Nouvelle violence: Kill Bill, The Whole Bloody Affair van Quentin Tarantino
‘Ik houd nu eenmaal meer van Jean-Luc Godard dan van François Truffaut,’ zo stelde Quentin Tarantino na de uitbreng van zijn eerste Kill Bill-film (2003). Om die simpele reden had hij nooit Truffauts La mariée était en noir (The Bride Wore Black, 1968) gezien. In deze verfilming van een Cornell Woolrich boek uit 1940 wordt de aanstaande echtgenoot van een bruid (Jeanne Moreau) bij de voltrekking van hun huwelijk vermoord. Vervolgens gaat zij één voor één de vijf daders doden. Dat is inderdaad identiek aan de plot van het in twee delen uitgebrachte Kill Bill, zo gaf Tarantino toe, maar hij had toch vooral leentjebuur gespeeld bij Lady Snowblood: Blizzard from the Netherworld (Toshiya Fujita, 1973). Aanstaande vrijdag en zondag toont LUX Kill Bill: The Whole Bloody Affair, oftewel volume 1 en volume 2 (2004) achter elkaar.
Hoe langer La mariée était en noir duurt, hoe ingenieuzer de moorden. Nummer vijf moet wel een huzarenstukje worden, want het doelwit zit hermetisch opgesloten in een gevangenis. De ‘bruid’ laat zich arresteren en ze werpt zich op om het eten rond te brengen bij de cellen van de gedetineerden. Dan is het daarna niet al te moeilijk meer. Een ijselijke gil maakt duidelijk dat haar missie volbracht is.
Truffauts film is vooral vakkundig opgezet: we zien hoe de ‘bruid’ methodisch te werk gaat. Daarentegen is de toon van Tarantino’s Kill Bill eerder cartoonesk, in de geest van een comic-strip. Zo maakt Vernita een bordje klaar met havergranen (merk Kaboom) en schiet vervolgens op Beatrix met een in de doos verstopt geweer – mis; Beatrix schopt haar kop koffie richting Vernita, die daardoor wordt afgeleid en voor ze het in de gaten heeft, steekt een mes in haar borstkas.
Lady Snowblood
Een cartooneske toon kenmerkt eveneens Lady Snowblood, waarmee de film recht doet aan de gelijknamige mangaserie (Japanse animatie) van Kazuo Koike en Kazuo Kamimura uit 1972-73 waarop die gebaseerd is. Overigens is Lady Snowblood net als Tarantino’s project, in twee delen uitgebracht – dat tweede deel had als ondertitel: Love Song of Vengeance (1974), maar vormde verder geen invloed op Kill Bill.
In de opening van deel een van Fujita’s film zien en horen we een hard huilende baby. Moeder Sayo zal na de zware bevalling in de vrouwengevangenis komen te overlijden, maar kan nog net tot het kind zeggen: ‘Yuki, jij bent op de wereld om je moeder te wreken.’ We schakelen gelijk twintig jaar vooruit in de tijd, en zien een slipper met hoge zool in de sneeuw: de in een kimono geklede Yuki schuilt achter een parasol en binnen geen tijd rijgt ze vier mannen aan haar sabel. De begintitels moeten nog komen. Het vereist weinig fantasie om te zien dat Meiko Kaji’s vertolking van Lady Snowblood model stond voor het personage O-Ren Ishii, een van de doelwitten van Beatrix Kiddo, the ‘bride’ uit Kill Bill. O-Ren Ishii wordt weliswaar door de Amerikaanse, uit Chinese ouders geboren, Lucy Liu gespeeld in plaats van door een Japanse actrice, maar qua kleding en houding zijn er volop gelijkenissen.
Op het vlak van het verhaal heeft Lady Snowblood echter onmiskenbaar parallellen met Beatrix. Fujita’s film springt door de tijd heen, waardoor we pas later weten dat Sayo verkracht en mishandeld is nog voor de geboorte van Yuki; haar man en zoontje werden vermoord. Als we in een montage met korte shots een impressie zien van die verkrachting, wordt die tijdelijk onderbroken door de scène waarin Sayo het ‘duivelskind’ Yuki ter wereld brengt. Sayo wordt door celgenoten geholpen, want ze blijkt tot levenslang veroordeeld nadat ze een van de vier daders had gedood. Eenmaal opgesloten zal ze met elke man seks hebben die maar beschikbaar is in de hoop zwanger te worden van een kind dat de drie overgebleven daders zal moeten laten ‘boeten voor hun gruweldaden’.
Laconiek geweld
Ze hoopte op een sterke zoon, maar krijgt een dochter. Sayo’s geest zal echter overslaan op Yuki, die al vanaf haar achtste keiharde trainingen ondergaat. Ze wordt opgevoed tot een toegewijde en koelbloedige strijdster, net zoals dat voor Beatrix geldt die door de Viper bende van Bill is opgespoord op haar bruiloft. Haar aanstaande man wordt gedood; de hoogzwangere Beatrix belandt in een jarenlange coma. Het had de toorn van Bill gewekt dat Beatrix zijn moordcommando had verlaten om haar eigen leven te leiden; zelfs haar mededeling dat Bill de vader van haar nog ongeboren kind is, maakt hem niet vergevingsgezind. De details verschillen met Lady Snowblood, maar het te volgen traject is behoorlijk overeenkomstig: ook Beatrix wordt gedreven door bloedwraak.
Meer nog dan in Lady Snowblood is het eindeloze geweld in Kill Bill tegelijk zo onmogelijk en zo messcherp sereen dat het lachwekkend wordt. Tarantino heeft vanaf zijn eerste twee films Reservoir Dogs (1992) en Pulp Fiction (1994) zijn succes gebouwd op wat ‘nouvelle violence’ is gaan heten: geweld wordt zo laconiek gepresenteerd dat je er eerder om in de lach schiet dan dat het je met afgrijzen vervult. Tot ergernis van een regisseur als Michael Haneke heeft het geweld bij Tarantino een hoge amusementswaarde: het oogt cool. Nooit was daar een beter voorbeeld van dan de gangster in Reservoir Dogs die danst op een middle-of-the-road popnummer uit de jaren zeventig, vlak voor hij een agent een oor afsnijdt.
Haneke irriteerde zich aan dergelijke relaxte bruutheid; voor hem moet elke verbeelding van geweld de kijker tarten en enkel en alleen ongemak teweegbrengen. Haneke maakt een Duitstalige film onder de titel Funny Games (1997; Amerikaanse remake 2008), maar het was vooral niet de bedoeling dat kijkers de perverse spelletjes van de twee jongens ‘grappig’ zouden vinden. Inderdaad, het resultaat was naargeestig. Tarantino visualiseert geweld echter zodanig stijlvol dat kijkers spontaan beginnen te grinniken. Vervolgens verkneukelt hij zich bij de gedachte dat kijkers, met enig schaamrood op de kaken, beseffen dat het wel erg ongepast is om te lachen om afgehakte ledematen en andere wreedheden.
Herschrijven geschiedenis
In talloze wraakfilms moeten wrekers hun missies met de dood bekopen – zie onder meer de films van John Woo waarover ik onlangs schreef, of denk aan Scarface (1932 / 1983), Léon (1994) of John Wick: Chapter 4 (2023). Tarantino, daarentegen, is een filmmaker bij uitstek die het noodlot herschrijft. Daarvan getuigt vooral zijn film Inglourious Basterds (2009), waarin Hitler en Goebbels ruim voor het in geschiedenisboeken beschreven einde van de Tweede Wereldoorlog in een Franse bioscoop worden gedood. Of neem zijn Once Upon a Time in Hollywood (2019), die de omstandigheden van de daadwerkelijke moord op actrice Sharon Tate herschept, maar door een plotselinge interventie ontsnapt zij aan de dood. Met zulke filmeindes zet Tarantino de loop van de geschiedenis naar zijn hand.
Zo heeft ook Kill Bill een utopische insteek. Niet alleen overleeft Beatrix een coma, overwint ze gevechten tegenover een ruime numerieke meerderheid – dankzij Hattori Hanzo’s speciale zwaard – en weet ze uit een doodskist te kruipen, maar het einde is beter dan goed, zoals het eigenlijk alleen sprookjes betaamt.
Dat kijkers dergelijke gelukkige eindes van Tarantino films accepteren, heeft te maken met de bravoure waarmee hij gretig uit andere films citeert of ze herbewerkt. Hij recyclet naar believen oudere films, en maalt er niet om of ze tot de B- of C-garnituur worden gerekend. Sterker nog, hij lijkt zelfs een voorkeur te hebben voor gemarginaliseerde titels. Om zijn films te kunnen volgen, maakt het nauwelijks uit of de kijker de verwijzingen kan plaatsen; die verhogen het plezier van de cinefiel, maar hebben geen intrinsieke betekenis.
Een ‘movie-movie’
Filmcriticus Jeremiah Kipp typeerde het werk van Tarantino neerbuigend als het filmische equivalent van karaoke. Hij noemde hem een ‘nep-auteur’ die volop jat uit het werk van anderen om hip over te komen met zijn ‘citaten’ uit Hongkong actiefilms, spaghettiwesterns en blaxpoitation movies. Daarmee wordt Tarantino te kort gedaan. Zijn studie Cinema Speculation over de films die hij op jonge leeftijd zag, laat zien hoe hij altijd al een scherp filmoog had en op die grond films creatiever kan herkauwen dan wie ook.
Hij introduceerde zich ooit als een navolger van Godard en ook al is dat een wat al te boude bewering, in zijn werk probeert hij wel degelijk op zijn manier de mogelijkheden van de filmtaal ten volle te benutten: de temporele orde is dooreen gehusseld; hij gebruikt jump cuts, hij voegt animatie in, monologen voor de camera; schakelen van kleur naar zwart-wit en vice versa.
Tarantino noemde Kill Bill zelf een ‘movie-movie’: van A tot Z is alles volstrekt onrealistisch en idealiter zou de kijker een nieuwe episode moeten ondergaan alsof die een ander genre binnenstapt. In de vaardigheid waarmee Tarantino alle filmactie opdient – ‘revenge is a dish best served cold’ – draait het vooral om Beatrix’ vastberadenheid om rekeningen te vereffenen. Als ze aan het begin van volume 1 Vernita heeft gedood, neemt Vernita’s vierjarige dochtertje Nikki poolshoogte, met alle havergranen verspreid over de keukenvloer bij het lichaam van haar moeder. Beatrix zegt: ‘It was not my intention to do this in front of you. For that, I’m sorry. But you can take my word for it. Your mother had it coming. When you grow up, if you still feel raw about it, I’ll be waiting.’ Oftewel, Nikki staat volledig in haar recht als ze over een x-aantal jaar een rekening met Beatrix komt vereffenen. Dat kun je ook zien als de schaduw die over het gelukkige einde valt.