Festival Jazz International Nijmegen (dag 4): het einde!
De vierde en laatste dag van het Festival Jazz International (FJIN) brengt nieuw en oud. Heel erg oud, mag ik wel zeggen, want Lee Konitz (90 jaar!) heeft sinds de veertiger jaren van de vorige eeuw zo’n beetje alle ontwikkelingen in de jazz van nabij meegemaakt en mede vormgegeven. Zondag deed hij voor het eerst in zijn lange leven Nijmegen aan.
Het podium vanavond is dat van LUX. Meer de setting en sfeer van een concertpodium dan van een informeel jazzcafé als Brebl, waar ik de eerste avond met het grandioze Phil’s Music Laboratory heb meegemaakt. Beide hebben hun eigen kwaliteiten. Het geluid en vooral ook de uitlichting van het podium zijn prachtig in de zaal van LUX. En de stoelen zitten ook erg lekker in vergelijking, als ik eerlijk ben.
The Pack Project
Als eerste treedt om half acht The Pack Project aan met contrabassist Thomas Pol als bandleider. Thomas is door het festival gevraagd een band samen te stellen en speciaal voor FJIN nieuwe composities te maken. Om zich hierop te concentreren heeft hij zijn agenda leeggeveegd en zich teruggetrokken op het eiland Terschelling. Een van de nieuwe composities is geïnspireerd op het strand van Terschelling, waar Thomas een paar tamelijk zwijgzame vissers ontmoette. Samen met zijn – voor de gelegenheid samengesteld – kwartet van getalenteerde vrienden, is hij een week voor het festival begonnen om de composities in te studeren. Naast eigen composities spelen ze ook composities van Myrthe van de Weetering en Pithecanthropus Erectus van Charles Mingus.
The Pack Project - © Henk ten Holt
De stukken zijn bedachtzaam, met voor alle muzikanten veel ruimte voor creatieve inbreng. Melodisch en veel in medium tempo. In de improvisaties van piano en vooral trompet laat het kwartet zien fluisterzacht te kunnen spelen, maar ook krachtig en dynamisch uit de hoek te kunnen komen. Thomas Pol laat zijn contrabas mooi zingen met een prachtige volle toon en speelt enkele fraaie intro’s. Drummer Jamie Peet is voortdurend creatief in het telkens anders neerzetten van het ritme en luistert ondertussen goed naar de solisten en stuwt hen in de opbouw van hun solo’s. Joël Botma bouwt zijn solo’s goed op, met een warme toon en interessante ritmische variaties, waar de drummer slim op inspeelt. De ter plekke geïmproviseerde lichtbeelden van Seppe Ovink, op het scherm achter de muzikanten, voegen sfeer toe, al is de relatie met de muziek niet altijd even duidelijk.
Onderdeel van de compositieopdracht aan Thomas Pol was ook: treed uit je comfortzone. Goed om dat dan gewoon te doen, zeker als het je gevraagd wordt, maar het bracht mij als luisteraar ook wel wat uit mijn comfortzone. Ik vraag me een beetje af of het een goed idee is om als festivalorganisatie dat soort opdrachten mee te geven. Ieder zijn rol en competentie zou ik zeggen.
Lee Konitz
Na de pauze treedt Lee Konitz met zijn band aan. Konitz is een van de - in ons land misschien wat minder bekende - groten van de Amerikaanse jazz uit de naoorlogse jaren en eerlijk gezegd kom ik vooral voor hem. Dit is een unieke gelegenheid, en misschien wel de laatste, om zo’n grootheid van de jazz live te horen spelen. Lee Konitz is op 13 oktober 90 jaar geworden en dat hij dan nog tourt mag een wonder heten. Mijn verwachtingen zijn ook weer niet al te hoog gespannen. Ik heb ergens gelezen dat zijn spel nu broos is, wat me doet denken aan de verhalen over Bob Dylan en andere artiesten op leeftijd. Maar het concert stelt me geenszins teleur.
Lee Konitz - © Henk ten Holt
Lee Konitz is duidelijk een ‘character’. Hij doet zich voor als een zeer vergeetachtige, enigszins demente bejaarde, die zelfs de namen van zijn eigen bandleden en de stukken die hij speelt niet meer weet en de band voortdurend om hulp vraagt. Ik weet het niet zeker, maar volgens mij is dit spel. Een vorm van ‘role playing’ tegenover een publiek dat zich bij een muzikant op zo’n hoge leeftijd natuurlijk altijd afvraagt of hij nog wel bij de tijd is. Ik vind het zeer vermakelijk.
Zijn geluid op de altsaxofoon is zeker nog niet broos, maar Konitz maakt bij aanvang direct duidelijk dat hij geen "hundred miles per hour" meer speelt. Hij ging ons relaxen "at forty miles per hour". En dat doet hij, samen met zijn band, in de vorm van prachtig gespeelde klassieke jazzballads als Stella at Starlight en Body and Soul. Ik wist niet dat hij ook zong, maar in minstens drie stukken zingt hij "die-da-die-daaah."
Heb je wel eens een negentigjarige horen zingen? Dat kan technisch beter, dat is wat je broos noemt. Maar het is ook wat ik lef noem en het werkt. Lee Konitz neemt mij mee naar de jazz van zijn jeugd, de gloriejaren van de Amerikaanse jazz. Prachtig en zeer ontroerend.
Getagd onder
-
WatFestival Jazz International Nijmegen: The Pack Project en Lee Konitz
-
WaarLUX Nijmegen
-
Wanneer29 oktober 2017
Henk ten Holt
Heeft een passie voor insecten, fotografie, badminton en dingen die goed smaken. Jazz – wereldmuziek! – en modern klassiek smaken hem momenteel het best maar hij is niet eenkennig. En waarom zou hij?