Duurzame stadscultuur
De Ugenda-website gaat over cultuur in Nijmegen en omstreken, dus ik moet me inhouden. Waar we in vredesnaam die Green Capital-titel aan te danken hebben, het kan alleen maar verwonderen. En over die Wondertuin zijn we nu ook wel met zijn allen uitgelachen. Laten we er vooral iets positief uit proberen te halen.
Tenminste, lachen… een voorstelling met een zware dieselhijskraan ter opleuking van een beursje over duurzaamheid, wat een kansloos idee, eigenlijk. Een beursje dat naar verluidt over de vier ton mocht kosten, voor een jaar dat 2,5 miljoen gaat kosten. Subsidiejagers verzamelt u, er is weer wat te halen op het gemeentehuis!
En toen ging de voorstelling met die kraan dus niet door. Omdat de grond van het plein van het Kelfkensbos de kraan niet kon dragen. Welke oetepetoet ter gemeente heeft er dan een vergunning voor afgegeven? Alsof er, door de kermis en de markt en allerlei bouwactiviteiten, niet tot op de laatste pondjes bekend is wat die bestrating daar kan verdragen. Het is toch wel allemaal volgens de regels gegaan? Hadden we maar een krant in onze stad met een redactie die haar vak verstaat, dan was het lijk allang bovengekomen. Nu vinden we het alleen maar ‘jammer’. Jammer.
En dan die naam… Wondertuin. Uiteraard zag ik het meteen op veel plaatsen verhaspeld tot Wintertuin, dat literaire festival dat we al jaren in deze stad hebben en zich nu uitbreidt over de provincie en dus een gevestigd begrip is. Hoe haal je het in je hoofd om zo’n naam te kiezen? Wat een parasitaire gedachte!
Nee, ik wind me niet op. Dus ook niet over de vraag hoe Nijmegen ooit Green Capital of Europe heeft kunnen worden. Ik kan alleen in Nederland zo vijf steden opsommen die de titel meer verdienen. Wegens gasloze wijken. Wegens energiearme overheidsgebouwen. Wegens lightrailinitiatieven. Wegens weren van oude diesels uit het centrum. Wegens ambities om in 2050 energieneutraal te zijn. Als stad, hè! Niet als lokale afvalverwerker die er eindelijk ook achtergekomen is dat afval grondstof is. Ook niet als supergoedbedoelende tassen-, rokjes- of kastenmaker die van wat wij vroeger op de kleuterschool ‘waardeloos materiaal’ noemden weer iets fijn nieuws weet te maken (alle respect en vaak mooi spul, overigens).
Goed. Genoeg te lachen. Er komen verkiezingen. En wij zijn de ‘duurzaamste stad’ van Europa. Zullen we even naar cultuur kijken? In veel steden worden oude industriële panden met behoud van hun authentieke uiterlijk duurzaam gerenoveerd. Ik noem een Cacaofabriek in Helmond, een tramremise in Amsterdam-West, een Eek Village in Eindhoven (en nog veel meer op de Strijp), een… eigenlijk overal in Nederland. Maar bij ons staat de Honig in te storten en CO2 te verstoken. Dat geldt ook voor De Vasim en aanpalende panden. Prachtige ruimten die een miljoentje of tien per pand nodig hebben om duurzaam te worden. Wie van de politieke partijen kopt deze even in?
We kunnen wel feestjes bouwen en onszelf feliciteren, maar duurzaam zijn is duurzaam doen en dan bedoel ik niet de burgemeester een gerecyclede ketting om te hangen (is gebeurd!), maar een ketting van duurzaamheid bouwen. En dan mag Havanna aan de Waal het niet allemaal aan de burgers overlaten: afval scheiden, leg eens een zonnepaneeltje op je dak, eitjes niet te lang koken, verbouw je eigen groenten. Dat zijn druppels op roodgloeiende platen. We krijgen een park aan de Waalkade. Zijn we tevreden met wat groen erbij en bredere terrassen? Of kunnen we iets met kassen, warmteopwekking, stadsdieren misschien? Spreek er uw favoriete politieke partij op aan: wat gaan zij doen om onze stad echt die titel, ik zeg op zijn vroegst over een jaar of tien, waard te laten zijn?