Gemixte gevoelens over De Basis
Op deze zaterdagmiddag kom ik voor de open dag van De Basis vol verwachting aan bij het oude pand van Doornroosje, waar ik zoveel geweldige concerten en drum-’n-bassnachten heb beleefd. Toentertijd zag de graffiti er extra indrukwekkend uit op de nachtelijke buitenmuren, waar de bas doorheen dreunde en er een sfeer van heerlijk rebelse spanning heerste.
Nu schijnt er een zwak zonnetje en kaatst de graffiti schraal af tegen de gesprekken over vastgoed die ik om me heen hoor. De nadruk ligt vandaag op ‘investeringen’ en ‘aandelen’ en het codewoord is ‘ambitie’. Want in De Basis wordt ‘ambitie omgezet in succes’, zoals je ook op de officiële website terug kan lezen. Maar hoe ambitie en succes dan precies gedefinieerd worden, blijft onduidelijk. De woorden zijn daarom even leeg als het pand nu is.
Rondleiding
Natuurlijk is het pand niet helemaal leeg. Laat me je even meenemen met de rondleiding: het begint met de bestijging van de trap, naar de plek waar vroeger de gratis garderobe was. In plaats daarvan lopen we door naar een ruimte waar de kantoren zullen komen, het zakelijke gedeelte van De Basis. Er zullen mensen komen te werken die muzikanten gaan helpen en adviseren op het gebied van promoties, record deals enzovoorts. De posters op de muren van alle concerten en events blijven gelukkig hangen, wordt ons verteld. En er mag graffiti gespoten blijven worden op de buitenmuren. Dat zorgt voor een glimlach op mijn gezicht. Ook het betreden van de voormalige backstage-ruimte is leuk. Herinneringen aan mijn allereerste interview voor Ugenda, precies op deze plek, komen naar boven.
Het is tof te bedenken dat het pand nóg vroeger heeft gefunctioneerd als school. Mijn oom heeft er nog als leerling rondgelopen. Straks komen er repetitie- en opnameruimtes mét opslagruimte, wat natuurlijk top is voor muzikanten. Ook zijn er slaapplekken, los te huur. Vertegenwoordigers van allerlei genres zijn welkom, van hiphop tot elektronische muziek tot singer-songwriters. Dat lijkt mij goed voor de diversiteit van hun broedplaats a.k.a. ecosysteem. Maar het woord diversiteit heb ik de hele dag niet één keer horen vallen. En wéér wordt herhaald dat, als je een certificaat koopt, je ook naar het Basis-café kan komen en onderdeel bent van het geheel. Er wordt sterk benadrukt waarom deze plek beter en professioneler zal worden dan andere soortgelijke plekken in Nijmegen. Zoals de repetitieruimtes van de LIMOS-kazerne.
Middeleeuws kasteel
Het lijkt wel alsof De Basis een soort afgesloten microkosmos van popmuziek wil worden. Want ‘zonder certificaat heb je hier niks te zoeken, zo simpel is het.’ Een letterlijk citaat. Ik krijg associaties van een middeleeuws kasteel met een grote muur eromheen, waarbinnen zich een geheel eigen samenleving met eigen regels bevindt. Dus óf je koopt jouw weg naar binnen (tol?), óf je bent een zakelijke entrepreneur die de Nijmeegse popmuziek ondersteunt óf een muzikant (troubadour?), die ambitie wil omzetten in succes. Dat succes kan je overigens vooral genereren door netwerken hoor ik. Als De Staat in een interview jouw bandnaam noemt, helpt dat echt. Dus de maatstaaf voor kwaliteit is de smaak van De Staat? Succes is meeliften op het succes van een gesubsidieerde, gevestigde band?
En tegelijk wordt er meerdere keren benadrukt dat De Basis een plek is zonder subsidie, van onderaf opgebouwd. En dat het niks meer te maken heeft met Doornroosje. Maar wel dat bands hier terecht kunnen om te overnachten, bijvoorbeeld bands die optreden in Merleyn, Doornroosje of een van de festivals die Doornroosje het jaar door organiseert. Het lijkt erop dat de muziekwereld van Nijmegen een web is, en het middelpunt is nog steeds de ketenintendant. Niet voor niks dat Toine Tax ook hierbij betrokken is. Ik had gehoopt dat er een open, organisch klimaat voor jong, veelzijdig en verrassend talent zou zijn. Maar het lijkt een plek te worden, ‘waar niet iedere band kan komen’, ook een letterlijk citaat. Het lijkt meer op een georganiseerde fabriek waar een selecte groep opereert. Als je iets wil betekenen en iemand wil zijn in de popmuziekwereld, dan moet je hier zijn.
Navelstaren
Ik hoor dat De Basis ook heel goed voor Nijmegen zal zijn en Nijmegen goed op de kaart gaat zetten. Dat klinkt positief. Het zal ook zeker wel een bepaalde mate van allure brengen. En de muzikanten die er terechtkomen, zullen echt wel in een warm bad stappen. Het is ook de bedoeling dat De Basis zal blijven voortbestaan, tot lang nadat de huidige populaire bands zijn verdwenen. Dat generatie na generatie muzikanten zich hier huisvesten. Bouwen aan zo’n plek is wat dat betreft een mooie daad.
Men vertelt me dat popmuziek ook écht zoiets verdient. ‘Orkesten krijgen al genoeg subsidie’. Mijn nekharen gaan recht overeind staan. Slaat die vergelijking ergens op? Verdient een muzikant in een succesvol orkest niet veel minder dan een iemand in een succesvolle popband? De bezoekersaantallen voor orkesten nemen af, popmuziek blijft goed bezocht. Orkesten moeten het net zo goed hebben van ‘vrienden’ die investeren. Dus popmuzikanten steken écht niet slecht af bij orkestmuzikanten.
En daarbij vind ik het ook vreemd om zo’n vergelijking te maken als legitimatie voor een plek als De Basis. In een samenleving moet er toch ruimte zijn voor allerlei soorten vormen van kunst en cultuur? Waar is het gevoel van solidariteit buiten het eigen genre gebleven? Twee weken geleden stond ik nog in Luxor bij Donnerwetter, die een samenwerking is aangegaan met een strijkkwartet van Het Gelders Orkest. Een zeer geslaagde kruisbestuiving. Al dat navelstaren op de connecties binnen het eigen popmuziekwereldje wordt na een tijdje een beetje vervelend.
Bouwen aan De Basis
En dan nog even de harde feiten. Voor de realisatie van De Basis is 2,4 miljoen nodig. Eerst is gekeken naar grote zakelijke investeerders. Zo is inmiddels ongeveer al de helft binnengehaald. Meerdere deadlines zijn verstreken en de nood wordt hoog. En daarom is deze publieksactie ingezet. Torre Florim van De Staat spreekt over ‘gewone mensen’ als in contrast met muzikanten en zakenmensen. Fijn, dat we als inwoners van Nijmegen en als muziekliefhebbers zo gewoon zijn gebleven hè? Als zich genoeg zakelijke investeerders hadden gemeld, had het hele verhaal van ‘onderdeel kunnen zijn van De Basis’ niet eens bestaan. Het zou fraaier en diplomatieker geweest zijn als wij gewone mensen hierover meteen waren aangesproken, in plaats van als een laatste toevluchtsoord.
En toch, ondanks mijn vele aanmerkingen, wil ik wel iedereen die het kan aanraden te investeren. Maar niet om als een soort van aanhangsel in het café te mogen komen hangen en te kijken naar de mensen die in de rest van het pand rondlopen. Ik zou juist zeggen: gooi de hele Basis sowieso een paar keer per jaar helemaal open. Niet eens per se omdat je popmuziek in Nijmegen wil aanmoedigen. Dan zou ik eerder kleinere niche-initiatieven steunen, initiatieven die ambitie en succes op een eigenzinnige manier vormgeven. En ook niet voor het financiële rendement, want dat is er niet. Wel omdat er met veel moeite wordt geprobeerd iets te bouwen dat nog generaties zal blijven groeien. Dat is wel degelijk bewonderenswaardig. Bovendien zou het doodzonde zijn als dit pand tegen de vlakte gaat.
De volgende open dag is op 16 juni.
Getagd onder
Noêma Neijboer
Cultuurwetenschapper met een behaalde master Creative Industries. Dichter met een passie voor street art. Observeert en geniet van de kunst en cultuur in Nijmegen. Staat altijd open voor een interview!