Zwaartekracht, zonder of met? La Grazia versus Dossier 137
Mariano de Santis, president van Italië in La Grazia van Paolo Sorrentino, zegt ergens dat zijn acht jaar geleden overleden vrouw Aurora elke ochtend een droom van de nacht daarvoor vertelde. Zelf droomt hij nooit, stelt hij met lichte spijt. Waarover zou hij dan graag willen dromen? Over ‘de afwezigheid van zwaartekracht’, antwoordt hij, vlak nadat hij een beeldverbinding heeft gehad met een astronaut van wie een traan langzaam in zijn capsule rondzweefde. Maar is La Grazia, nu te zien in LUX, niet zelf al een bewijs van ‘de afwezigheid van zwaartekracht’?
In zekere zin is La Grazia het tegendeel van de cinema van voormalig Sovjet-filmmaker Andrei Tarkovsky. Diens films hebben een zekere zwaarwichtigheid, omdat ze zoveel aandacht schenken aan aardse elementen. In Tarkovsky’s Stalker (1979) volgen we eindeloos lang hoe drie mannen door een post-apocalyptisch landschap struinen op zoek naar een bijzondere kamer in de Zone. We moeten de elementen ‘voelen’, omdat een landschap bij Tarkovsky veel ontsluit over de mentale staat van de personages.
In La Grazia, daarentegen, zien we De Santis, die over een half jaar president-af is, vooral in de grootse en protserige (werk)vertrekken van het Quirinaalpaleis. En als hij niet binnen is, dan wordt hij wel per auto vervoerd. Aan het eind van zijn laatste werkdag als president zal hij vragen aan de kurassier of het goed is dat hij een keertje naar zijn eigen woning in Rome wandelt – zo ver is het niet.
Als we hem wél eens in een landelijke omgeving zien, dan is het om te mijmeren over zijn plattelandsafkomst. Toen hij jong was, zag hij over de dijk een in zijn ogen wonderschone vrouw wandelen. Zij had zo’n gracieuze loop dat hij onmiddellijk in de ban van haar was en met haar zal trouwen. Deze Aurora bezorgt hem echter ook een trauma, want hij kan niet verkroppen dat zij hem veertig jaar geleden heeft bedrogen met een minnaar. Zijn goede en praatgrage vriendin Coco, die zichzelf een ‘parodie op een kunstcritica’ noemt, kent de identiteit van die minnaar maar heeft Aurora beloofd om het geheim nooit te verklappen.
Gewapend Beton
Aan de ene kant is De Santis een sneu personage, omdat hij zich niet over zijn diepe ontgoocheling heen kan zetten dat zijn vrouw overspel heeft gepleegd. Hij zou maar al te graag haar minnaar een streek willen leveren. Verman jezelf, adviseert dochter Dorotea haar vader terecht. Aan de andere kant blijft De Santis immer in de plooi, zeker bij openbare gelegenheden. Hij spreekt lijzig, beweegt uitermate kalm en geeft zodoende op bedachtzame wijze gestalte aan een overwegend ceremoniële functie. Er valt geen zichtbare emotie van hem af te lezen, vandaar zijn bijnaam ‘Gewapend Beton’ die iedereen bekend is, behalve de president zelf. Alleen toen hij indertijd bij de begrafenis van zijn vrouw opstond, omdat hij vermoedde dat haar minnaar onder de aanwezigen was, viel hij lichtelijk uit zijn rol.
In de laatste zes maanden die De Santis resteren in zijn ambt, moet hij, met zijn juridische achtergrond, beslissen of hij een euthanasiewet wil goedkeuren en of hij twee gratieverzoeken wil inwilligen. Is hij bereid om drie maal zijn handtekening te zetten? Ofschoon hij gesprekken voert over zijn dilemma’s met deze en gene – met een oude schoolvriend die nu minister is, zijn dochter, de paus – is hij vooral veel in stilte aan het wikken en wegen.
Aangezien de macht van de Italiaanse president ritueel van aard is, kenmerkt Sorrentino’s film zich, te midden van pracht en praal, door een plechtstatige leegheid die scherp contrasteert met de materiële volheid van een Tarkovsky-film met zijn gehechtheid aan natuur. In feite bekrachtigt De Santis die indruk van leegheid zelf met zijn gejeremieer dat hij de saaiste persoon op aarde is, dat hij oud en versleten is, terwijl hij statig voortschrijdt in een omgeving waarin zijn dagritme bepaald wordt door een strakke agenda.
De president, een rol van Sorrentino’s vaste acteur Toni Servillo, heeft naar verluidt zeven regeringscrises weten te overleven door zich strategisch afzijdig te houden van politiek gekrakeel. Daarmee leent La Grazia zich voor een vergelijking met Sorrentino’s Il Divo (2008) waarin Servillo een daadwerkelijk bestaande persoon speelde, de christendemocratische politicus Giulio Andreotti die maar liefst zeven keer een kabinet leidde in Italië tussen 1972 en 1992, en ook nadien een spin in het web bleef.
Andreotti en Rutte
Il Divo was een vreemde film, omdat de hoofdpersoon als spil van het verhaal in het centrum van de macht bivakkeert, en desondanks ongrijpbaar blijft. Er ontstaat een versplinterd beeld van hem, waarbij alles van Andreotti afglijdt, omdat hij zich als een kameleon manifesteert. Net als president De Santis geeft Andreotti invulling aan de pittige post van premierschap door zich ‘leeg’ te maken. Het is om die reden dat ik La Grazia, maar het geldt ook voor Il Divo, associeer met ‘de afwezigheid van zwaartekracht’: de hoofdpersonages willen samenvallen met hun ceremoniële functie – en Mark Rutte is, met zijn welbekende Teflon-laag, in hun voetsporen getreden. Zorg dat je een dusdanig lenige visie hebt dat er niets is dat vat op je krijgt.
In het heden van de film voelt De Santis echter een morele zwaarte, omdat de euthanasiewet en de gratieverzoeken botsen met zijn katholieke overtuigingen. Van die botsing getuigen onder meer de scènes met zijn zieke paard Elvis, die hoewel hevig lijdend, geen genadeschot krijgt. En als hij een gesprek voert met de docent namens wie oud-leerlingen een gratieverzoek hebben ingediend, stelt de gevangene dat het doden van een partner ook een vorm van liefde kan zijn. Dit argument werd in het ijzingwekkend goede Amour (Michael Haneke, 2014) met verve uitgedragen, maar lukt het ook De Santis om dit te aanvaarden?
Nu hij moet besluiten of hij wel of niet handtekeningen gaat zetten bij moreel beladen dossiers, lijkt het alsof De Santis zich aan de lege protocollen hoopt te onttrekken. Hij die al lang een stiekeme roker is, probeert zich rapteksten eigen te maken en als hij bij een gevangenis op bezoek gaat, wil hij niet direct toegang hebben, maar neemt plaats in de wachtruimte te midden van andere gasten. Het blijven evenwel wat geforceerde pogingen omdat hij als president vastzit in een keurslijf van conventies. Als hij van de hoofdredactrice van Vogue de vraag krijgt wat hij in zijn vrije tijd voor kleding draagt, kan hij daar zolang hij president is, ook geen antwoord op geven. En als hij ten slotte wel reageert, maakt hij (de liefde voor) wijlen zijn vrouw de maat van alle dingen, zoals hij ook zal doen bij zijn besluitvorming.
Gele hesjes
Anders dan Sorrentino is de Fransman Dominik Moll geen ‘mooifilmer’, zoals opnieuw blijkt in zijn Dossier 137, deze woensdag naar ik vermoed voor het laatst te zien. Omdat hij esthetiek nooit aandikt, wordt Molls oeuvre naar mijn idee onderschat. Ik kijk niettemin altijd uit naar een ‘nieuwe Moll’, want zijn films zijn meer dan behoorlijk: Lemming (2005), Seules les bêtes (2019) terwijl zijn twee beste titels Harry, un ami qui vous veut du bien (2000) en La nuit du 12 (2022) zijn.
In Dossier 137 is Stéphanie een doortastende en toegewijde inspecteur die op een afdeling werkt waar mogelijk ongeoorloofd gedrag van collega-agenten wordt onderzocht. Het is geen populaire afdeling en Stéphanie merkt dat ze de nodige weerstand oproept. Tijdens een demonstratie van ‘gele hesjes’ in Parijs in december 2018 meldt een moeder dat haar 20-jarige zoon Guillaume zwaargewond in het ziekenhuis is beland nadat hij geraakt was door een kogel van een riotgun. Stéphanie achterhaalt dat die kogel is afgevuurd door BRI-agenten die vanwege hun kordate optreden tijdens de Bataclan-aanslag zo ongeveer een heldenstatus hebben.
Zo secuur en zo afgemeten als Stéphanie procedureel te werk gaat, zo secuur en afgemeten heeft Moll zijn Dossier 137 opgezet. Stéphanie heeft het stellige vermoeden dat Alicia, een zwarte medewerkster van een hotel met peperdure kamers, meer weet van het voorval met Guillaume en ze volgt de vrouw naar haar woonwijk. Alicia weigert aanvankelijk medewerking omdat zij denkt dat aangifte toch geen zin heeft. In haar buurt ziet ze politiegeweld om zich heen tegen zwarte inwoners, maar nooit volgt er schorsing of ontslag, verzucht ze. En nu zouden er wel consequenties kunnen zijn voor agenten omdat het slachtoffer een witte jongen is?
Kluitje in het riet
De kalme overredingskracht van Stéphanie is uiteindelijk voldoende en Alicia stuurt haar een vanuit de hotelkamer gefilmde opname van het voorval. En hoewel die opname veel duidelijk maakt, zal Stéphanie – vanwege een ridicule regel over haar geboorteplaats – met een kluitje in het riet worden gestuurd door haar superieuren die het BRI-optreden in de doofpot willen stoppen. Als Guillaume aan het eind moeizaam sprekend in beeld komt, druipt de onrechtvaardigheid van het scherm. Het wordt pijnlijk duidelijk hoezeer de scepsis van Alicia terecht is gebleken.
Bij een bezoek aan haar ouders moppert Stéphanies vader dat zijn vrouw de hele tijd kattenfilmpjes op YouTube kijkt. Die filmpjes tekenen volgens hem de teloorgang van de democratie. Zijn vrouw gaat zozeer op in zulk onbekommerd vermaak dat de belangrijke zaken van het leven langs haar heengaan. Aan het eind van Dossier 137 zit Stéphanie zelf ook naar kattenfilmpjes te kijken. Haar puberzoon Thomas beziet haar met een strakke blik of moeten we zijn gelaatsuitdrukking als verwijtend interpreteren? De minzame glimlach van Stéphanie als ze naar haar starende zoon kijkt, kan als aansporing opgevat worden: oké, ik negeer lollige filmpjes voortaan en ga dapper voorwaarts, zelfs als mijn plicht me moedeloos stemt.
La Grazia is opgezet als een weelderige en barokke film, waarbij de frustratie van een man over de ontrouw van zijn vrouw een richtsnoer vormt in een leven vol holle ceremonies. Dossier 137 is daarentegen in al zijn kalme accuratesse een noodzakelijkere film die via vrouwelijke personages toont hoe maatschappelijke structuren corruptie faciliteren. Als Sorrentino’s titel een verlangen naar de afwezigheid van zwaartekracht uitspreekt, dan laat Molls film zien hoe ongenadig de wet van sociale zwaartekracht opereert.