Spijt als hinkende bode: The Odyssey
Het is geen slechte filmzomer, maar vindt u ook niet dat die wat mat is? Sommige klassiekers geven er enige kleur aan, zoals de films van Jacques Tati en vanaf 21 augustus Cría Cuervos (1976) van Carlos Saura, waarover binnenkort meer. En je hebt een paar uitschieters bij Previously Unreleased: Magellan van Lav Diaz, en op 20 en 22 augustus in LUX Kontinental ’25 van de Roemeen Radu Jude. Eveneens op 20 augustus gaat een interessante nieuwe film van Jane Schoenbrun in première. Zou het stilte voor een najaarsstorm(pje) zijn, als een (bescheiden) deel van de oogst van internationale festivals hopelijk in onze filmtheaters te zien zal zijn?
Geen zomer dus van grootse films, eerder van ‘redelijk goede’ films, die zeg maar een 7 scoren. Om een aantal recente titels van deze zomer te noemen: de Belgische Alzheimer-tragikomedie Zondag de negenste van Kat Steppe, het Deense thuiszorgdrama Home Sweet Home van Frelle Petersen, de politieke satire Eagles of the Republic van de uit Egypte verbannen Tarik Saleh; het Duitse The Good Sister van Sarah Miro Fischer, de Amerikaanse ‘love couple on the run’-film Carolina Caroline van Adam Carter Rehmeier, de aardige thriller Tuner van Daniel Roher, de degelijke folkhorror Hokum van de Ier Damian McCarthy en de road movie Omaha van Cole Webley waarin een vader met zijn twee kinderen naar Nebraska gaat, met een uitstapje naar de zoo in Omaha – zomaar acht bescheiden uitgebrachte films.
In de doldwaze dystopie Good Luck, Have Fun, Don’t Die van Gore Verbinski arriveert een reiziger uit de toekomst die tot een apocalyptische nachtmerrie is verworden. Hij is gekomen met veiligheidsprotocollen om te voorkomen dat een negenjarig joch artificiële superintelligentie ontwikkelt die de wereld naar de verdoemenis zal helpen. In zijn 117e poging om de mensheid te redden, wordt hij bijgestaan door een clubje van zeven, onder wie een ‘prinses’ die neusbloedingen krijgt van mobiele telefoons. Toen zij een pizzabezorger zag, die een ouderwets stratenboek had geraadpleegd, werd ze gelijk verliefd op hem. Als er ook maar één techbro is die tot het inzicht komt dat we met AI de totaal verkeerde richting inslaan, dan maak ik van die 7 voor Good Luck, Have Fun, Don't Die gelijk een 10. Maar ik vrees dat die techbro’s humorloze types zijn.
Voorspelbare arthouse
Ik heb over geen van deze films geschreven, want moet een ‘redelijk goede’ film wel als een aanbeveling gelden? Neem Omaha, met 83 minuten klein en fijn, met verantwoorde keuzes. Steeds moet de oudste dochter mee helpen duwen als de auto niet wil starten en steeds korter zijn die scènes tot het hele duwen simpelweg wordt overgeslagen, want we weten het wel. Haar broertje drukt voortdurend op de knop in het openbaar toilet waar papier uit komt om te drogen, en net als je denkt ‘ja, nu weet ik het wel’ stopt de scène abrupt. Kortom, voorbeeldig getimed, maar Omaha is ook wat voorspelbare arthouse. De wat treurige scènes (achterlaten van de hond) hebben een treurige stemming; de voor de kinderen wat vrolijke scènes zijn vrolijk(er) van toon. Oftewel, de stijl van de scènes past zich wat schools bij de inhoud aan.
En dan hebben we natuurlijk nog de twee zomerblockbusters. Disclosure Day van Steven Spielberg was een regelrechte sof, met als grootste nadeel dat hoe langer die duurt, hoe flutteriger die wordt. Sportjournalist Willem Vissers fantaseerde in de Volkskrant (24 juni) over een sequel door Spielberg, gebaseerd op het WK voetbal 2026, en vond het geen gewaagde voorspelling dat dit ‘meeslepende epos in ontwikkeling’, onder supervisie van Gianni Infantino, beter zou zijn dan de voorganger. Nou, dan weet je dat (de oorspronkelijke) Disclosure Day behoorlijk futloos was.
The Odyssey, Christopher Nolans verfilming van het epos van Homerus, is wel een heuse kaskraker, en hoe terecht ook, feilloos is die niet. Vooraf hoefde niemand er aan te twijfelen dat die technisch virtuoos en visueel imponerend zou zijn (ik zag die in de Pathé IMAX zaal in Arnhem). Bovendien maakte Nolan er geen geheim van dat hij een herinterpretatie voorstond van de klassieke vertelling, bezien vanuit de mores van onze eigen tijd. Daarmee kon hij de kritiek van zich laten afglijden dat zijn The Odyssey niet historisch accuraat zou zijn.
Godards Le mépris
Niettemin is er een probleem met zijn film en Jean-Luc Godard legde de kiem daarvan al bloot in 1963 met zijn Le mépris. Deze film draait om gekissebis rondom de adaptatie van de Odyssee: de ingehuurde regisseur Fritz Lang (die zichzelf mag spelen) wil getrouw zijn aan de geest van Homerus’ boek, maar de Amerikaanse producent streeft naar een eigentijdse interpretatie: Odysseus keert niet naar Ithaka terug omdat hij beseft dat Penelope hem minacht. Met zo’n insteek maak je Odysseus tot een ‘moderne neuroot’, moppert een verongelijkte Lang. In Le mépris zien we de verfilming nooit gerealiseerd worden: we hebben alleen maar wat filmopnamen gezien, die slechts aanzetten tot scènes zijn. Godard lijkt zodoende te suggereren dat het maken van een klassieke oudheid-film een per definitie onmogelijke onderneming is.
Nolan heeft de impasse die Le mépris uiteenzet (uiteraard) niet kunnen doorbreken met The Odyssey. Het verhaal is gesitueerd in een universum waarin personages menen dat hun wetten (en dus hun handelen) in de geest van de wil van de goden moeten zijn. Na de door de eerzuchtige Agamemnon begonnen oorlog tegen Troje wordt de terugreis van Odysseus geteisterd door zware tegenwind en roerige wateren. Zijn scheepsmaten vermoeden dat hun tocht gedoemd is, omdat Odysseus de toorn van de zeegod Poseidon heeft gewekt door diens zoon (de Cycloop) te verblinden. Later verneemt Odysseus via de heks Kirke dat de bemanning van zijn schip naar de gallemiezen gaat, terwijl de blinde Tiresias hem in Hades vertelt hoe zijn manschappen zullen omkomen.
Niet verwonderlijk dat bij een Nolan-film gebeurtenissen kriskras in de tijd worden gepresenteerd. De a-chronologische vertelwijze wordt inhoudelijk mede gemotiveerd door het verbrokkelde tijdsbesef van Odysseus als hij zeven jaar doorbrengt op het eiland van de nimf Kalypso. Hij kampt met schuldgevoel over al het bloedvergieten in Troje, waardoor zijn lang uitgesponnen terugkeer naar Ithaka ook een therapeutische trip wordt – en dat kun je als de belangrijkste ‘moderne’ wijziging bestempelen. Om zijn zielenpijn te verzachten, geeft Calypso hem lotusbloemen waardoor zijn herinneringen vervagen, maar omdat hij blijft voelen dat hij een thuis heeft, stimuleert Kalypso hem tot vertellen zodat zijn achtergrond zich weer in zijn geheugen nestelt.
Uitvoerige biecht
Laat ik voortborduren op de analyse van Joost de Vries in de Volkskrant (25 juli) die stelt dat Nolan zo veel heeft weggegumd uit het epos van Homerus dat Odysseus een man zonder eigenschappen is geworden. Bij Homerus is Odysseus trots en ijdel, maar in de verfilming is dat verdampt. Waarom moet die karakterologisch bleekneuzige Odysseus zich dan nog zo gekweld tonen over al het geweld in een monoloog tegen het einde? Aan deze terechte vraag van De Vries wil ik toevoegen dat de uitvoerige biecht een verplicht nummer lijkt in moderne krijgersfilms.
De schuldbekentenis kent een hoogst potsierlijk precedent in Gladiator (Ridley Scott, 2000). Aan het begin van deze film komt Marcus Aurelius, inmiddels flink op leeftijd, bij zijn laatste veldslag tot het inzicht hoe barbaars al dat wapengekletter wel niet is. Hij is een personage uit de klassieke oudheid dat in een hedendaagse film plots overvallen wordt door overwegingen van morele aard. Eerst iedereen in de pan (laten) hakken en dan pas nadenken hoe ongehoord zijn machtshonger wel niet is geweest: 'I have brought the sword - nothing more! (...) While I have been fighting, Rome has grown mad and corpulent and diseased. I did this. And now I shall make it right.' Bij zijn naderende einde wil Marcus het volk alsnog een 'echte stem' geven.
In films van een paar decennia geleden waren de scheidslijnen tussen goed en slecht duidelijk genoeg gemarkeerd – denk aan de klassieke cowboy die geweld gebruikte omdat een stadje zelf niet in staat was zich tegen een gevaar te beschermen. Hij was een hoeder van de normen en waarden van de samenleving. De grens tussen goed en slecht raakte uitgehold met de spaghettiwesterns halverwege de jaren zestig. De cowboy was een perfide figuur geworden die zich zonder enige wroeging van galgenhumor bedient.
Moderne epidemie
Personages in films van vandaag de dag – en dat geldt ook voor televisieseries – moeten, daarentegen, bij voorkeur in een ethisch grijs gebied opereren. Om te voorkomen dat ze te verdorven zijn, dienen ze last te krijgen van een ontluikend moreel besef. Terwijl hij zich 'soldaat Sinon' noemt en vermomd is als bedelaar (‘bordenlikker’), vertelt Odysseus aan Penelope in óf de derde persoon (‘Wat als Odysseus wist dat …’) óf de meervoudsvorm (‘we’) dat het slagen van de list van Odysseus met het Paard van Troje een razernij had ontketend die veel dood en verderf tot gevolg had. Odysseus, zo zegt de ‘bedelaar’, had met de arglistige aanval de ‘wet van Zeus’ geschonden: door Troje te plunderen heeft hij als gast geen eerbied betoond voor de gastheer.
Het lijkt wel een moderne epidemie dat de boetedoening als reguliere apotheose in films en tv-series wordt opgevoerd. De vechtersbaas geeft een verlaat blijk van een moreel kompas, nadat hij eerst flink heeft huisgehouden. ‘Schop de mensen tot zij een geweten krijgen,’ zo luidde Louis Paul Boons oproep tot engagement in Mijn kleine oorlog (1947). Het hedendaagse, ‘valse’ credo lijkt echter te zijn: Laat me oorlogszuchtige acties verrichten en geef me daarna pas een geweten. Of nog vreemder, Nolan laat Odysseus eerst jeremiëren over vergoten bloed waarna hij meteen daarop tot zijn zoon zegt dat het bloed van de vrijers van Penelope aan zijn handen zal gaan kleven. Een paar scènes later stort hij zich energiek in een bloederige knokpartij. In de moderne blockbuster is spijt een hinkende bode.
Wel uiteraard dit terzijde: aan het eind kiest Odysseus voor ballingschap om eer te bewijzen aan alle dode strijders. Hij trekt de conclusie dat hij door zijn brute ‘triomf’ geen aanspraak meer kan maken op de troon. Mocht een van de vele corrupte wereldleiders (Poetin, Trump, Netanyahu …) The Odyssey zien en denken: Odysseus inspireert mij om de macht vrijwillig op te geven, ja dan geef ik Nolans film zonder morren alsnog een 10.