Skip to main content

The Killer

Angst voor de stilte

| Peter Verstraten | Column
The Killer
Michael Fassbender in The Killer (David Fincher, 2023)

Tja, wat aan te vangen met The Killer, de nieuwste film van David Fincher, die waarschijnlijk maar kort in de bioscopen zal draaien voordat die op Netflix te zien zal zijn. In alles gemaakt met de allure van een bioscoopfilm, maar de meeste mensen zullen die vast binnenkort op een klein(er) scherm bekijken.

The Killer ziet er picobello uit en dat is niet opzienbarend, want Fincher is bekend, om niet te zeggen, berucht om zijn perfectionisme. Hij is een waanzinnig vaardige regisseur, met een fijn cinematografisch oog. Michael Fassbender, die de hoofdrol vertolkt van een onder steeds wisselende namen reizende huurmoordenaar, is een al even vaardig acteur, met een aangenaam ongrijpbare uitstraling. Om in termen van een huurmoordenaar te spreken, regisseur en acteur weten hoe ze een (film)klus moeten klaren. Zie ook de recensie van Jonatan Faber.

Maker van moderne klassiekers

Maar haalt The Killer ook het niveau dat een perfectionist zichzelf oplegt? Fincher heeft een paar moderne klassiekers op zijn naam staan. Se7en (1995) gaf een nieuwe draai aan het genre van de seriemoordenaarsfilm: een slechterik speelt een kat-en-muisspel met de rechercheurs aan de hand van de zeven hoofdzonden. Fight Club (1999) was een explosieve film over een aan slapeloosheid lijdende gespleten persoonlijkheid, inclusief clandestiene vechtclubs en kritiek op de consumptiemaatschappij. Met name Zodiac (2007) wordt door een stevige schare aan filmliefhebbers omarmd: een zoektocht naar een seriemoordenaar die eindigt met losse eindjes. Er zijn er die The Social Network (2010) over de opkomst van Facebook een meesterwerk vinden, onder wie Quentin Tarantino, maar mij kon die toen niet zo bekoren – en misschien nu nog minder. Kortom, drie memorabele films heeft Fincher op zijn naam staan. Nou, vooruit, drie-en-een-halve als we Gone Girl (2014) nog meerekenen, en nooit is hij door een ondergrens gezakt. Er zijn filmmakers die het voor minder doen.

Tilda Swinton in The Killer (David Fincher, 2023)

Filmgeschiedenis kent tal van uitmuntende huurmoordenaars

Maar wie een film over een huurmoordenaar maakt, zo weet Fincher zelf maar al te goed, moet grote schoenen vullen. De filmgeschiedenis kent immers uitmuntende huurmoordenaars: Murder by Contract(Irving Lerner, 1958), Bring Me the Head of Alfredo Garcia (Sam Peckinpah, 1972), Day of the Jackal (Fred Zinnemann, 1973), Der Amerikanische Freund (Wim Wenders, 1977), de Hongkongse film The Killer (John Woo, 1989), Léon (Luc Besson, 1994), Javier Bardems iconische rol in No Country for Old Men (Coen brothers, 2007), Tom Cruise in Collateral (Anthony Mann, 2014). En zelfs de Vlaamse De slimste mens-presentator Erik Van Looy maakte met behoorlijk veel succes een goeie huurmoordenaarsfilm met Jan Decleir als dementerende hitman: De zaak Alzheimer (2003). Tegenover de oeverloze babbelaars uit Pulp Fiction (Quentin Tarantino, 1994) en In Bruges (Martin McDonagh, 2007) staat het ultieme referentiepunt, de uiterst zwijgzame Alain Delon in Le samourai (Jean-Pierre Melville, 1967), geen woord te veel. Samen met de Japanse gangsterfilm Branded to Kill (Seijun Suzuki, 1967) vormde Melvilles meesterwerk de inspiratiebron voor Ghost Dog: Way of the Samurai (1999), misschien wel Jim Jarmusch’ beste film. Dit is een selectie van dusdanig puike films dat de vraag zich aandient wat Finchers The Killer daaraan toevoegt.

Thekla Reuten en George Clooney in The American (Anton Corbijn, 2010)

 

Graphic novel als basis

In een interview met de Volkskrant stelde Fincher dat zijn huurmoordenaarsfilm, gebaseerd op de Franse graphic novel Le tueur zich onderscheidt door introspectie. Het is een karakterstudie die ons de geestesgesteldheid van een huurmoordenaar duidelijk wil maken. En om die reden worden we getrakteerd op een uitvoerige voice-over, vooral in de eerste twintig minuten. Onderdelen uit die lange aanloop zullen steeds als een soort mantra terugkeren: ‘Houd je aan het plan. Anticiperen, niet improviseren. Medeleven betekent zwakte. Blijf waakzaam.’ Maar als personage is een huurmoordenaar psychologisch weinig interessant. Zoals hij zelf al stelt: je moet je heel goed kunnen vervelen, ontzettend geduldig zijn, als een ‘grijze muis’ door het leven gaan, want je moet zo min mogelijk opvallen en zo min mogelijk worden aangesproken. De ‘killer’ draagt een vissersmutsje of baseballpet, let altijd op zijn hartslagmeter en is volstrekt cynisch over de wereld: er sterven per seconde 1,8 mensen op aarde, mijn werk is echt niet van invloed op die data. Maar laten we wel wezen: we zouden maar matig in de psyche van een huurmoordenaar geïnteresseerd zijn als er niet ook actie te zien zou zijn. Die actie is in The Killer een stuk minder spectaculair dan in de John Wick-franchise, maar nog altijd meer dan in The American (Anton Corbijn, 2010), waar werkelijk alle actie ook al in de trailer te zien was, tot boosheid van op actie beluste bezoekers die zich indertijd misleid voelden. 

Dennis Hopper en Nicholas Ray in Der amerikanische Freund (1977)

Handboek voor huurmoordenaars

Fincher stelde dat het interessant is hoe de woorden van de ‘killer’ in zijn film niet altijd stroken met zijn daden. Maar wat hij vertelt, zijn als het ware passages uit een handboek voor huurmoordenaars. De ‘killer’ lijkt recht van spreken te hebben, want hij claimt zeer succesvol te zijn, althans in het verleden, vóór het moment dat het verhaal van de film begint. Bij zijn huurmoord in het eerste hoofdstuk maakt hij een fout, waardoor er een verkeerd slachtoffer valt. Dat leidt tot een macabere afstraffing thuis tijdens zijn afwezigheid, en vervolgens gaat de hele film over zijn wraak voor die vergelding. Nogal wiedes dat er wrijving zit tussen de voice-over en zijn handelen, want hij spreekt als een koele huurmoordenaar die enkel handelt volgens waterdichte contracten, terwijl hij in feite een wreker is met een innerlijke drijfveer.

Alain Delon in Le Samurai (Jean-Pierre Melville, 1967)

Gratuite voice-overs

Een aanvullende kwestie is bovendien aan wie die vele voice-overs zijn gericht. Aan de kijker zou je zeggen, maar waarom? Welk belang heeft een huurmoordenaar om inzicht te bieden in zijn werkwijze? Of zegt hij de business vaarwel? Of moeten we zijn teksten enkel beschouwen als gemompel of een gedachtestroom, want hij houdt geen dagboek bij? Er zitten best fraai geformuleerde observaties tussen, daar niet van, maar hadden die voice-overs niet evengoed geschrapt kunnen worden? The Killer zou meer op Le samourai hebben geleken, maar is dat erg? Liever een goede ‘hommage’ dan een geforceerde meerwaarde: gelooft Fincher werkelijk dat die lange monologen een zinvolle toevoeging zijn?

Zou het kunnen zijn dat hij de ingreep deed als gebaar naar de Netflix-kijker? Het werk van een huurmoordenaar is saai, zo zegt ‘the killer’, maar zou men bang zijn dat die Netflix-kijker de film zelf, in geval van ellenlange stiltes, als zo saai ervaart dat Fincher ze maar opvulde met zich herhalende wijsheden. Want een film waarin volop gezwegen wordt, past niet in het tijdperk van de streamingdiensten, terwijl stilte in de bioscoop zo weldadig kan zijn (mits niet verstoord door knisperende snoeppapiertjes van bezoekers).