Skip to main content

Valkhof: vooral niet te veel willen

| Jan Maurits Schouten | Column
Valkhof: vooral niet te veel willen
Foto: Jan Maurits Schouten

Een paar maanden geleden interviewde ik de toen nog vers ogende directeur van het Valkhofmuseum, Arend-Jan Weijster. Ik was blij verrast over het type dat ik aantrof. Durfden wij in Nijmegen zo iemand aan? Wat gaaf! Inmiddels hebben de goed-katholieke old boys de orde weer hersteld.

Weten we wat er in december allemaal gebeurd is? Natuurlijk niet. Feit is dat de Raad van Toezicht van Museum het Valkhof, zonder raadpleging van de ondernemingsraad, directeur Arend-Jan Weijsters per onmiddellijk op non-actief heeft gesteld. Zeer tegen de zin van de medewerkers, die er een boos bericht over op de website van het museum zetten (nu uiteraard niet meer te vinden). Feit is ook dat sinds 1 januari een interimdirecteur is aangesteld, de 66-jarige Beekenaar Jan van Laarhoven, die van interimmanagement in de museumsector zijn werk gemaakt heeft. Maar die, waarschijnlijk belangrijker voor de Raad van Toezicht, die bestaat uit mannen uit het Nijmeegse christelijk-bestuurlijk-cultureel-economisch circuitje, zelf ook, als ex-directeur van Museumpark Oriëntalis (nee, daar gaat het goed), als ex-directeur van het Noordbrabants Museum (waar het pas na zijn vertrek goed is gegaan), en als auteur van een boek over de beeldtaal van de oudchristelijke kunst, helemaal ‘one of the boys’ is.

De interim zou in eerste instantie vooral de financiën en het bestuur van het Valkhofmuseum gaan doornemen. Maar nu schijnt hij al het uitzetten van beleid, het binden van de stad aan het museum, tot zijn taken te rekenen.

Daar nu was Arend-Jan Weijsters juist mee bezig. Helemaal conform het cultuurbeleid van de gemeente Nijmegen, waarin het Valkhofmuseum zich zou moeten ontwikkelen als een spil en aandrijfwiel voor beeldende kunst in Nijmegen. De licht-anarchistische expositieserie Kelderkoorts, was er een voorbeeld van. Rare, verontrustende beelden en sculpturen, gekke kranten erbij, muziekvoorstellingen, geluiden die door het hele pand galmden: er gebeurden opeens spannende dingen in het museum. Weijsters, die niet eens in onze stad woont, slaagde erin contact te leggen met de underground-beeldende kunst in onze stad, die zeer sterk is en een zeer hoog niveau heeft. Dat beloofde wat.

Allemaal geen dingen die oude, gevestigde, christendemocratische, cultureel-economisch angehauchte mannen in ‘hun’ museum willen. Dit soort mannen doet aan wat ik maar ‘rob-jaspers-denken’ zou willen noemen: ontkennen dat Nijmegen een simpele provinciestad met beperkte impact is, om die reden volkomen overspannen verwachtingen hebben van allerlei prima initiatieven, iedereen keihard afrekenen die het niet meteen voor elkaar krijgt om massa’s dagjesmensen vanuit heel Nederland in processie naar onze Karelstad te krijgen.

Van Van Laarhoven kun je dat ook niet verwachten. Maar die man gaat natuurlijk kopjes koffie drinken met alle ‘powers that be’. De Van Limburg-mensen stroop om de mond smeren, de Binnenstadondernemers wat moois beloven, babbelen met culturele clubs als De Lindenberg en met de Radboud Universiteit en wat overlegorganen inrichten die er van buiten mooi uitzien, maar in wezen bestaan uit de mensen die elkaar al jaren elke dag zien en elke keer hetzelfde tegen elkaar zeggen.

En ons Valkhofmuseum? Dat blijft een allegaartje van verzamelingen, die allemaal te weinig ruimte en focus krijgen. Vreemd gefacetteerd pronkglas in het centrum van onze stad, waar zo veel mogelijkheden liggen, als we ze maar zouden durven grijpen.

Getagd onder