Eigentijdse comedies of remarriage Splitsville en Eternity vs. Left-Handed Girl

Er draaien zowaar twee films in de filmtheaters die zich afficheren als eigentijdse variaties op de comedies of remarriage, een razend populair (sub)genre in de jaren dertig en vroege jaren veertig, vol geestig gekissebis tussen een praatgrage man en een al even rad van de tongriem gesneden vrouw. Vaak geïmiteerd in hedendaagse settings, maar zelden geëvenaard. Hoe pakt dat uit voor Splitsville van Michael Angelo Covino en voor Eternity van David Freyne?
In Splitsville is er niet één huwelijkscrisis, maar staan twee echtverbintenissen op het spel. Ashley is vastbesloten om na veertien maanden te scheiden van Carey, die moeilijk kan verkroppen dat ze inmiddels al een aantal affaires heeft gehad. Carey maakt een dolle tocht, al rennend, springend, vliegend, duikend, vallend en weer opstaand (vrij naar Herman van Veen). Uiteindelijk belandt hij op het gazon bij de woning van zijn beste vriend Paul, die getrouwd is met Julie.
Dit koppel pocht tegen hem over hun open relatie, een concept dat Carey vervolgens aanbeveelt bij Ashley. Zo hoopt hij toch in haar huis te mogen blijven wonen, terwijl hij ermee akkoord is indien zij minnaars bij de vleet ontvangt. Uit angst dat hij haar helemaal uit het oog verliest, laat Carey simpelweg niet blijken dat hij groen van jaloezie is.
Idioot lange vechtpartij
Als Carey doodleuk aan Paul opbiecht dat hij met Julie heeft gevreeën in de veronderstelling dat dit geen probleem is gezien hun vermeend ‘open relatie’, ontstaat er een idioot lange vechtpartij. Al met al blijkt Paul dus helemaal niet zo tolerant als hij deed voorkomen. Hoewel de slapstickachtige knokpartij op zichzelf de beste scène uit de film is, etaleert die ook wat er ‘mis’ is met het script van Splitsville. De mannen willen zich ruimdenkend profileren, maar in een geforceerde poging zich groot te houden, raken ze verzeild in een onderlinge competitie. Door die wedijver vertonen ze zulk verkrampt gedrag dat Julie haar echtgenoot Paul dwingt om toe te geven dat zijn reactie ‘overdreven’ is.
Maar met die (vermoeiende) rivaliteit tussen twee mannen neemt Splitsville een afslag die we niet kennen van de klassieke comedies of remarriage. Het gekibbel in films als The Awful Truth (Leo McCarey, 1937), The Philadelphia Story (George Cukor, 1940), His Girl Friday (Howard Hawks, 1941) is zo grandioos omdat enkel de man en vrouw elkaar voortdurend de maat nemen. Voor de vorm figureren er ook andere mannelijke en vrouwelijke personages in die comedies, maar die zijn geen partij voor het bekvechtende stel.
In The Awful Truth heeft het koppel (Cary Grant en Irene Dunne) zozeer blufpoker gespeeld dat ze besluiten te gaan scheiden. Als de een met een nieuwe partner schermt, neemt de ander dat voor kennisgeving aan. Wil zij met een andere man verder, dan is dat zijn zorg niet: een verzekeringsagent, aardig voor zijn moeder, met Tulsa als spannendste stad in de buurt, succes ermee! Met zo iemand gaat hij niet eens concurreren, net zoals zij zich totaal niet bekommert om de beroemdheid die hij aan de haak slaat.
Eenzelfde doldwaze golflengte
Hij of zij haalt bij voorkeur een grap uit die alleen zij zelf begrijpen, want spotlust heeft altijd een basis gevormd van de chemie tussen het oorspronkelijke koppel. Maar als die humor de nieuwe partner ontgaat, dan wordt daarmee onverbiddelijk duidelijk dat dit personage te kort schiet. Ondanks alle keurige en ideale eigenschappen kan die nieuwe partner geen alternatief zijn voor de originele geliefde. Dat weet hij en dat weet zij. En dus blazen ze hun gestrande huwelijk nieuw leven in, omdat er geen ander is met wie ze zo op het scherpst van de snede kunnen bekvechten. Wat voor The Awful Truth geldt, zien we ook terug in de andere comedies: andere personages zijn voornamelijk beeldvulling of achtergrondruis, want alleen hij en zij kunnen op eenzelfde (doldwaze) golflengte opereren, en dus hebben ze elkaar opnieuw leren waarderen - dankzij de noodzakelijke omweg van de scheiding.
Als de klassieke comedy of remarriage altijd draait om een komische battle of the sexes, waarbij die battle in herbevestigde liefde uitmondt, zet Splitsville te zeer in op de rivaliteit tussen de twee mannelijke vrienden. En dat is een denkfout, want zodra het eigentijdse Splitsville een film wordt waarbij mannen elkaars vliegen proberen af te vangen, wordt de rol van de vrouwelijke personages vanzelf minder dankbaar. En juist aan de gedragen rollen van gewiekste actrices als Katharine Hepburn en Irene Dunne dankten die klassieke comedies hun scherpte.
Dodelijke pretzel
Naar verluidt gold het scenario van Eternity als een gewilde trofee vanwege het prikkelende uitgangspunt. De 87-jarige Larry verslikt zich in een pretzel tijdens een genderrevealparty, en overlijdt. Omdat hij op zijn 35e het gelukkigst was in zijn leven, komt hij in die gedaante in het hiernamaals terecht. Hem is een coördinator toegewezen die hem moet begeleiden in zijn keuze voor een definitieve wereld, een keus die niet meer herzien kan worden. Maar voordat hij die beslissing heeft genomen, voegt zijn vrouw Joan, met wie hij 65 jaar getrouwd was, zich bij hem, ook als een jeugdige versie: zij is vlak na hem overleden.
Voordat ze gezamenlijk afreizen naar hun eeuwigdurende wereld, meldt zich een barman, en dat blijkt Luke te zijn, de eerste echtgenoot van Joan die tijdens de Korea-oorlog als jonge soldaat is overleden. Hij heeft 67 jaar gewacht op haar dood, en nu zij zich ook in het hiernamaals heeft gemeld, hoopt hij zich bij haar te kunnen voegen voor een leven dat hij nooit met haar heeft kunnen hebben.
Omdat beide mannen per se niet als trio naar hun definitieve wereld willen, ontstaat er gedoe. Joan wordt in de ondankbare positie gemanoeuvreerd dat ze moet kiezen, terwijl de twee mannen erg verongelijkt zullen zijn als zij voor een ander kiest. Op een gegeven moment denk je als kijker: Laat ze toch lekker in hun sop gaarkoken met hun haantjesgedrag (en het helpt ook niet dat geen van beide acteurs ook maar in de buurt komen van het charisma van Cary Grant, of voor mijn part van George Clooney). Joan gaat keer op keer de archieftunnels bezoeken, waar ze wordt getrakteerd op taferelen uit haar aardse verleden toen ze ongecompliceerd romantisch kon zijn met eerst Luke en toen Larry.
Op een gegeven moment gaat Joan te rade bij haar vroegere buurvrouw Karen die in het lichaam van een 72-jarige in het hiernamaals rondloopt. Op die leeftijd heeft Karen voor het eerst een relatie gekregen met een vrouw, haar meest hemelse tijd. Joan wil mee met Karen naar de ‘eeuwige’ wereld en dat lijkt een alleszins acceptabel compromis, maar bij elke wending nadien waarbij Luke dan wel Larry betrokken is, wordt Eternity gezapiger en gezapiger.
Wings of Fame
Mijn gedachten waren inmiddels onwillekeurig afgedwaald naar een hiernamaalsfilm van lang geleden: Wings of Fame (1991) van Otakar Votoček, een in Nederland woonachtige Tsjech die met Alex van Warmerdam aan diens Abel had gewerkt en er een piepklein rolletje in heeft. Wings of Fame was een productie van First Floor Features, het bedrijf van Laurens Geels en Dick Maas. Ze hadden een vliegende start beleefd met Abel, met Flodder (1986) en Amsterdamned (1988). Dankzij al die rugwind bouwde FFF een enorme studio in Almere, een soort Polderwood. Daar zouden grote internationale producties gedraaid moeten worden, vond vooral Geels, maar bijna elke film kostte beduidend meer dan dat die opleverde, waardoor er Flodder-sequels gemaakt moesten worden om de financiële gaten te dichten.
Wings of Fame was een van de meest ambitieuze projecten uit de geschiedenis van FFF, maar trok nauwelijks bezoekers. De film, mede geschreven door Herman Koch, mag dan wel als een fiasco gelden, maar het is in ieder geval een hoogst interessante mislukking. Michiel Romeyn heeft een belangrijke bijrol en hij acteert te midden van hoofdrolspelers Peter O’Toole (hij was Lawrence of Arabia) en Colin Firth, plus verder Marie Trintignant (de dochter van Jean-Louis), Andréa Ferréol (uit La grande bouffe) en Gottfried John (uit Fassbinder-films). Asjemenou, wat een cast in een officieel Nederlandse productie.
Nadat Brian Smith in 1966 de succesvolle acteur Cesar Valentin heeft doodgeschoten, worden ze beiden in een bootje naar het hiernamaals overgezet, terwijl allerlei arme sloebers tevergeefs aan boord proberen te klimmen. Al snel blijkt dat het hiernamaals strikt hiërarchisch georganiseerd is. Smith en Valentin krijgen allebei een suite in een zeer luxueus hotel dat enkel gereserveerd is voor doden die op aarde nog volop herinnerd worden.
Ernest Hemingway en Albert Einstein verblijven er nog steeds, maar we zien ook een boze schilder die uit zijn kamer wordt gezet, omdat hij te zeer in de vergetelheid is geraakt. Zoals een schrijfster vertelt: ‘doodgaan is zo erg niet, maar die vergetelheid, dat doet pijn.’ Er is ook een Française die zozeer aan geheugenverlies lijdt dat ze niet weet waar ze haar bevoorrechte plek aan te danken heeft. Smith is in het hotel ondergebracht omdat hij als schutter nog veelbesproken wordt op aarde. Nu ze elkaar steeds treffen, ontstaat er zelfs een verstandhouding met zijn slachtoffer. De ijdele Valentin is niet ongelukkig met het feit dat hij het leven heeft moeten laten voordat zijn ster zou beginnen te verbleken. Mocht u willen weten hoe curieus de plot zich afwikkelt, YouTube biedt uitkomst: https://www.youtube.com/watch?v=es3NOT7_woE&t=6302s
Left-Handed Girl
Het beste wat LUX deze Kerst te bieden heeft, is het Noorse drama Sentimental Value van Joachim Trier, ondanks mijn eerdere kritiek op het einde: https://www.ugenda.nl/opinie/anderhalve-minuut-te-lang-de-kwaal-van-het-goede-filmeinde. U kunt verder ook het energieke Taiwanese Left-Handed Girl van Shih-Ching Tsou overwegen, een portret van een alleenstaande moeder en twee dochters, de late tiener I-Ann en de vijfjarige I-Jing. Zij komen te wonen in een (te) klein appartement in Taipei en proberen de eindjes aan elkaar te knopen.
De gebeurtenissen worden grotendeels gefilterd via de beleving van I-Jing. Zij begrijpt weinig van de ellende die haar afwezige vader heeft veroorzaakt, maar erft bij zijn dood een stokstaartje. Omdat haar opa haar verteld heeft dat wie met de linkerhand eet een duivelshand bezit, leidt haar goedgelovigheid tot tragische verwikkelingen.
Left-Handed Girl onderscheidt zich van grauwe sociaal-realistische drama’s door een hyperkinetische stijl, met bruuske shotovergangen, snelle jump cuts en soms scheert de camera vlak boven de straatschenen, kort achter de voeten in sandalen van I-Jing. De shots in de met iPhones geschoten film zijn haarscherp, en zien er vooral in de avonduren fluorescerend uit om te benadrukken dat de piepjonge I-Jing de stad als een kleurrijke en magische plek beleeft – bijna als een kerstdecor.




