1917, of: De brief voor de kolonel ★★★★
Hoe lullig het misschien ook klinkt, maar tijdens het bekijken van Sam Mendes’ Eerste Wereldoorlog-drama 1917 moest ik nogal eens denken aan mijn favoriete jeugdboek. En net als in De brief voor de koning draait het in 1917 meer om het verloop van de missie dan om de boodschap die moet worden afgeleverd.
Wat een afknapper was dat toch eigenlijk. Na een loodzware reis vol hindernissen, valkuilen, hoge bergen en wilde rivieren, vijandige Rode Ruiters, vriendelijke dwazen en een mooie jonkvrouw leverde schildknaap Tiuri in Tonke Dragts jeugdklassieker De brief voor de koning eindelijk zijn boodschap af aan de bevriende koning – uit zijn hoofd, want onze held had de papieren brief verstandig genoeg vernietigd. De inhoud van dat schrijven in het kort: pas op, het is een list. Ja, ik had inderdaad iets opwindenders verwacht.
Cunning plan
De brief in 1917 waarmee de twee Britse frontsoldaten Schofield (George MacKay) en Blake (Dean-Charles Chapman) op pad gestuurd worden, heeft eenzelfde strekking: ogenschijnlijk hebben de Duitsers zich teruggetrokken, waarop kolonel MacKenzie (Benedict Cumberbatch) van een verderop gelegen bataljon ze de genadeslag wil geven. Maar ja, dat is dus een list van de Duitsers, of – zoals private S. Baldrick het zou verwoorden – ‘a very cunning plan’. Wanneer MacKenzie zijn aanval uitvoert, zal dat honderden Britse soldaten kosten, onder wie Blakes oudere broer. Gelukkig weet de generaal (Colin Firth) ervan en stuurt hij de twee jongemannen op een levensgevaarlijk missie door loopgraven, niemandsland, (verlaten?) vijandige linies, open weilanden en kapotgeschoten gehuchtjes. Met die brief dus.
Ook regisseur Sam Mendes had een soort ‘cunning plan’. Hij bedacht dat het leuk zou zijn om heel de trip van Blake en Schofield in één shot te filmen - zijn veelbesproken openingsshot in de Bond-film Spectre smaakte kennelijk naar meer. Vandaar dat ik nauwkeurig heb zitten letten op de smokkelmomenten waar Mendes toch stiekem ‘cut’ heeft geroepen. Die zijn er genoeg, hoe onopvallend ook. Maar het moment waarop ‘onze held’ het bewustzijn verliest en alles zwart wordt, springt wel erg in het oog. Zodanig zelfs dat je sowieso niet meer kunt spreken van een ‘one-shotfilm’, hooguit van een ‘two-shotsfilm’. Want ook het ‘real time’-element gaat hier volledig overboord. Tenzij de nachten in Noord-Frankrijk niet veel langer dan een kwartiertje duren.
Krachtpatserij
Toch heeft de aanpak van Mendes toegevoegde waarde. Om niet te zeggen: zonder zijn filmische krachtpatserij zou 1917 minder noemenswaardig zijn dan dat-ie nu is. Want in de film, waarin het – zoals gezegd – niet zozeer gaat om de brief als wel om het verloop van de missie, gebeurt er niet eens zo gek veel. Jawel, er explodeert een zware boobytrap in de vijandelijke loopgraven en een Duitse vliegmachine stort zich bijkans op de twee korporaals – met tamelijk dramatische gevolgen overigens. Maar het is toch vooral de ‘one-shotillusie’, die je volledig in de belevingswereld van de hoofdpersonen laat opgaan. Die je op het puntje van de stoel laat zitten en die de twee uur van 1917 voorbij laat vliegen.
Dat had niet gekund zonder de meesterlijke ‘production value’: de stoffige loopgraven, modderige slagvelden bezaaid met lijken, de overdonderende geluidseffecten en uiteraard de beelden van cameraman Roger Deakins.
Toch nog even terug naar De brief voor de koning. Concreter: de lichte teleurstelling. Nadat de brief aan de kolonel – ‘het is een list’ – is overhandigd, trekt de officier zijn troepen terug. Tja, dat was inderdaad de bedoeling. Maar toch. Niemand gaat op de schouders, er is geen banket. Van een lagere officier kan er nog net een ‘Goed gedaan, jochie’ vanaf.
Getagd onder
-
Wat1917
-
WaarPathé Nijmegen/Vue/LUX
-
WanneerVanaf 9 januari 2020