Terug naar hoofdinhoud

IFFR (deel 2): stierenvechten, lijkwaden en ontbrekende titels

| Peter Verstraten | Column
IFFR (deel 2): stierenvechten, lijkwaden en ontbrekende titels

‘Als je gaat liefhebben wat je eigenlijk haat, dat is cinema,’ zo zei de Catalaanse filmmaker Albert Serra voorafgaand aan de vertoning van zijn Tardes de Soledad (de tip van Ted). ‘Bij film moet je het goede in het slechte vinden, en het slechte in het goede.’ Serra maakt fictiefilms, maar een vriend drong erop aan dat hij zich eens aan een documentaire moest wagen. Alleen als het een extreem onderwerp is waar serieus iets op het spel staat, antwoordde hij, en dat werd stierenvechten in een film die het idee van ‘documentaire’ zo weet op te rekken dat het de meest filmische ervaring tijdens IFFR werd.

Omdat acteurs het beste presteren onder grote druk, zo had Serra bij fictie ervaren, zou de Peruviaanse stierenvechter Andrés Roca Rey die keer op keer in de arena zijn leven in de waagschaal stelt, vast een geweldige performance leveren. Serra mocht alles filmen, er werd hem geen strobreed in de weg gelegd. We zien hoe Roca zich met hulp van een assistent in zijn theatrale kledij hijst (de hoge roze sokken, de strakke broek met alle borduursels en franjes), en de camera toont van dichtbij de choreografie tussen stier en toreador, waarbij deze steeds een pose met een holle rug aanneemt. ‘Heb ik het niet overdreven?’ zo vraagt hij een keer aan zijn entourage.

Uiteindelijk was Roca niet tevreden over de film. Ah, dacht Serra, dat is goed, want een documentaire is het meest geslaagd als die zijn onderwerp ‘verraadt’. Roca vond het jammer dat zijn triomfen geen nadruk krijgen, omdat Serra nooit het publiek toont – nee, want dat waren ‘te normale mensen’, niet interessant genoeg. En Roca vond de film ‘te gewelddadig’. De camera zoomt vaak in op de zwaar hijgende stier, met zijn bebloede rug, tong uit de bek, voordat die weer een aanval inzet. Serra wilde de ‘eenzaamheid’ van de stier vastleggen: de enige die geen weet heeft van de afloop. Als het ten slotte met een zwaard wordt gestoken, zien we steeds hoe het logge beest wankelt en bijna vertraagd omvalt, strijdend tegen het onvermijdelijke.

Als ik een mening zou hebben over stierenvechten, aldus Serra, dan zou ik een boek schrijven. Maar hij wilde dit ‘offerritueel’ zo grafisch mogelijk laten zien: de toewijding van de toreador; het oog van de stier vlak voor het moment van sterven. De documentaire moet je iets laten voelen; het groeit voor de kijker uit tot een fysieke ervaring omdat je je ook bewust wordt van het risico voor de toreador. Twee keer krijgt Roca een opkalefater, en één keer wordt hij keihard tegen de boarding gezwiept. Met een kapotte outfit en bloed op zijn gezicht vervolgt hij de strijd. Na afloop zegt een medewerker: ‘Jij zult altijd geluk hebben, want dat verdien je.’Shroudsjpeg

David Cronenberg

Ook al ligt het beste werk van David Cronenberg al een tijd achter ons, ik blijf hem volgen. Zijn rouwdrama The Shrouds kreeg geen al te positief onthaal in Cannes, dus IFFR is misschien de enige kans om hem te zien. Karsh heeft zijn nog jonge vrouw begraven op zijn door hem beheerde kerkhof. De doden worden er in lijkwaden gewikkeld met een ingebouwde camcorder, zodat je als nabestaande het actuele vergaan van het lichaam via een app kunt volgen. Maar dan komt het project in een kwade geur te staan als er negen graven worden vernield, en de app gehackt blijkt.

Typisch voor Cronenberg speelt hij met het fragiele lichaam: de vrouw van Karsh is mogelijk gebruikt als proefkonijn, met amputaties van lichaamsdelen tot gevolg. En typisch voor Cronenberg is zijn film cultuurpessimistisch. Technologische mogelijkheden keren zich al snel tegen de mens. Zo heeft Karsh een persoonlijke AI assistent, maar die wordt gemanipuleerd door zijn paranoïde schoonbroer, en door diens aandeel doet een heel scala aan samenzweringstheorieën zijn intrede. Die buitelen tegen het einde zo over elkaar heen dat Karsh (en met hem de kijker) vaste grond verliest. Dat is enerzijds weinig bevredigend want alles kan even waar als onwaar zijn, maar anderzijds is het wel een logische en terechte keus om niet met een juiste en overkoepelende paranoiatheorie te eindigen.

Roemeense klassieker en Duits gezinsdrama

Als de gloriejaren van Cronenberg in de jaren tachtig liggen, geldt dat ook voor Stere Gulea met The Moromete Family, een veelgeprezen Roemeense klassieker over Ilie Moromete die op zijn bescheiden boerderij zijn gezin door de interbellum-periode probeert te loodsen. Op IFFR was deel drie te zien als sluitstuk van deze historische familiekroniek, opnieuw gedraaid door Gulea, inmiddels 81 jaar. In het slot van deze trilogie is het 1954 en jongste zoon Niculae is een succesvol schrijver, maar omdat hij niet aan de leiband van de partij loopt, wordt hij als decadent beschouwd. Bovendien heeft hij meegelopen in een demonstratie tegen de collectivisatie van boerderijen, toen hij in zijn geboortedorp op bezoek was. Hoewel in stemmig zwart-wit gefilmd kon The Moromete Family 3: Father and Son niet in de schaduw staan van die film van 37 jaar eerder, vooral omdat de suffe liefdesperikelen van Niculae wat vermoeiend zijn. Het helpt evenmin dat er in de tussenliggende jaren zo veel opwindender films uit Roemenië zijn gekomen.moromete

De Volkskrant had Im Haus meiner Eltern van Tim Ellrich getipt, over de spanningen die de zorg over een schizofrene broer met zich meebrengt. Veel statische scènes, maar desondanks had de film strakker gemogen. Pas tijdens het editen was de keus gemaakt om de in kleur opgenomen film te ontkleuren. Wellicht om die reden was het zwart-wit eindresultaat weinig contrastrijk, maar blijkbaar goed genoeg voor een Special Jury Award in de Tiger competitie. Toevallig zag ik afgelopen week, maar dan in een Utrechts theater, Mijke de Jongs God Only Knows (2019), over twee zussen die zich bekommeren om hun broer die een psychose doormaakt. De vergelijking viel wat mij betreft zonder meer uit in het voordeel van De Jongs film: beter geschreven, beter geacteerd, en vooral met 78 minuten aangenaam compact.

Genrefilms

Zo zie je maar, niet elke IFFR-film kan een voltreffer zijn. Ik zag een punky parodie op Frankenstein over een vrouwelijke grafdelver die zo graag een relatie wil dat ze desnoods de doden herschept. De stijl was net zo bizar als de inhoud, maar de selectie was niettemin te billijken, want stijl en inhoud waren in ieder geval onderscheidend. Het IFFR is er juist voor dit soort dwarse producties die de meningen verdelen.

Maar IFFR hoeft toch geen matige genrefilms te selecteren? Met Aziatische bovennatuurlijke horror hoop je op een nieuwe The Wailing (Na Hong-jin, 2016), maar het Indiase Bokshi, over een trektocht door een jungle, bleek een wat bespottelijke grabbelton vol boze geesten, sjamanistische rituelen, hekserij en angstdromen. Net ietsje beter was de Mexicaanse horror No dejes a los niños solos van Emilio Portes over twee rotbroertjes die alleen thuis worden gelaten, nadat de oppas op het laatste moment heeft afgebeld. Goh, zou deze van elke oorspronkelijkheid gespeende film de boel nog proberen te redden met een verrassend einde? Ja hoor, maar zelfs het ‘verrassende einde’ voelde als een vreselijk cliché (net zoals je bij een Krimi vooraf weet dat de minst waarschijnlijke verdachte de dader is).six jours

De Franse politiethriller Six jours van Juan Carlos Medina over twee aan elkaar gekoppelde kidnappingszaken maakte evenmin de selectie waar. In de drang origineel te zijn, werden de verwikkelingen erg rommelig verteld en chanteerde de speurder een verdachte een niet gepleegde ontvoering te bekennen, omdat deze nooit gestraft was voor een inmiddels verjaarde misdaad. Dat komt wellicht tegemoet aan een gevoel van rechtvaardigheid, maar is ook wat onkies.

Dea Kulumbegashvili en Hong Sangsoo

Zulke mindere (genre)films doen je mijmeren over wat je gehoopt en verwacht had te zien. In mijn geval was dat het abortusdrama April van de Georgische filmmaakster Dea Kulumbegashvili. Haar vorige film Beginning (2020) was geselecteerd voor de corona-editie van IFFR, en later ook voor Previously Unreleased. Misschien was er een banale reden waarom April niet in het programma zat; je mag toch veronderstellen dat men de film niet heeft laten schieten omdat die te ‘zware kost’ biedt. Maar als het goed is, gaat September Film die later dit jaar nog uitbrengen.

Ook zijn sommige ooit vaste gasten uit zicht verdwenen. Zo ontbreekt het werk van de Koreaanse veelfilmer Hong Sang-soo wiens aangenaam kabbelende, aan Éric Rohmer verwante films vroeger werden gedistribueerd door het Arnhemse Contact Film (inmiddels opgeheven). Hong wordt op handen gedragen door internationale critici, maar op het IFFR is zijn werk sinds een paar jaar niet meer te zien, en dat is ronduit een gemis. Ook hier geldt, het zal toch niet zo zijn dat er inhoudelijke redenen zijn waarom de cinema van Hong niet in de selectie zit. Immers, de kwaliteit en reputatie van een filmfestival worden niet alleen bepaald door wat het laat zien, maar ook door wat het laat liggen.