Skip to main content

O42 of: hoe studentencultuur verdween

| Jan Maurits Schouten | Woord
O42 of: hoe studentencultuur verdween

Wilfried Uitterhoeve schreef een supercompact en zeer overzichtelijk boekje over het ontstaan, de opkomst en jarenlange ondergang van wat er zich allemaal aan studentencultuur afspeelde in het pand aan Oranjesingel 42. Over details zullen zich vast wel mensen opwinden. Dat cultuur niet meer van studenten komt is de conclusie.

Koetsjes die af- en aan ratelden om wufte heren af te leveren die zich gedurende lange nachten, zonder damesgezelschap (in ieder geval dames van het nette, studentikoze soort) aan drankgelagen overgaven, alles onder toeziend en soms afkeurend oog van de begeleidende priester ofwel de universiteitsvoorzitter. Duizenden studenten die er in een grote zaal, voorzien van een balkonachtige ballustrade, hun spaarzame duiten uitgaven aan een voedzame maaltijd uit de mensakeuken. Stadsdebatten, jazzconcerten van internationale allure, een rockcafé met toffe bands, een drukkerij, een studentenkrant, homo-emancipatiefeesten. En tenslotte: een filmhuis, een restaurant, een plek om moderne dans en vlakkevloertheater te bekijken. De gemeente die aan invloed wint, De Gelderlander die zich opwindt, de structurele verliezen, het bijpassen, de vluchten naar voren… En dan… een machtspel, grootschalig schuiven met gelden en ruimten, een bestuur dat zich opheft en het einde van O42. Het staat allemaal vrij duidelijk, steeds met naam en toenaam, opgeschreven in ‘Oranjesingel 42’, een boekje dat Wilfried Uitterhoeve schreef en door Uitgeverij Vantilt wordt uitgegeven.

Grappig als je er niet te dichtbij zat

Ik ken meer boeken over culturele panden. Over Doornroosje verscheen er één en ik ken er bijvoorbeeld ook één over het Burgerweeshuis in Deventer. Meestal zijn het gedenkboeken die periodes proberen op te roepen, die beschrijven hoe tof het er was en wie er belangrijk was. Oranjesingel 42 lijkt daar op, maar is toch anders. Omdat het toch een kroniek is van een aangekondigde dood: het loopt niet goed af en dat werpt zijn schaduw vooruit. En Uitterhoeve noemt ook namen van mensen die in de ogen van veel anderen geen beste rol hebben gespeeld, sterker nog, wier bloed nog door menigeen gedronken wordt. Grappig genoeg voor degenen, zoals ik, die veel van die namen kennen maar ook weer niet zó dicht op al het gebakkelei hebben gezeten, doet Uitterhoeve dat op een heel neutrale toon en wijst hij zwakten aan bij mensen maar veroordeelt ze niet.

Het pand werd steeds irrelevanter

Dan heb je het boekje dichtgeslagen, na het nog eens bekeken te hebben van de alleraardigste foto’s, affiches en plattegronden, en wat rest er dan? Natuurlijk heel veel dat niet gezegd is. Zoals de ongeveer gelijktijdige teloorgang van Diogenes (wat wel wordt aangeduid), maar ook het ontstaan van talloze studenteninitiatieven op de campus, met name AKKU en Algemeen Nijmeegs Studentenblad, plus talloze studentenverenigingen. Dat er, kortom, een heel studentenleven búiten O42 ontstond en het pand daardoor steeds irrelevanter werd voor de universiteit en dus voor suikeroom SNUF/STEG (wat heeft Paul Tummers toch lang daar aan het roer gezeten en tonnen geld en stenen heen en weer geschoven!), dat blijft nogal onderbelicht.

De studentendrive zat er niet meer achter

Wat wel heel duidelijk wordt, is dat de invloed van studenten op het debat en op de cultuur in de stad allengs verloren ging. Mede door professionalisering: de horeca, maar ook het filmhuis, de jazz-programmering, de pop-programmering, wat ontstond in de studentencultuur werd opgepakt door betaalde krachten en vrijwilligers en kwam in meer maatschappelijk vaarwater. Waar het in het boek veel gaat over de afstand tussen de studenten en de stadsbewoners (die klaagden over het sociëteitsgebral en vooral lange tijd geen voet over de drempel zetten van het studentenhol), zie je tegelijk ook hoe de universitaire gemeenschap in dit culturele centrum acties coördineerde, festivals organiseerde en stadsdebatten organiseerde. En dat is allemaal weg. Ik zeg niet dat die dingen niet meer gedaan worden, ik zeg dat de studentendrive, de kracht van de universitaire gemeenschap er niet meer achter steekt. En dat is best iets om over te peinzen na het dichtslaan van dit boek.