Skip to main content

Daaaaaali! versus The Zone of Interest

| Peter Verstraten | Column
Daaaaaali! versus The Zone of Interest
The Zone of Interest (Jonathan Glazer, 2023)

De ene parodie is de andere niet, zo bleek maar weer eens op het Filmfestival Rotterdam (IFFR). Ik had me prima vermaakt met de hilarische ongein van Quentin Dupieux. In zijn Daaaaaali! wordt de beroemde kunstenaar Salvador Dali als zo’n onuitstaanbare ijdeltuit voorgesteld dat het filmscherm te klein was voor zijn ego. Zijn extreme narcisme was aanleiding voor een bizarre aaneenschakeling van absurde grappen.

Morbide liefhebberij

Veel minder gecharmeerd was ik van Veni Vidi Vici van Daniel Hoesl en Julia Niemann, een Oostenrijkse productie uit de stal van Ulrich Seidl. Hoofdpersoon is een puissant rijke industrieel die ontzettend profijtelijk is voor de lokale economie, waardoor iedereen, politici incluis, hem op handen draagt. Hij waant zich zo onaantastbaar dat hij als sluipschutter diverse dodelijke slachtoffers maakt. Hoe dik het er voor zijn omgeving ook bovenop ligt dat hij de dader is, niemand wil die waarheid accepteren, zelfs de politie niet. Daardoor kan hij vrolijk doorgaan met zijn morbide liefhebberij. Veni Vidi Vici wordt opgediend als een satire op het kapitalisme, maar de humor werkt averechts.

The Zone of Interest (Jonathan Glazer, 2023)

Verwerpelijk én fascinerend

Zo’n kunstenaar als Dali die in zijn eigen genialiteit is gaan geloven, is een dankbare bron voor spot: haha, wat een excentrieke vogel. Maar Veni Vidi Vici wil de draak steken met amoreel kapitalisme, en misschien is dat niet het goede onderwerp voor satire. Sinds de opkomst van figuren als Silvio Berlusconi en Donald Trump in de politieke arena is steeds meer gebleken dat hoe meer er met deze idiote populisten gespot wordt, hoe groter hun populariteit. Wie lacht om belachelijke grootverdieners lijkt als vanzelf meegezogen te worden in het spel van het kapitalisme. We vinden excessieve rijkdom verwerpelijk, maar tegelijk bestaat er een grote fascinatie voor een decadente levenshouding. Die gespletenheid vormde ook de basis van het succes van de Zweedse film Triangle of Sadness (Ruben Östlund, 2022): in het middendeel verlustigt de kijker zich aan de buitensporige wensen van de superrijken op het cruiseschip, maar is er ook leedvermaak omdat de toeristen het captain’s diner slecht verteren. Östlunds film biedt de kijker een houding van ‘lekker puh’, maar dat poetst de jaloezie over hun rijkdom niet weg, want zichtbare welvaart blijft nu eenmaal een criterium van succes, of je geld belachelijk maakt of niet.

Luchtige ontsnappingsroute

Veni Vidi Vici wil ongetwijfeld uitstralen hoe pervers zo’n schier onaantastbare machtspositie is die de grootindustrieel zich heeft verworven. Maar die perverse aard zou pas echt landen bij de kijker als die (een beetje) onpasselijk was geworden van de film, net zoals veel films die Seidl zelf heeft geregisseerd onbehagen oproepen. Maar vanwege de vet aangezette ironie wordt de kijker een luchtige ontsnappingsroute geboden. Doordat die kan lachen om de strapatsen van de amorele kapitalist oogt die kapitalist onschuldiger dan die in wezen is. Het is een van de redenen waarom populistische en naar extreemrechts neigende politici gedijen bij clownesk gedrag.

Triangle of Sadness (Ruben Östlund, 2022)

Idyllische setting met lugubere lading

Nog minder bevredigend dan Veni Vidi Vici is het veelgeprezen en voor vijf Oscars genomineerde The Zone of Interest (2023) van Jonathan Glazer, momenteel te zien in LUX. Glazer had met Birth (2004) een goeie film gemaakt, met Sexy Beast (2000) en Under the Skin (2013) uitmuntende films. Qua aandacht en erkenning overtreft The Zone of Interest zijn eerdere werk, maar poeh, hij valt me niet mee. In de film over het gezin van kampcommandant Rudolf Höss zijn beeld en geluid uit elkaar getrokken. De dagelijkse bezigheden van het huishouden zijn prachtig geschoten en we zien hoe de gezinsleden vertier hebben in hun paradijselijke tuin, die wordt verzorgd door Rudolfs vrouw Hedwig. Maar de idyllische setting krijgt een lugubere lading doordat we weten dat de geluiden op de achtergrond afkomstig zijn van het naburige concentratiekamp Auschwitz. Dit navrante contrast maakt dat het echtpaar als gevoelloze lieden worden geportretteerd. Zo maalt Hedwig er niet om dat ze een bontjas van een slachtoffer past.

Technisch perfect

Glazers film wordt in recensies als ‘ijzingwekkend’ omschreven, omdat de personages zo schaamteloos-onverschillig zijn en de vernietiging van de joden als een zakelijk ‘ding’ wordt afgehandeld. Maar laten we wel wezen, dat is op zich geen nieuw inzicht. Natuurlijk is de technische uitvoering van The Zone of Interest perfect, en vooral het ijselijke sound design vol schrapende geluiden mag een Oscar krijgen. Verbijsterend is de scène waarin Rudolf de kampkreten al niet meer hoort, als hij zijn zoon vraagt om te luisteren naar het geluid van een reiger. Maar de film is toch vooral ook een conceptuele film in de gedaante van een speelfilm, zonder wezenlijke ontwikkeling van de personages (zie ook de column van gastcolumnist Freddy Sartorcolumn van gastcolumnist Freddy Sartor).

The Zone of Interest st 4 jpg sd lowThe Zone of Interest (Jonathan Glazer, 2023)

Huiveringwekkend, maar niet schurend

In interviews liet de Duitse actrice Sandra Hüller weten dat ze geen empathie kon opbrengen voor Hedwig, en dat ze haar geen enkele aangename emotie wilde meegeven. Gevolg daarvan is dat de kijker zich vergaapt aan de ‘banaliteit van het kwaad’: wat een afschuwelijke, en ook kleinburgerlijke lui. De hoofdpersonages hebben geen enkel moreel besef, maar dat betekent dat kijkers zich makkelijk moreel verheven kunnen voelen boven de personages. De kijkers kunnen denken: onze ‘menselijke’ antenne is beter afgesteld dan die van het koppel Höss. De film mag huiveringwekkend zijn, maar daarmee schuurt die nog niet.

Te veilige afstand tot personages

De Franse regisseur François Truffaut schreef zijn beroemde essay over auteurs(cinema) mede uit ergernis over filmmakers en scenarioschrijvers bij wie hij het gevoel had dat die neerkeken op hun laagopgeleide personages, bijvoorbeeld niet al te snuggere arbeiders. Een vergelijkbaar probleem speelt bij The Zone of Interest: de makers kijken onmiskenbaar neer op de entourage rondom de familie Höss, want er valt geen greintje sympathie voor het gezin uit af te leiden. Het enige morele ijkpunt wordt gevormd door de moeder van Hedwig die op bezoek komt. Na aanvankelijk de tuin bewonderd te hebben, wordt zij zich in de nacht gewaar wat er naast het huis plaatsvindt en vertrekt zij stilletjes, nog voor de dageraad. Maar de film gaat nog een tijd door en wij als kijkers blijven opgescheept met perfide figuren. Het deprimerende onderwerp lijkt gedurfd, maar de film bouwt voor de kijkers een te veilige afstand in tot de personages. Prijzen critici de film zo omdat die een politiek correct oordeel uitdraagt? Het is evident dat Glazers film het ‘hart’ op de goede plaats heeft, omdat de familie als verwerpelijk wordt gerepresenteerd. Maar dat levert helaas een wat doodse film op, die ons met morele dilemma’s lijkt te willen confronteren, maar welke dilemma’s dan? Wij hoeven ons nooit te identificeren met hun wedervaren, omdat wij enkel minachting voor hen (hoeven te) voelen. Liever een grappige film over een over het paard getilde artiest als in Daaaaaali! dan een wat over het paard getilde arthouse film over ongrappige personages.

The Zone of Interest eindigde op het IFFR op de elfde plek bij de publieksprijs, Daaaaaali! viel net buiten de top-50. De overige films die mij bevielen, stonden stukken lager. Vorig jaar was de Argentijnse film Trenque Lauquen van Laura Citarella mijn favoriete film van het jaar, dit jaar zou dat wel eens kunnen gaan gelden voor Los Delincuentes van de Argentijn Rodrigo Moreno, waarschijnlijk later dit jaar te zien in de bioscopen.

Koolhoven presenteert…

Als een festival als IFFR een genrefilm programmeert, dan is die vaak zeer uitgesproken. Het sterke Steppenwolf van Adilkhan Yerzhanov uit Kazachstan draait om een wreker in een kaalgeslagen landschap dat we van Mad Max of spaghettiwesterns kennen, maar het hoofdpersonage is cynischer en bruter dan Charles Bronson in welke film dan ook. En over genrefilms gesproken, nota bene van eigen bodem: Martin Koolhoven had zes veelbelovende filmmakers geselecteerd, en Rotterdam bood een podium voor hun middellange films. Koolhoven presenteert heet het project en zes achtereenvolgende zaterdagen wordt er een titel uitgezonden op NPO3. Trauma Porn Club van Michael Middelkoop en Binary van David Jan Bronsgeest zijn goed, maar Witte Wieven van Didier Konings spant de kroon. Deze volledig in het Drents gesproken folk-horror is opnieuw een goed voorbeeld van succesvolle regionale cinema in Nederland – zie mijn eerdere column hierover. Anneke Sluiters is geweldig, en niet alleen omdat ze me aan Sissy Spacek doet denken. 

Alleen één ding: Witte Wieven heeft veel scènes in de nacht en in een onheilspellend bos, hetgeen op het grote IMAX-doek vaak lekker gruizig oogt. Het kleine televisiescherm is doorgaans minder barmhartig voor zulke donker geschoten beelden: de gradaties in grijs en zwart zijn minder scherp. Bovendien hebben de meeste films een indrukwekkend sound design en ook dat werkt in een bioscoop bij suspensevolle sequenties vele malen beter dan op televisie. Kunnen die films niet toch gewoon ook nog in de bioscoop worden uitgebracht, en dan bijvoorbeeld in drie setjes van twee?