Amadeus: Kakken zonder douwen
Maar liefst acht Oscars won Milos Formans Amadeus in het voorjaar van 1985, onder andere die voor beste film, die voor beste regie en die voor beste hoofdrol. Ook in de bioscopen was deze ‘fijnmazige biografie van W.A.Mozart’ succesvol. Maar zo onverdeeld lyrisch als de kritieken nu zijn: ‘Iedereen die ook maar een beetje geïnteresseerd is in cinema, mag deze unieke film niet missen.’ Destijds was de ontvangst van met name de Nederlandse filmjournalistiek zó beslist niet.
Integendeel! Het waren met name de muziekcritici die enthousiast waren en die met deze populaire filmversie een soort emancipatie van klassieke muziek zagen plaatsvinden. De meer echte cinefiel was niet zo gediend van de exuberante stijl, de drukte, en de visuele pracht en praal van deze Milos Forman. Amadeus werd meer beschouwd als een degelijk, uitstekend gemaakte verfilming van het gelijknamige theaterstuk van Peter Shaffer met Tom Hulce als het giechelende wonderkind Mozart en F. Murray Abraham in een meesterlijke vertolking van zijn tegenpool, de gefrustreerde en jaloerse componist Salieri.
Volgens de gerenommeerde criticus Peter Bradshaw in The Guardian is Amadeus nu nog altijd een ‘five star masterpiece’. Voor ons was het dat destijds niet. Wellicht waren de verwachtingen ook te hooggespannen. In 1975, negen jaar voor Amadeus, schreef Milos Forman immers filmgeschiedenis met One Flew Over the Cuckoo’s Nest en creëerde daarmee de definitieve doorbraak van Jack Nicholson.
Visionair Bals
Niet onvermeld mag blijven dat in die jaren de toon en de sfeer binnen cinefiel Nederland voor een groot deel bepaald werd door Hubert Bals, destijds directeur van IFFR (Filmfestival Rotterdam) en grondlegger van de filmhuizencultuur in Nederland. Zelfs de filmjournalisten, zeker die van kwaliteitskranten als de Volkskrant en NRC, dansten naar zijn pijpen. Niet onlogisch; als visionair had Bals immers het hele ingeslapen vaderlandse bioscoopwereldje opgeschud met zijn filmfestival en filmhuizen.
Toen Bals in een interview het beleid van de Nederlandse bioscopen weer eens had bekritiseerd liet hij zich ook niet onbetuigd over het voor hem wellicht iets té succesvolle Amadeus. Drie woorden had hij er maar voor nodig: ‘Kakken zonder douwen’. Zo’n schijtcinema hoorde niet in de Nederlandse bioscopen en filmtheaters thuis. De toon was gezet en o wee als er ook maar een programmeur iets positiefs over dit muzikale noodlotsdrama durfde te zeggen.
Ongetwijfeld werd zo mijn oordeel over cinema beïnvloed en mijn smaak mede bepaald. Maar het kwam ook, meer nog zelfs, doordat we in die jaren onze nieuwe helden ontdekten. Wim Wenders won met Paris, Texas zijn Gouden Palm in Cannes, Jim Jarmusch brak met zijn eerste films door. En in de gehele kunstbeleving zochten we in die jaren naar het andere, het alternatieve, de tegencultuur.
John McEnroe als voorbeeld
Vreemd genoeg herinner ik me nog best veel van die ene keer dat ik Amadeus zag. Ook ik stoorde me aan dat visueel uitbundige, die overdreven getoonde pracht en praal, maar nog meer stoorde ik me aan dat steeds terugkerende irritante lachje van Tom Hulce. Vreemd genoeg is het bij Amadeus gebleven voor Hulce, de enige grote dragende filmrol in zijn carrière. Later las ik dat Milos Forman bedacht had dat Tom Hulce iets van het karakter van John McEnroe in zijn rol moest leggen. Destijds het enfant terrible van de tenniswereld en de eeuwige rivaal van Björn Borg. En omdat ik in de tennisrivaliteit altijd al op de hand was van de coole Zweedse Iceborg, was er voor mij bij het aanschouwen van Amadeus vanzelfsprekend geen ontkomen aan. Eindoordeel: irritant protserig gedoe om niks, dus ‘kakken zonder douwen!’
Vanaf deze week keert deze Amadeus in een 4K-restauratie terug in de cinema in zijn originele versie. Het wordt als een klassiek meesterwerk gepresenteerd in de filmtheaters: ‘Een van meest geprezen muzikale biopics ooit.’ Zonder enige kritische noot of historische bijsluiter. Juist in die filmtheaters die hun oorsprong, hun bestaan te danken hebben aan Hubert Bals. Op zo’n moment vraag ik me wel eens af, wat zou Huub (zo noemden wij de grote filmleider) ervan gevonden hebben? Hij zou zich ongetwijfeld omdraaien in zijn graf. Of hij ook een oordeel gehad zou hebben over het programmeren van Michael in de filmtheaters. Naar deze ‘mooie muzikale biopic’ zou ik hem niet eens hebben durven vragen. Hij zou alleen hebben gezwegen. Doodgezwegen.
Epiloog, het graf van Hubert Bals
Vorige week was ik bij zijn graf in Utrecht, het graf van Hubert Bals. In 1988 veel te vroeg overleden. Ik was er niet om te vragen wat hij van het huidige beleid van de filmtheaters vond. Zou niet durven. Nee, ik was er voor de laatste keer. Deze maand wordt zijn graf namelijk geruimd, niemand die zich er nog om wil bekommeren. Zo gaat dit in ons land.
Foto: Peter van Esch
Hoe wij omgaan met onze geschiedenis is aan mijn buitenlandse vrienden en kennissen in de filmwereld niet uit te leggen. Geen enkel monument, geen graf meer, geen plek om te herdenken. En dat van een man die allesbepalend was voor de alternatieve filmvertoning, de arthouse cinema. Een man die internationaal Rotterdam op de kaart zette met zijn International Filmfestival Rotterdam, IFFR. Misschien niet de allerbelangrijkste man in de Nederlandse filmwereld van pakweg de afgelopen vijftig jaar, maar onbetwist wel een van de meest gepassioneerde, meest visionaire en meest revolutionaire figuren met gevleugelde uitspraken als: ‘Het kijken naar een goede film, is lekkerder dan neuken.’ Zonder hem zouden wij een heel saai filmland zijn gebleven. En Nijmegen? Ja, en ons Nijmegen een saaie provinciestad van kakken zonder douwen.
De filmtijger
Hubert Bals, de filmtijger, het enige dat ons rest zijn de herinneringen. En zijn biografie uit 1996 van Jan Heijs en Frans Westra: Que Le Tigre Danse. Vast nog ergens in de ramsj te krijgen. Vooruit als eerbetoon nog een laatste anekdote. Het was begin jaren 80 in een morsig café Le Petit Carlton in Cannes. Na veel drank klom Bals op een tafel, riep naar alle aanwezige Nederlanders, journalisten en een paar filmbaasjes (in die jaren ging nog niet iedereen naar de festivals): ‘Met al het geld dat jullie hier vanavond verbrassen kan ik zo een nieuwe film aankopen!’
Vanaf 13 mei is ze weer en masse present op het filmfestival aan de Côte d’Azur, de Nederlandse filmwereld. Eén drankje op een avond minder en de grafrechten zijn betaald, twee drankjes minder en een monument is gefinancierd. Zal niet gebeuren, we houden het liever gezellig, we brallen wat en ‘kakken zonder douwen’.