onder
Noêma Neijboer
Cultuurwetenschapper met een behaalde master Creative Industries. Dichter met een passie voor street art. Observeert en geniet van de kunst en cultuur in Nijmegen. Staat altijd open voor een interview!