Reportage: Memphis Maniacs Onderweg
Onderweg met de Memphis Maniacs
In acht jaar is de van oorsprong Nijmeegse mash-up band Memphis Maniacs uitgegroeid tot een grote publiekstrekker in de Nederlandse popzalen en op uiteenlopende festivals. Tijdens de Nijmeegse Zomerfeesten zijn ze maandag 15 juli te zien op het Festival Op ‘t Eiland. Ugenda liep een paar weekenden met hen mee.
Meestal spelen ze in een witte tent, legt bassist Max onderweg uit. Niet zelden bereiken ze die via zandpaden of off-road-achtige toestanden. Zo ook in het Zuid-Hollandse Oude Ade, waar de Memphis Maniacs die avond spelen. In een witte tent, op het Meddle Festival. ‘Want’, zo vult drummer Remco lachend aan, ‘als er meer dan één band speelt, is het een festival hè.’
De Memphis Maniacs maken mash-ups. Van fragmenten van oude nummers uit verschillende genres, vooral dance en rock uit de jaren ‘90, creëren ze nieuwe liedjes. Eigenlijk zoals een DJ dat doet maar dan met instrumenten. Ze zijn dus géén coverband, al duurde het even voor ze van dat stempel af waren.
Nog steeds zijn er critici die hen niet serieus nemen omdat ze de muziek niet als volwaardig, want niet origineel, beschouwen. Hun aanhang groeit echter en zolang dat publiek tevreden naar huis gaat, is de missie van de band geslaagd. Dat is waar het om draait voor zanger Roy “Smash Robinson” Smolenaars, gitarist Peter “Biff Anderson” van Gestel, bassist Max “Buck Wilson” Faulkner, toetsenist Jochem “Reverend Big” Roelofs en drummer Remco “Iwan Dubrowski” van Eijndhoven.
Hun liedjes zijn daarbij een middel om het feest zo groot mogelijk te maken, volgens Peter. ‘Het is natuurlijk redelijk effectbejag; we gebruiken andermans nummers om daar iets van te maken waar mensen op zo’n moment meer van uit hun dak gaan dan het origineel. We moeten er echter hard voor werken om te zorgen dat een nummer klopt, het zit best ingenieus in elkaar. Is een liedje eenmaal af, dan is het toch ónze compositie.’
Een kleine acht jaar geleden zijn ze begonnen in het feestcircuit. Roy was aanvankelijk Elvis-imitator en zocht er een band bij. Uit die tijd stammen de podiumnamen, toen ze nog werden aangekondigd door een heuse MC. De mash-ups kwamen pas later. Wat begonnen is als een grap, zoals Roy zegt, is uitgegroeid tot een band die voor een groot deel kan leven van het maken van muziek.
Inmiddels staan ze op uiteenlopende festivals zoals Lowlands, Paaspop, Parkpop, Oerol, Dance Valley en de Zwarte Cross. Bovendien hebben ze de afgelopen twee jaar nagenoeg uitverkochte clubtours gedaan, in steeds grotere zalen. Een van hun uitgangspunten is om een heel divers publiek te bedienen. Remco: ‘Zo breed als ons concept is, zo breed sluit het ook aan bij allerlei mensen met hetzelfde doel voor ogen; lekker uit hun dak gaan met platen die ze kennen, maar op een manier die ze niet verwachten. Er gebeurt zowel muzikaal als visueel een heleboel.’
Ook wat leeftijd betreft is het publiek gemêleerd. Remco: ‘Op Facebook reageerde iemand op de aankondiging van een optreden met: “Leuk, ik heb er zin in!” Waarna er later onder kwam te staan: “Hé ome Henk, kom je ook naar dat optreden toe, dat meen je niet!”’
De band arriveert doorgaans in drie ploegen; een zwart Volkswagenbusje uit het zuiden des lands, met daarin Roy, Jochem en Peter. Uit Amsterdam rijden Max en Remco in een mosgroene Skoda Felicia station vol stickers op de achterkant, waarvan die van de Memphis Maniacs het meest prominent is. Dan is er nog de vrachtwagen met alle apparatuur en de drie technici Jaap, Jim en Tom.
In de kleedruimte annex kantine naast de feesttent dollen de mannen wat met elkaar en trappen een balletje voordat ze hun kostuum, panterprintpakken van Adidas met daarop groot de naam van de band, aantrekken. Er wordt hun een plastic tasje van Bakkerij ’t Stoepje overhandigd propvol handdoeken en er wordt, niet zonder trots, een fles Glenlivet voor hen op de bar gezet. Die wordt meteen geopend. Was het whisky geweest van een inferieur merk, dan hadden ze hem meegegeven aan Jim.
Onder aan de rider, de lijst van zaken die ze graag in de kleedkamer willen hebben, staat dat een fles single malt zeker niet verplicht is, maar dat daar wel vrienden voor het leven mee gemaakt worden. Dat wordt niet altijd begrepen. Ooit waren ze op een klein festival de hoofdact en werden ze door een zenuwachtige medewerker ook als zodanig behandeld. Trots liet hij hen de koelkast zien, waarin tussen alle drank één flesje maltbier stond. Dat hij daarmee vrienden voor het leven had kunnen maken, daar snapte ’ie niks van.
Jochem vertelt dat ze in de band wel van een potje ruzie maken houden. Hij heeft daarbij geen favoriet. ‘Eigenlijk met iedereen behalve met Max, dat is de Boeddha van de band.’ Remco: ‘Iedereen heeft een hele sterke mening. Het zijn allemaal ontzettend vermoeiende en van hun eigen gelijk overtuigde mensen. Wij zijn soms een stelletje wijven bij elkaar, een soort theekransje waarbij best wel gebitcht wordt.’ Dat wordt duidelijk als Roy de setlist uitdeelt en er meteen gekibbel ontstaat over het lettertype en de spatiëring.
Om één uur ’s nachts moeten ze op. Vlak voor aanvang doet de band hun vaste ritueel, de yell: “Gooooooo Maniacs.” Daarna omhelst iedereen elkaar persoonlijk. Ze spelen een superstrakke set en het publiek gaat plat. Tot even voor tweeën gaan de handen omhoog tot achter in de tent. Vooraan veel meisjes met lang blond haar, stoere jongens maar ook veertigplussers. Een man van middelbare leeftijd in een zeilshirt fluit hard op zijn vingers na het nummer Sexy Papa. Zowel de jongens als de meisjes kijken idolaat naar Roy. Jochem legt uit dat dat een wet is: ’Als je de meisjes te pakken hebt, dan heb je ook de jongens mee. De meisjes komen voor de muziek en de jongens komen weer voor de meisjes.’
De mannen gunnen elkaar hun moment in de spotlights. Peter en Max staan te stuiteren op hun vaste plek vooraan en lopen dan weer als gekooide dieren over het podium. Jochem staat soeverein tussen zijn keyboards en geeft in het nummer Material: Thunder een verrassend goeie imitatie weg van AC/DC’s Brian Johnson. Remco, wiens jasje al na enkele nummers uit gaat, drumt alsof zijn leven ervan afhangt en Roy is het ene moment de coole zanger maar maakt op het volgende charmant contact met zijn publiek, dat daardoor nog uitzinniger raakt.
Bij het nummer Push Girls in the Deep krijgt degene die raadt hoe veel liedjes er in het nummer zitten, een gratis biertje. Voorbij komen Owner of a Lonely Heart van Yes, Push It van Salt ‘n Pepa, Girls and Boys van Blur, Adeles Rolling in the Deep en Another One Bites the Dust van Queen. De trofee van de avond is een okselhaar van Roy, doelbewust uitgetrokken door een mannelijke fan, die hem vol trots aan zijn vrienden laat zien.
Meters bier worden over de hoofden van het publiek de tent doorgedragen. Niet alles wordt voor consumptie gebruikt; nu en dan vliegt er een vol glas de tent door.
Jochem legt later uit dat er één regel is, namelijk dat als er te veel bier naar het podium wordt gegooid, de band ermee stopt. ‘Je mag de muziek slecht vinden en je hoeft niet te klappen, maar je gaat geen bier gooien. Laat ons gewoon ons werk doen.’ De drank die vanavond door de lucht vliegt, is niet gericht op de Maniacs maar lijkt iets dat nou eenmaal hoort bij het bandjes kijken in een witte tent. En dan mag het.
Een goede muzikant zijn is niet het enige criterium om in de band te komen. Remco: ‘Iemand moet ook oog hebben voor de show die erbij hoort en het leuk vinden om daar over na te denken. Deze mensen zijn allemaal bewust gevraagd voor de band. We zijn een soort Spice Girls, alleen hebben we dat dan zelf in elkaar gezet.’
In december vorig jaar deden ze een optreden bij De Wereld Draait Door. Jochem: ‘Dat was net vóór de clubtour, die nog niet uitverkocht was. De kaartverkoop ging daarna hard, dus die minuut werkt wel degelijk.’ Nico Dijkshoorn, held van sommige bandleden, was in de uitzending weinig complimenteus over de Maniacs. Hij bekende hen achteraf dat hij voor het effect de zaak een beetje had overdreven. Zis is tievie, mèn. Ze gaven hem een T-shirt, waarvan hij een foto op Twitter zette. Wat hen veel nieuwe volgers opleverde.
Sociale media zijn belangrijk voor de promotie. Op Facebook hebben de Maniacs meer dan 11.000 likes. Remco houdt de bandpagina bij en probeert elke dag iets te posten. Een goed middel is ook ouderwetse mond-tot-mond reclame. Remco: ‘Toch zijn er nog steeds mensen die denken dat ze ons ontdekken als we ergens spelen. Je hebt er ook die denken dat we uit het buitenland komen. Zou je niet zeggen met Roys accent hè,’ voegt hij er grijnzend aan toe.
Ook in het eveneens Zuid-Hollandse Katwijk, waar de band een week later speelt op het festival Huis-van-Oranje, staat een grote, witte tent. De kleedkamer is in een bouwkeet, die ze delen met de EHBO-post, afgescheiden door een wit scherm. Remco wijst op het kruisje gemaakt van magneetjes op het whiteboard boven het bed in de ziekenboeg. Jochem maakt er een foto van. Welkom in het katholieke Katwijk. Waar het al even gemêleerde publiek evengoed plat gaat voor de show die de Maniacs geven, maar Roy ditmaal al zijn okselharen behoudt. Ook hier is gezorgd voor een goeie fles whisky, Glen Moray, hoewel die pas na het optreden tevoorschijn komt. Die moest blijkbaar eerst verdiend worden.
De bandleden hebben uiteenlopende karakters. Max, een Engelsman die vanwege de liefde in Amsterdam is blijven hangen, is de stilste van het gezelschap. Hij is er vorig jaar pas bij gekomen, als vervanger van Alarik, die de band meer als hobby zag terwijl de rest er hun werk van wilde maken. Hoewel Max muzikaal zijn steentje meer dan bijdraagt – zo speelde hij de baspartij in voor de openingstune van Pauw en Witteman – heeft het even geduurd voor hij zijn rol op het theatrale vlak gevonden had.
Peter is de verstrooide van het stel. Jochem: ‘Er is een periode geweest dat het niet de vraag was óf Peter wat was vergeten, maar wát Peter was vergeten. Dat kon gaan van zijn oortjes tot zijn gitaar tot zoiets als een schoen. Hij was hem ook niet verloren, nee, dan was het: “Shit, linkerschoen vergeten.”’
Remco, die het bandlogo op zijn linkerschouder heeft laten tatoeëren, heeft lang gewerkt voor een platenmaatschappij en kent het wereldje van binnenuit. Ooit moest hij overgeven tijdens een concert, vanwege een opkomend griepje in combinatie met verkeerd gevallen boerenkool, maar hij speelde wel gewoon door. ‘Het was goed te timen. Ik heb gedaan alsof ik een drumstok oppakte; slechts een paar mensen hebben het gezien.’
Jochem is de man van de gevatte opmerkingen. Niet zelden wordt een vraag door hem beantwoord met een grap. Echter, als het op de muziek aankomt, is hij serieus. Bij het maken van nieuwe nummers is hij degene die met het meeste vuur voor zijn mening gaat staan.
Roy, die net als Max vader is, is de meest bevlogen spreker van de club; als het gaat over de band beginnen zijn ogen te glimmen. Hij voert het mash-up concept graag door op alle niveaus en dus ook in zijn kleding. Op de voorkant van zijn vest staat Memphis Cats en op de achterkant Stray Maniacs. Het zit hem in de details.
Hoe verschillend de mannen ook zijn, één ding hebben ze in elk geval gemeen. Zodra het gaat over de Memphis Maniacs, worden ze enthousiast. Hoewel het vermaken van het publiek hun grootste drijfveer is, zijn ze ook trots op wat ze maken en de manier waarop ze dat doen. Dat ze daarbij termen gebruiken als ‘concept,’ ‘commercieel’ en ‘product’ wil niet zeggen dat ze er niet vooral gewoon lol in hebben. Remco: ‘Eigenlijk zijn we gewoon zachtaardige kerels bij elkaar die het leuk vinden om los te gaan op het podium.’
De Maniacs zijn onderweg. Langs zalen en festivals met witte tenten. Hoogtepunt dit jaar wordt het grote Memphis Maniacs Mega-Mash-Up Festival in het Klokgebouw te Eindhoven in november, een avondvullende show met prominente gasten. Ondertussen zijn ze druk bezig om voet aan de grond te krijgen in Duitsland. Als dat lukt, is hun kostje voorlopig gekocht. In Zuid-Holland hebben ze in elk geval alvast vrienden voor het leven gemaakt.
Wat: Onderweg met de Memphis Meniacs
Wanneer: juli 2013
Door: Mieke Atema
Foto's: Website & Femke de Schepper (van haar website feesthoppers.nl )
De Memphis Maniacs zijn Maandag 15 juli om 22.00 te beleven op Festival Op 't Eiland