De gelovige of de atheïst: Los domingos
Of ik nu daadwerkelijk zo gegrepen was door de Baskische film Los domingos (zondagen) van Alauda Ruiz de Azúa, dat valt wel mee. Vijf sterren door VPRO cinema.nl is wel erg gul. Niettemin raakte ik gaandeweg steeds meer geïntrigeerd door de onbepaalde toon van de film, te zien in LUX. Welke houding sprak uit Los domingos over het katholieke geloof? Ik moest denken aan Lourdes (2009) van de Oostenrijkse filmmaakster Jessica Hausner dat zich zo vloeiend bewoog tussen ernst en ironie dat het twee typen kijkers tegelijk bedient.
Ik herinner me nog dat er indertijd in LUX bezoekers waren die tijdens de vertoning hoorbaar de plekken aanwezen die ze bezocht hadden toen ze zelf een bedevaartstocht naar Lourdes hadden gemaakt. We zien in Hausners film lange processies die ter plekke gedraaid mochten worden en we zijn aanwezig bij drukbezochte kerkdiensten. Maar was Lourdes wel eerbiedwaardig genoeg voor deze kijkers? Blijkbaar wel want ik hoorde geen wanklank gedurende de vertoning en niemand verliet voortijdig de zaal.
Te midden van al die vroomheid volgen wij Christine die met een uitgestreken gelaat acteert. Gezeten in een rolstoel vanwege haar vergevorderde MS heeft ze de jonge Maria (Léa Seydoux) als begeleidster toegewezen gekregen. Christine had liever een culturele reis gemaakt naar Rome, maar dan had ze het zonder hulp moeten stellen. De reis naar Lourdes is dus niet uit (geloofs)overtuiging gekozen, maar vanwege een praktisch voordeel.
Een wonder in Lourdes
Maria heeft echter haar oog laten vallen op Kuno die de reis mede heeft georganiseerd. Omdat ze Christine bij tijd en wijle alleen laat, wordt Maria gemaand dat ze hier niet voor haar eigen plezier is. Maria is niettemin geregeld afwezig en dan ontfermt Frau Huber zich onmiddellijk over Christine. Frau Huber is een oudere, eenzame en godvruchtige vrouw die om gezelschap verlegen zit. Christine laat zich haar bemoeienis welgevallen, want veel keus heeft ze niet. Ondertussen worden de scènes doorsneden met verhalen over (tijdelijke) genezingen en de bedevaartgangers hopen dat een dergelijk ‘wonder’ hen ten deel zal vallen: er is er altijd wel een die dat overkomt. Deze hoop verklaart ook Frau Hubers hulpvaardigheid, want een priester heeft haar verteld dat je je hart voor Hem moet openstellen om kans op genezing te maken. Met haar opzichtige hulp aan Christine meent ze ook zelf daarvoor in aanmerking te kunnen komen.
Toen ik Hausners Lourdes indertijd keek, was het voor mij een ironische film die spot met de bedevaart. Dat kwam mede doordat het uiteindelijk Christine is die uit haar rolstoel kan opstappen. Frau Huber oogt trots als een pauw, alsof het succes het gevolg is van haar goede zorg, maar enkele andere toeristen zijn verongelijkt: Waarom heeft nu net degene die de pelgrimstocht maar half serieus neemt het geluk aan haar zijde? Waarom heeft Hij haar uitverkoren en niet voor een echt devoot persoon gekozen?
Onlangs herkeek ik Lourdes om te zien of je die ook als een serieus portret kon kijken. Jazeker, dat kan probleemloos: een gelovige hoeft hier geen enkele aanstoot aan te nemen. Dat komt vooral doordat cameraman Martin Gschlacht – die ook de cinematografie van Gouden Kalf-winnaar Voor de meisjes (Mike van Diem, 2025) heeft verzorgd – meer dan genoeg totaalshots toont, met volop biddende pelgrims. Wij weten dat Christine haar bedenkingen heeft over het geloof, maar zij is te respectvol om haar scepsis te uiten. Zij heeft geen enkele aandrang om iemand ook maar ergens van te overtuigen.
Tussen ernst en ironie
Dat ik Lourdes zo’n geslaagde film vond, en nog steeds vind, komt doordat die zich enerzijds als een serieus verhaal presenteert en anderzijds de keus voor een ironische kijkhouding mogelijk maakt. Bij Los domingos ligt dat echter anders: er zijn nauwelijks aanknopingspunten die uitnodigingen om deze film als ironisch op te vatten. Maar evengoed schuilt de grootste fascinatie in de vraag wat de toon van de film van Ruiz de Azúa is. Pleit die nu voor of tegen het katholicisme?
Aanvankelijk was ik wat verstoord door Los domingos, omdat de stijl van de film weliswaar onberispelijk is, maar een bijzondere sprankeling mist. Ik ben vast geïndoctrineerd door al die sterke films die er over het geloof zijn gemaakt. Ze zijn ontzettend streng en precies, met uitgebeende shots, vaak in zwart-wit: Un journal d’un curé de campagne (Robert Bresson, 1951), Ordet (Het woord, Carl Theodor Dreyer, 1955), De avondmaalsgasten (Ingmar Bergman, 1962), Ida (Pawel Pawlikowski, 2013), First Reformed (Paul Schrader, 2017). Dat zijn schraal maar strak ogende films zonder poeha, waarbij elk detail is uitgekiend.
Is Los domingos op de keper beschouwd wel een film over geloof, zoals genoemde titels dat zijn? In deze films worden priesters aan een beproeving onderworpen: val je bij grote tegenslag niet aan twijfel ten prooi (bij Bresson blijft de priester standvastig; bij Bergman en Schrader wankelt hun geloof omdat ze vrezen dat God de handen van de wereld heeft afgetrokken). Bij Dreyer weet de ‘gekke’ oudste broer, die denkt dat hij Jezus is, ook tot zijn eigen verrassing een wederopstanding van zijn schoonzus te bewerkstelligen zodat ook zijn ongelovige broer van de weeromstuit opnieuw moet gaan geloven. In Ida krijgt een jonge vrouw de opdracht van moeder-overste om eerst haar familieachtergrond te leren kennen om te kunnen bepalen of ze daarna nog steeds non zou willen worden.
Medaillon Maagd Maria
Los domingos is het meest verwant met Ida, maar steekt toch fundamenteel anders in elkaar. De zeventienjarige Ainara is vastbesloten om zich bij de nonnen in het klooster aan te sluiten. Terwijl Ida eerst een pad moet afleggen als test in de ‘echte’ wereld, begeleiden pater Txema en de zusters Ainara binnen de kloostermuren. Immer vriendelijk glimlachend en zacht sprekend, is de rol van moeder-overste Isabel om de tiener in haar invloedssfeer te trekken onder het mom van voorlichtingsgesprekken met de familie die zorgen heeft over Ainara’s keus. Haar houding is: ‘God roept wie Hij wil – wij zijn alleen Zijn kudde.’
Ainara heeft een medaillon van de Maagd Maria om haar hals die ze van haar jong gestorven moeder heeft gekregen. Ze wijst haar familie erop dat ze een roeping heeft: ik voel dat Hij me liefheeft. Ainara’s vader Iñaki is in dubio: moet hij haar zijn toestemming weigeren om in het klooster te treden of moet hij de keus van zijn oudste dochter respecteren? Zijn atheïstische zus, tante Maite, die de kerk alleen uit sociale verplichting bezoekt (bijvoorbeeld voor de viering van een communie), voert echter openlijke oppositie. Volgens haar voelt Ainara geen roeping, maar zoekt zij troost voor de afwezigheid van haar ‘gestoorde moeder’. De puber zou meer baat hebben bij sessies bij een psycholoog dan bij een verblijf in een klooster.
Als Maites echtgenoot Pablo Ainara naar haar beweegredenen informeert, mondt hun conversatie uit in een scène waarin Pablo larmoyant probeert tot God te bidden tijdens een familiebijeenkomst: ‘Roep Ainara niet. De hele familie zal haar zo gaan missen. Haar twee zusjes zullen voor galg en rad opgroeien.’ Later zal blijken dat Maite Pablo heeft ingefluisterd om iets te ondernemen, maar zij vindt zijn actie van zoveel averechtse spot getuigen dat het hun huwelijkscrisis alleen maar vergroot.
Verbeten Maite
Gaat u voor verdere verwikkelingen vooral Los domingos zelf kijken, maar mijn punt nu is dat de film aan de kijker lijkt te vragen: voor wie kiest u partij? Vindt u dat de nonnen manipulatief zijn en misbruik maken van de naïviteit van een rouwende tiener? Dan staat u aan de kant van Maite en ik las dat de filmmaakster zich zelf meer dan in wie ook in Maite herkent. Maar … hoe langer de film duurt, hoe verbetener Maite wordt en hoe lastiger het wordt om in haar verzet mee te gaan. Als kijker begin je je af te vragen: koester jij zelf niet te veel wrok in je eigen leven om je zo nadrukkelijk met het leven van Ainara te bemoeien?
In de episodes waarin we zicht krijgen op Ainara’s proefperiode in het klooster, lijkt er in Los domingos sprake van een grote onderlinge solidariteit onder de vrouwen, zonder dat hun leven daar wordt geïdealiseerd. Of zoals een van de nonnen zegt: ‘God kan nukkig zijn, net als elke echtgenoot.’ Los domingos staat buiten een debat over ernst en ironie, zoals je dat kunt voeren bij Lourdes, maar de kwestie is: bedient de film de gelovige of de atheïst? Of slaagt de film erin een middenkoers te volgen?
Maar wacht eens, gaat de film eigenlijk wel over geloof, of meer over passie in algemene zin? Had je niet qua verhaalstructuur een min of meer vergelijkbare film kunnen maken door de plot te centreren rondom een tiener die per se een carrière als autocoureur nastreeft? Dan hadden er door de naaste omgeving identieke bezwaren kunnen worden ingebracht: deelnemen aan zo’n levensgevaarlijke sport, dat doe je je familie toch niet aan? Waarom jaag je monomaan die passie na? Ga lekker uit met je vrienden of begin aan een relatie.
Als Los domingos dan toch geen daadwerkelijke film over geloof is, dan kan ik die de weinig strenge filmstijl wel vergeven.