Skip to main content

Naar een volwassen Smeltkroes 2.0

| Rob Haans | Interview
Naar een volwassen Smeltkroes 2.0
Wimke, Bauke en Bas, oprichters van De Smeltkroes | Foto: Rob Haans

Toen de oude fabriek van Honig zo'n vijf jaar geleden in gebruik werd genomen door verschillende bedrijfjes – het project om te bouwen aan Waalfront West was door de crisis in de ijskast terecht gekomen – was Ugenda de eerste die bij hen op de koffie ging. Om te vragen wat de bedoeling was en wat zij van de toekomst verwachtten. Iets meer dan vijf jaar nadat Claire van Beuzekom met hem sprak, maak ook ik kennis met Bas de Vries van De Smeltkroes, een bedrijfsverzamelgebouw van 4400 m2 voor de maakindustrie.

Tijdens de rondleiding door het uitgebreide complex vertelt Bas enthousiast over De Smeltkroes: “Het idee kwam voort uit het feit dat het heel tof is om multidisciplinair te werken. Bauke, Wimke en ik zijn al twintig jaar vrienden en delen een passie voor het maken. Ik ben zelf architect van beroep, Bauke is meubelmaker, Wimke productvormgever. Samen bedenken we heel veel leuke dingen. Dat deden we eerst altijd op vrijdag, gewoon een beetje hobbymatig, naast onze beroepen. We hebben dat idee hier een beetje overdreven groot opgezet: wat als we nu de dingen wij nodig hebben op zo'n manier neerzetten dat anderen er ook gebruik van kunnen maken? Inmiddels faciliteren we niet alleen ruimtes, maar ook algemene faciliteiten als vergaderruimtes, workshopruimtes, een centrale werkplaats, compleet ingericht met hout-, metaal- en kunstofbewerkingsmachines. We hebben ook een ondernemer die een fablab faciliteert. In die zin proberen we met fysieke voorzieningen ons platform uit te breiden, maar ook in andere vormen, zoals bijvoorbeeld een designlabel. ”

De dynamiek die jullie met z’n drieën hadden hebben jullie vertaald naar de makersplaats?

Bas: “Ja, naar iets wat voor nog meer makers interessant is. We zeggen weleens: we hebben een speeltuin gecreëerd waar we zelf de beheerder van zijn, maar waar we zelf ook af en toe nog mogen spelen. Het is een te gekke plek geworden voor makers zoals wij. Super-uiteenlopend ook, van beeldhouwer tot meubelmaker, tot tassenontwerpers,  instrumentenbouwers, filmmakers, fotografen, grafische vormgevers, applicatieontwikkelaars, schrijvers, journalisten tot en met archeologen. Alles wat met maken te maken heeft en wat eromheen zit, dat huisvesten wij. Men komt elkaar tegen en praat met elkaar en daar komen heel veel samenwerkingen uit voort. Er vindt ook heel veel ruilhandel plaats. Het is echt een soort mini-maatschappij van makers. Zo is er ook al een ‘smelt-baby’ geboren en wordt het ene product naar de andere maker genoemd. Zo heeft Hella, de keramist, een vazenserie genoemd naar haar familieleden, maar tegenwoordig is er ook een Elsje, genoemd naar de goudsmid die een goede vriendin is geworden en een Susan, die voor haar de houten mallen draait. Bijzonder dat dit allemaal gebeurt en dat wij daar een beetje veroorzaker van mogen zijn, dat voelt wel heel tof.”

Na de rondleiding gaan we met een kop koffie op het kantoor zitten, waarna ook Bauke Smit en Wimke van den Heuvel aan het gesprek deelnemen.

Zijn jullie voorspellingen van vijf jaar geleden uitgekomen?

Bas: “Die nieuwe technieken, zoals de 3D-printer en de lasersnijder, zijn er nu ook. In ons planrapport hebben we indertijd in tienduizend woorden opgeschreven hoe wij deze plek zo maximaal zouden kunnen maken. Ik denk dat daarvan 95% is gelukt, dat is echt bizar veel. Het is heel mooi dat we dat wel allemaal hadden bedacht aan de voorkant, maar dat moet dan nog maar blijken te werken. Steeds vaker gebeurt dat ook. We zetten het gewoon door, maken het niet te ingewikkeld. Dat is ook de reden dat je de gezamenlijke ruimtes gratis kan gebruiken als huurder. Je moet je maximaal op je creativiteit kunnen focussen en niet op allemaal randvoorwaarden.”

Als je terugkijkt, wat zie je als belangrijkste ontwikkeling die jullie hebben doorgemaakt?

Bauke: “Volwassen worden. We zijn dit echt heel blanco begonnen. Echt vanuit onze eigen intrinsieke motivatie dat we zelf zo’n plek wilden hebben. Die hebben we gewoon nodig, en dan zullen er vast mensen zijn die dat ook graag willen. Vanuit die gedachte zijn we dit gestart. Maar toen wisten we eigenlijk niet wat de omvang van zo’n bedrijf eigenlijk inhoudt. Maar goed ook, anders waren we het misschien helemaal niet begonnen. Je leert in zo’n proces steeds beter omgaan met wat er bij zo’n dynamische plek eigenlijk hoort. Dus ook de groei die daarmee gepaard gaat.”

“Wat ons personeel betreft hebben we in aanvang geprobeerd, vanuit maatschappelijk oogpunt, vooral te werken met mensen met een beperking of afstand tot de arbeidsmarkt. Maar dan kom je erachter dat het veel energie kost en we eigenlijk al te weinig tijd hebben om alles te runnen. Want als sociale onderneming doen we veel zelf. Uiteindelijk zijn we na meerdere trajecten ook bij regulier personeel uitgekomen, zo is onze teamsamenstelling meer in balans. Dat we personeel hebben op dit moment, is ook wel echt onderdeel van het volwassen worden.”

Zijn jullie geprofessionaliseerd de afgelopen vijf jaar?

Wimke: “Jawel, toch wel. Vooral de afgelopen twee jaar zijn we flink aan het protocolleren.”

Bas: “Het zijn natuurlijk allemaal creatieve geesten. Het is best wel moeilijk om deze plek in strakke banen te leiden. Of in ieder geval en beetje in de hand te houden. Daarom moeten we vrij veel protocollen maken over hoe we met bepaalde situaties om kunnen gaan. Soms voel je je daarin een beetje en politieagent, maar dat lukt steeds beter eigenlijk.”

Wimke: “Het is ook leren omgaan met twee petten dragen. Op de werkvloer lopen we soms als maker, als huurder van De Smeltkroes. Maar we hebben natuurlijk ook duidelijk een andere rol, zo wordt er óók naar ons gekeken. Om je dat aan te meten, eigen te maken; dat hebben we ook wel moeten leren de afgelopen vijf jaar.”

IMG 2266

Hoe zijn die petten verdeeld qua tijd? In hoeverre zijn jullie nog zelf makers?

Bauke: “Deze plek vormgeven en goed houden is ook maken. We hadden echt de ambitie om hier allemaal zelf toffe dingen te maken en dat doen we ook nog wel, zoals de grote standstoel of de landmark voor de Radboud Universiteit, maar het is niet meer een dagelijksheid. Maar dit hier is eigenlijk ook maken.”

Bas: “We hebben een ontwerperscollectief, dat heet Studio in de maak. Met het ontwerperscollectief ontwerpen we eigenlijk alles. Door die bedrijven zo naast elkaar te houden, kun je beter zien wat we allemaal bedenken. Dat zijn die projecten waarvan er hier een paar op het bord hangen. Maar ook de ontwikkeling van De Smeltkroes zelf en hoe we die moeten neerzetten, ook op de volgende plek, hoort wel bij de activiteiten die het ontwerperscollectief doet. Ontwerpen en vormgeven van zo’n nieuwe plek, dat doe je vanachter de tekentafel. Ik heb zelf de afgelopen maanden veel getekend voor die nieuwe plek, dat voelt ook echt als maken.”

Bauke: “De vorm van het maken verandert een beetje. Waar we drie of vier jaar geleden nog een uniek tafeltje wilden ontwerpen en maken - daar zouden we nu nog steeds wel gelukkig van worden - ben je nu meer conceptmatig bezig.”

Hoe zien jullie de toekomst? Zijn jullie bij de ontwikkeling van de Nyma betrokken?

Bauke: “Vanaf 2016 al. We zijn al lang bezig. Dat was wel mooi. Eerst stonden we als lokale partijen en de gemeente een beetje tegenover elkaar, nu zitten we met elkaar aan tafel. Dat is wel een mooi proces geweest, zowel voor ons als voor de gemeente. Dat heeft na het handvest geresulteerd in een tekst die we samen met de gemeente hebben gemaakt en waar gewoon iedereen achterstaat.”

Bas: “We stonden niet echt heel erg tegenover elkaar. We hoorden elkaar niet voldoende. Wij vonden ons de gedroomde doelgroep voor de Nyma. Ambachtelijk werken, dat is onze parochie. We hadden heel erg het gevoel: wij zijn een van de partijen zijn die daar gewoon een plek moet hebben. Dat geldt ook voor veel andere Honigondernemers en de mensen van de Vasim en Drift bijvoorbeeld. Alleen de uitvraag van de gemeente was in eerste instantie heel algemeen. Dat hebben ze later uitgelegd. Je moet wel echt iedereen de mogelijkheid bieden om zich daar te huisvesten. Dus móet je die vraag wel breed stellen. Uiteindelijk zitten we met elkaar in het ontwikkelteam om te kijken hoe we dat terrein het beste met elkaar in kunnen richten. Dat is tof. Ondertussen hebben we natuurlijk ook met onze eigen onderneming dromen voor de toekomst. De Nyma Makersplaats, die we hier willen gaan opzetten, dat wordt De Smeltkroes 2.0.”

Dus dat is het plan voor over vijf jaar?

Bauke: “Dan zitten we daar al, als het aan ons ligt! We hebben nog tweeëneenhalf jaar op deze locatie. Aan wat we hier hebben ontwikkeld over de afgelopen vijf jaar, kunnen we wel zien dat het tot op heden succesvol is gebleken. Dat het animo eigenlijk alleen maar toeneemt, dus de vraag groeit. We zien dat mensen die hier al vanaf het begin zitten hier ook nog zijn, voor een groot deel. Je merkt dus ook de behoefte dat dit stadskapitaal dat we hebben gecreëerd een permanente locatie krijgt.”

Bas: “We hebben iets gecreëerd, dat waarde heeft voor de stad. Dat willen we graag continueren. Dan zie je dat rond de Nyma hiervoor wel kansen liggen. Daar kan je ook alle dingen die hier nog niet zijn geland of nog niet zijn uitontwikkeld mee naartoe nemen en een 2.0-versie van maken.”

Welke van die ideeën zullen over vijf jaar gerealiseerd zijn?

Bauke: “Ik denk dat we meer algemene werkplaatsen zullen hebben. In het begin hadden we héél veel fotografen en héél veel meubelmakers. Ook vanuit onze eigen professie hebben we daarvoor een metaal- en houtwerkplaats gemaakt. Maar we hebben ook veel mensen die met keramiek werken of audiovisueel bezig zijn. Dat soort werkplaatsen wil je eigenlijk ook faciliteren.”

Bas: “Het zou mooi zijn als het een soort van kunstacademie voor ondernemers wordt. Zonder dat het een academie is, vooral gericht op makers. Alle opleidingsniveaus lopen hier gewoon door elkaar heen, zo is een architect hoger opgeleid dan een meubelmaker. Maar juist door het makerschap centraal te stellen en niet de opleiding, zorgen we ervoor dat er twee dingen bij elkaar komen: het bedenken hoe je iets moois kunt maken en het daadwerkelijk kunnen maken. Daardoor krijg je ook mooiere en kwalitatief betere producten.”

Bauke: “Hier waren we natuurlijk gebonden aan tijdelijkheid, aan onze eigen mankracht, de beperkte hoeveelheid geld en de beperkte tijd om dat terug te verdienen. Als je naar een permanente setting gaat, kan je je plannen wat groter opzetten en breder trekken. Beneden heb je de brede gang gezien toch? In het nieuwe plan wordt die gang het liefst zo’n twaalf meter breed. Dan wordt het een soort winkelstraat, waar allemaal ambachtelijke bedrijven aan zitten, met ook horeca, een kapper of een tatoeagezaak. Het moet dan echt een plek zijn waar je een paar uur wil doorbrengen. Dat je als bezoeker echt een beleving meekrijgt. Het is ook wel een voordeel van de tijdelijkheid geweest van deze locatie op de Honig dat we hier heel veel hebben kunnen testen. Alles wat niet goed was hier kunnen we daar beter doen.”

Getagd onder