Oude oorlogsverhalen in nieuw boek Steffie van den Oord
Wie oude mensen spreekt, weet dat de Tweede Wereldoorlog - die tachtig jaar geleden eindigde - voor hen nog steeds een levende realiteit is. Oorlog maakt een diepe indruk op je, hoe jong je ook bent. De Nijmeegse schrijfster Steffie van den Oord sprak tachtigers en negentigers en tekende hun verhalen op.
Het zijn verhalen die in familiekring in flarden verteld worden, of die tientallen jaren zijn weggedrukt, verzwegen en zogenaamd vergeten, met als gevolg dat ze des te sterker terugkwamen en menig mens het functioneren onmogelijk maakte. Verhalen die nu soms nog regelmatig verteld worden in klaslokalen, als waarschuwing, of juist genegeerd, als zijdelingse anekdote opgedist. Stuk voor stuk maken ze diepe indruk.
Vonk, bijl en eeuwelingen
Voor de Nijmeegse schrijfster Steffie van de Oord is dit haar elfde boek. Ze schrijft twee soorten genres: historische romans en verhalen op basis van feitenmateriaal en met veel gevoel voor de taal die destijds gebezigd werd. Waaronder haar in Nijmegen bekendste, ‘Vonk’, maar ook ‘De vrouw met de bijl’ over misdaden door vrouwen. Hiervoor gebruikte zij rechtbankverslagen en andere documentatie. Daarnaast is ze interviewer en schrijft ze levensverhalen van oude mensen. Zo maakte ze twee interviewbundels met ‘eeuwelingen’, honderdjarigen, al lang voordat de Volkskrant op dat idee kwam. Die verhalen gaan niet expliciet over de oorlog, maar de herinneringen aan die zware tijd zijn ook bij hen nooit ver weg.
Verhalen zoals ze echt gebeurd zijn
Verder schreef ze ‘Liefde in Oorlogstijd’ en ‘Westerbork Girl’. In al deze boeken wordt de stap naar de romanvorm niet gemaakt. Het zijn zeer geslaagde pogingen om de verhalen te vertellen zoals ze echt gebeurd zijn, in ieder geval in de ogen van haar zegslieden. En dat is heel knap. Als er één kunstgreep is aan de verhalen zoals Van den Oord die optekent, dan is het dat al die geïnterviewden in heldere, korte, droge en feitelijke taal een duidelijk verhaal vertellen. De auteur schrijft hier en daar ook op hoe een oude mevrouw naar een woord zoekt of hoe een mijnheer sommige dingen zich niet meer kan herinneren, maar de verhalen zelf zijn helder als glas. Iedereen die wel eens geïnterviewd heeft, weet hoe moeilijk dat is. Bij oudere mensen, met veel verleden en veel karakter, is dat zo mogelijk nog moeilijker.
IJselijke details uit de doodsmachine
'Kinderen in Oorlogstijd' speelt zich af in Nederland, Nederlands Indië, Westerbork en Auschwitz, op de vlucht door Europa en rond een dorp langs de IJssel. Die laatste verteller is Jan Terlouw, de auteur van ‘Oorlogswinter’, wiens verhaal Van den Oord ook wist te vangen. Ik vind dat persoonlijk het zwakste hoofdstuk uit dit boek. 'Kinderen in Oorlogstijd' is een boek dat ik al na de eerste bladzijden even weg moest leggen. Het begint namelijk met een gruwelijk verhaal vol ijselijke details uit de diepste krochten van de doodsmachine van de nazi’s. Waar je zo mogelijk alles over denkt te weten, valt dit toch rauw op je dak. Andere verhalen, zoals een paar die sterk op elkaar lijken uit ‘Nederlands Indië’, zijn veel minder bekend en beschrijven een stukje geschiedenis waar we het niet vaak over hebben.
Een normaal leven achteraf
'Kinderen in Oorlogstijd' is op een gekke manier ook een hoopvol boek. Want al die mensen die deze verschrikkelijke dingen hebben meegemaakt, hebben het overleefd, een ‘normaal’ leven geleid en leven ook nu nog onder ons. Dat heeft iets onwezenlijks: de meesten die deze verhalen overkwamen, konden het niet navertellen. Maar het heeft ook iets bemoedigends; het zegt immers iets over het menselijk weerstandsvermogen, fysiek maar vooral mentaal. Daar moeten we ons dan maar aan vasthouden, als we ons realiseren dat al die vreselijke dingen waar onze ouderen nu nog dagelijks van wakker liggen, ieder uur van elke dag in onze tijd steeds weer opnieuw gebeuren.
Getagd onder
-
WatBoek met interviews
-
WaarLancering in Dekker van de Vegt