Gebleekt uiterlijk: Het meisje met het rode haar
Toen filmlaboratorium Cineco en dochteronderneming Haghefilm in 2012 failliet gingen, miste Ben Verbong door zijn buitenlandse projecten de oproep om de opgeslagen filmnegatieven op te halen. Tegen de tijd dat de in Tegelen geboren filmmaker informeerde naar zijn oude filmtitels, waren ze onvindbaar. Ze waren mogelijk vernietigd, mogelijk door iemand uit de inboedel opgepikt. Uiteindelijk werd Verbongs debuutfilm Het meisje met het rode haar (1981) in 2025 in een loods ontdekt via een tipgever. Eye Filmmuseum maakte een digitale restauratie die vorig jaar eenmalig ter gelegenheid van de Dodenherdenking werd vertoond. Vanaf donderdag 23 april wordt die opnieuw in de bioscopen uitgebracht, en aanstaande zondag staat die in LUX op het program.
Afgelopen vrijdag was de film over verzetsstrijdster Hannie Schaft overigens al te zien in het Haarlemse filmtheater De Koepel om te herdenken dat ze dan precies 81 jaar geleden is overleden. In De Koepel dat oorspronkelijk een gevangenis was, heeft Schaft korte tijd opgesloten gezeten voordat ze op 17 april 1945 in de duinen wordt geëxecuteerd.
Het meisje met het rode haar is gemaakt in de meest beeldbepalende periode van de Nederlandse oorlogsfilm – die tussen 1977 en 1986. Er is wel geopperd dat de Tweede Wereldoorlog-film het enige ‘echte’ Nederlandse filmgenre uitmaakt, omdat dit genre anders dan de romcom en (neder)horror, tenminste een eigen smoel heeft, en zich voldoende positief onderscheidt van buitenlandse oorlogsfilms. (Van westerns, sciencefiction, noir en dergelijke zijn er in Nederland simpelweg te weinig gefabriceerd om die genres hier überhaupt te noemen).
Toen Theo Maassen in 2012 een korte conference hield bij het Gouden Kalveren-gala van het Nederlands Film Festival zei hij bij het noemen van Süskind van Rudolf van den Berg: ‘Een film over de Tweede Wereldoorlog! Dat er nog nooit eerder iemand op dat idee is gekomen.’ Deze grap stoelt op de wijd verbreide gedachte dat er karrenvrachten Nederlandse oorlogsfilms gemaakt zijn, maar dat valt welbeschouwd reuze mee. Die aanname is het gevolg van het feit dat veel van die titels daadwerkelijk beklijven.
Heroïsche bevrijdingsactie
In de bundel Overal sporen uit 1990 zette Egbert Barten uiteen dat er direct na de bevrijding in 1945 vijf speelfilms werden uitgebracht om tegengas te geven aan de nazipropaganda tijdens de oorlog. Vier van die films gingen over verzetsgroepen en eentje, De dijk is dicht (Anton Koolhaas, 1950), over het herstellen van de oorlogsschade in West-Kapelle, een film die verder is doorspekt met herinneringen aan de tragische bezettingsjaren.
Blijkbaar waren mensen oorlogsellende nadien beu, want het zou maar liefst twaalf jaar duren tot er een volgende speelfilm over de Tweede Wereldoorlog wordt gemaakt: De overval (1962) van de Brit Paul Rotha. Toen Wim Verstappen en Nikolai van der Heyde als filmacademiestudenten een dag mochten komen kijken op de set, hebben ze Rotha alleen maar horen raaskallen. De man was voortdurend dronken vanwege relatieproblemen. Op de eerste draaidag was hij zelfs zo lazarus dat hij in zijn kleedkamer is gebleven. Kees Brusse nam de taken van hem over, en zijn naam staat behalve als acteur ook als ‘dialoog-regie’ bij de begingeneriek.
Met zijn heroïsche bevrijdingsactie van verzetsstrijders uit het huis van bewaring in Leeuwarden haakte De overval aan bij de films van eind jaren veertig, zoals LO-LKP (Max de Haas, 1949) over Landelijke Knokploegen. De overval was met bijna 1,5 miljoen bezoekers een doorslaand succes en terwijl deze in een sobere stijl gedraaide film steunde op een kraakheldere verdeling tussen ‘goed’ (verzet) en ‘fout’ (Duitsers en collaborateurs), gold dat niet voor het door Freddy Heineken gefinancierde meesterwerk Als twee druppels water (Fons Rademakers, 1963), de Nederlandse inzending voor het Cannes-filmfestival dat jaar.
Morele grijstinten
Gebaseerd op de roman De donkere kamer van Damokles (1958) van W.F. Hermans trekt de verfilming van Rademakers de scheidslijn tussen goed en kwaad in twijfel. Hoofdpersoon Ducker (‘met ck’) meent het verzet te helpen met clandestiene acties, maar wordt er van beschuldigd een verrader te zijn. Hij heeft in opdracht van zijn evenbeeld Dorbeck (‘ook met ck’) gehandeld, zo luidt zijn verweer. Bestaat die Dorbeck wel of is Ducker misschien slachtoffer van zijn eigen hersenspinsels? Daarover krijgen we geen uitsluitsel, omdat het slotbeeld met Dorbeck ook een postume hallucinatie kan zijn. De film is prachtig geschoten door Raoul Coutard, in die tijd de vaste cameraman van Jean-Luc Godard. Als twee druppels water is volledig terecht opgenomen in de officiële in 2007 samengestelde canon van de Nederlandse film, die zeer selectief is en uit slechts zestien titels bestaat.
Zoals je De overval en Als twee druppels water als twee verschillende zijden van een medaille kunt zien, zo geldt dat ook voor de eerstvolgende speelfilms over de oorlog die nadien gemaakt zijn: Soldaat van Oranje (Paul Verhoeven, 1977) en het eveneens geweldige Pastorale 1943 (Wim Verstappen, 1978), de laatste op basis van de gelijknamige roman van Simon Vestdijk. Bij Verhoeven wordt de oorlog vooral een spannend jongensavontuur, waarbij Erik als held wordt onthaald, die maar al te goed beseft dat het hem net zo onfortuinlijk had kunnen vergaan als de meeste van zijn vrienden. Had hij Duitse familie gehad, dan had hij misschien, net als Alex, voor de NSB gekozen. Had hij een joods vriendinnetje gehad, dan was hij misschien, net als Robbie, gechanteerd om verrader te spelen, enzovoorts. Soldaat van Oranje valt echter ook op omdat veel van de Duitse bezetters zo ‘gewoon’ zijn: als ze een ijsje kopen, zijn ze aardig genoeg om een fooi te geven.
Stoethaspels
Als Soldaat van Oranje morele grijstinten bevat, dan benadrukt Pastorale 1943 dat zo ongeveer alle personages stoethaspels zijn. Kruidenier Poerstamper heult als NSB’er met de Duitsers, maar alleen al de gedachte dat hij onderduikers gaat verklikken, brengt hem aan de schijterij. Wanneer een nabijgelegen boerderij als schuiladres verraden wordt, neemt het verzet voetstoots aan dat Poerstamper hiervoor verantwoordelijk is. Ze bereiden een uiterst amateuristische wraakactie voor, gesymboliseerd door de afhangende plaksnor van Leen Jongewaard. Eén van de verzetslieden, van Duitse komaf, wordt later uit de bajes gered dankzij een ingreep van zijn broer die onder de nazi’s dient, ook al is deze broer August (Rutger Hauer) ervan overtuigd voor een ‘verloren zaak’ te strijden.
Het is pas na die vier, over zestien jaar verspreide, topstukken dat er tussen 1980 en 1986 maar liefst negen oorlogsfilms worden gemaakt, waaronder Charlotte (Frans Weisz, 1981) en het Oscar-winnende De aanslag (Fons Rademakers, 1986). Door deze ruime oogst ontstaat het idee dat Nederland bij de vleet Tweede Wereldoorlog-films voortbrengt. Na 1986 zal het jaarlijkse gemiddelde echter drastisch dalen. Het zijn nu eerder incidentele titels, zoals De bunker (Gerard Soeteman, 1992) en Voor een verloren soldaat (Roeland Kerbosch, 1993) in de jaren negentig; De tweeling (Ben Sombogaart, 2002), Zwartboek (Paul Verhoeven, 2006) en Oorlogswinter (Martin Koolhoven, 2008) in de jaren 2000; Süskind (Rudolf van den Berg, 2012), Het bombardement (Ate de Jong, 2012), Riphagen (Pieter Kuijpers, 2016) en Bankier van het Verzet (Joram Lürsen, 2018) in de jaren 2010; De slag om de Schelde (Matthijs van Heijningen, jr., 2021) en Het verloren transport (Saskia Diesing, 2022) in de jaren 2020.
Monochroom kleurgebruik
Het meisje met het rode haar, gemaakt in die piekperiode, is gebaseerd op de gelijknamige biografische roman uit 1956 van Theun de Vries. De film speelt zich voornamelijk af ten tijde van de bittere Hongerwinter van 1944-45, en die sombere setting bepaalt het gebleekte uiterlijk van de film, een idee dat de makers volgens Barten hebben ontleend aan Una giornata particolare (Ettore Scola, 1977). Door het monochrome kleurgebruik, zo stelde cameraman Theo van de Sande, zal Hannies rode haar net wat meer accent krijgen. Het landschap is kaal en kleurloos; bomen zijn zonder bladeren en het sneeuwt en regent in veel scènes. Het verhaal voltrekt zich tegen de achtergrond van een desolaat platteland.
In haar studie Images of Dutch Occupation (2018) stelt Wendy Burke dat de grauwheid van de omgeving een spiegel vormt voor de narigheid die de personages in die hongerwinter ervaren. Verbongs film toont in het begin Hannies moed om haar rechtenstudie af te breken omdat naar haar idee actie vereist is. Als Hannie haar eerste liquidatie op een verrader heeft uitgevoerd, leest haar vader erover in de krant, zonder dat hij weet van Hannies betrokkenheid. Haar vader foetert, want dit soort acties zal alleen maar leiden tot nog meer represailles door de Duitsers.
Deze scène markeert Hannies overgang van haar familie naar de verzetsgroep. Als belangrijk pluspunt van Verbongs film noemt Burke de vriendschap die Hannie opbouwt met An, wier herinnering direct na de bevrijding het verhaal als een lange flashback in gang zet. Via hun band wordt voor het eerst in een Nederlandse oorlogsfilm een substantieel aandeel van vrouwen in het verzet zichtbaar, ook al betreurt Burke het dat alle verzetsmannen als geharde kerels worden gerepresenteerd, terwijl Hannie bij tijd en wijle emotioneel labiel is. Pas na een beslissend voorval zal zij meedogenlozer opereren.
Krant De Waarheid
Het is onderwerp van debat geworden of Verbongs film niet te zeer is ‘gedepolitiseerd’. Hannie was lid van een expliciet communistische verzetsgroep, en deze ideologische achtergrond wordt in de roman van De Vries voortdurend beklemtoond. Hannie wordt opgepakt omdat ze per fiets de communistische krant De Waarheid rondbrengt, maar in de film wordt enkel zichtbaar dat ze illegale bladen verspreidt.
Is Verbong te kleurloos of te laf om haar achtergrond te benoemen, zo vraagt Barten zich af. Of moeten we het mogelijk als een signaal van de tijd opvatten? In De aanslag zit een scène waarin eind jaren zestig een veteraan wordt begraven. Tijdens de koffietafel ontstaat een verwoede discussie: oud-verzetsstrijder Jaap sympathiseert nog immer met de communisten, maar voor de vader van Saskia hebben ze helemaal afgedaan. In een tijd na de terreur van Stalin en Mao wordt in Verbongs Het meisje met het rode haar niet alleen Hannies zwarte kleurspoeling uitgewassen, maar worden ook communistische vlekken verwijderd.