Skip to main content

Resurrection: Hoezo herrijzenis? *

| Jan Maurits Schouten | Film
Resurrection: Hoezo herrijzenis? *
Johan Leysen heeft wat we noemen 'een goede kop' | Foto: Contact Film

Resurrection… Als je film zo heet dan lanceer je die natuurlijk vlak voor Pasen. Het zou wel meehelpen als de film dan ook inhoudelijk over herrijzenis gaat. Na het genieten van de prachtige beelden, en na het je rot vervelen door het ontbreken van enige plotontwikkeling, na het uiteindelijk verward en geïrriteerd de zaal verlaten omdat je de allerlaatste scène niet snapt, blijft de vraag naar die titel nog lang een knagende puzzel bij dit speelfilmdebuut van de Vlaamse cineast Kristof Hoornaert. Ik geloof dat ik hem doorheb.

Ik bezoek de speciale voorpremière in het gezelschap van een vijftienjarige jongeman die de avond ervoor is losgegaan in het Groesbeekse feesthol De Linde bij zo’n artiest die niemand kent als je niet een jaar of vijftien bent en gegrepen door het rappersvirus. Je denkt: eens naar zo’n arthousefilm met zo’n jongen gaan, dat zal hem goed doen. En het gegeven van Resurrection is intrigerend genoeg: een jongeman in kennelijke nood wordt opgevangen door een oude man in een eenzame boerderij. Dan blijkt de jongeman een moord gepleegd te hebben. Je denkt: leuke, leerzame film. Maar ik zeg nu: niet doen. Niet deze film. Genoemd jongmens viel halverwege in slaap. En daar had hij groot gelijk in.

Mystieke substromingen

In Resurrection gebeurt namelijk zo goed als niets. Ja, aan het begin wat en aan het eind ook min of meer wat. Twee of drie keer lijkt er een aanzetje te zijn voor een ontwikkeling in de verhaallijn, een gebeurtenis waarvan je denkt: nu gebeurt er wat. Maar dan gebeurt er uiteindelijk toch weer niets. En dat dus 110 minuten lang. En als er dan helemaal aan het eind min of meer weer wel wat gebeurd is, dan volgen nog twee scènes. En van de laatste scène snap je dus niets. Tenzij… zeg ik, je het een en ander weet van het rooms-katholicisme, meer precies van de meer mystieke substromingen.

Alles in Resurrection is overigens knettermooi gefilmd. Al kun je van filmen in de gewone zin niet echt spreken. Toen mijn gezelschap uit zijn sluimer ontwaakte, ontdekte dat de film nog niet af was en maar weer begon mee te kijken, zag hij het na een tijdje als eerste: “hé, de camera maakt een beweging”. Dat was inderdaad toen, ergens op driekwart van de film, het geval. Niet dat het verder betekenis bleek te hebben. Af en toe maakt de camera een kleine beweging. Meestal staat hij strak op het statief.

Ongelooflijke scherpte

Wat we dan zien is scherpte, ongelooflijke scherpte. De Litouwse cameraman Rimvydas Leipus, filmend in breed Cinemascope, brengt het landschap rond de boerderij overweldigend in beeld. De groene, grazige velden, de glooiende heuvels, het bos in volle zomerbloei, steeds maar weer die natuur. Een natuur die overigens heel sterk op die rond onze stad lijkt. En dan, soms, ergens in die natuur, een eenzame figuur, meestal de oude man, die erdoorheen loopt. Ondramatisch. Gewoon zoals een man loopt. Door de velden. Op zijn boerderij. In de moestuin.

En we zien de gezichten van de twee hoofdrolspelers, dat van de jonge man (Gilles de Schryver), maar vooral dat van de oude man (Johan Leysen) van dichtbij. Heel groot en heel dichtbij en loeischerp. Die Leysen heeft wat we noemen een mooie kop. En hij kan heel goed min of meer nadenkend, min of meer verdrietig, min of meer dof vlak langs de camera kijken. Onbestemd, dat is het woord. Voor Leysens spel en voor de hele film.

Wezenloze zinnen

Heb ik al gezegd dat er zo goed als niet gesproken wordt, de hele film lang? Nou… dat is dus zo. Er wordt soms en door sommige mensen wel iets gezegd. Maar zonder enig effect. Misschien maar goed ook, want Hoornaert is niet zo’n sterke dialoogschrijver. De zinnen die de politieagenten uitspreken - ja, er komen politieagenten in de film voor. Ze maken hem niet spannender - zijn, ook als je ze alleen als boodschappers wilt neerzetten, onbestemde wezens die een aanzegging komen doen, ook dan zijn die zinnen wezenloos. Te wezenloos.

Resurrection van Kristof Hoornaert is dus een supertrage, niet-spannende, onbestemde film, opgebouwd uit prachtige, zij het statische beelden. Je hebt mensen die van het genre houden. Je kan het meditatief zien, je overgeven aan het overweldigende groen, de cinematografische ervaring. Maar dan heb je die vreemde titel nog, en die rare eindscène. Ik zeg: we moeten een film als deze symbolisch duiden. Personages zijn niet bedoeld als de figuren die ze spelen, ze staan voor iets anders. Ik zeg: zoek de lijdende Jezus in deze film. De Jezus die gestorven is en ten hemel gegaan - waarom geen groene, sappige Vlaamse boshemel - en die wederkeert om onze zonden op zich te nemen. Die plaatsvervanger is voor god op aarde en wast onze zonden weg. Die ons in het Onze Vader leert vragen ons te verlossen van het kwaad - ja, ik refereer nog steeds aan de film, waarin het Onze Vader deels wordt uitgesproken - en die zich zelf offert in onze plaats...

Vlaamse pers

Het is niet mijn kopje thee en ik denk dat in ons geseculariseerde landje slecht begrepen zal worden. Maar het zal de reden zijn dat de Vlaamse pers zo laaiend enthousiast over deze film is. Precies duiden zullen ze het bij onze zuiderburen ook niet allemaal, maar het gevoel dat de film communiceert zullen ze makkelijker kunnen oppikken. Nee, ik vind het geen aanrader, deze film. Het lijkt me een werkje voor weinigen. En dus goed op zijn plaats in Filmhuis O42, dat een klein publiek van liefhebbers wil bedienen.


Getagd onder