Theatervoorstelling Revolusi is springlevend!
Maandag 10 oktober gaf David van Reybrouck een college in De Vereeniging over de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië. Een uitgelezen kans voor iedereen die behoefte heeft aan enige context maar geen tijd heeft voor het, meer dan 500 pagina’s tellende, boek Revolusi. En voor diegene die beseft dat kennis hem of haar verder brengt, zowel zakelijk als privé.
Dubbelbloed
De grote zaal van De Vereeniging is voor de helft gevuld. Onder het publiek bevindt zich een groot aantal bezoekers met een persoonlijke binding met voormalig Nederlands-Indië. Ik ben een van de vele Nederlanders die een band heeft met Indonesië. Mijn opa vertrok als militair in 1922 naar Nederlands-Indië. Daar leerde hij mijn oma, dochter uit een gemengd huwelijk en geboren en getogen in Nederlands-Indië, kennen. In 1951 keerde hij samen met mijn oma, mijn moeder, twee tantes en twee ooms, met de boot terug naar Nederland. Een goede vriend, met Indische wortels, zit ook in de zaal, samen met zijn zoon en een neef. Er is duidelijk veel dubbelbloed aanwezig in de zaal, zoals de dagvoorzitter van het Haagsch College zichzelf introduceert. “Dubbelbloed klinkt sympathieker dan halfbloed” zegt ze.
Het beeldmateriaal op het grote scherm roept veel herkenning op bij mijn moeder, die in Batavia is geboren. Ik herken sommige beelden ook uit familiefotoalbums. Naast de algemeen bekende beelden van het koloniale leven in Nederlands-Indië toont Van Reybrouck ook de gruwelijke beelden uit de geschiedenis. Die komen bij ons niet voor in het familiealbum en maken dan ook veel indruk. Ik realiseer me hoe weinig ik er eigenlijk vanaf weet.
Comprimeren
Van Reybrouck heeft 6 jaar onderzoek gedaan naar de geschiedenis en de dekolonisatie van Nederlands-Indië. In 2020 werd zijn boek hierover, dat de titel Revolusi draagt, voor het eerst uitgegeven. Een logisch vervolg op het boek Congo, een geschiedenis dat in 2010 werd uitgegeven en waarmee de Belgische cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver veel bekendheid en succes vergaarde en waarvoor hij onder andere de Libris Geschiedenisprijs 2010 en de AKO Literatuurprijs 2010 kreeg.
In dit college behandelt Van Reybrouck meer dan 400 jaar geschiedenis. Hij laat zien hoe de Nederlandse expansie in Zuidoost-Azië in 1605 begon met een handelspost in Ambon en hoe de kolonie groeide, met telkens puzzelstukjes erbij, tot het in 1914 het hele gebied bestreek wat nu Indonesië is. De feiten vliegen ons dan ook ‘om de oren’. Het is indrukwekkend hoe hij 6 jaar onderzoek weet samen te vatten, eerst in een boek van 500 pagina’s, daarna in een 5-delige podcast van 475 minuten, vervolgens in een 3-delige documentaire van 2,5 uur en nu in een college van 1,5 uur. Kenmerkend voor deze tijd; we willen snel en veel informatie tot ons kunnen nemen. Vanavond worden we op onze wenken bediend. David doet dat met verve en zo nu en dan een kwinkslag tussendoor, om het enigszins luchtig en verteerbaar te houden. Bij een foto waarop soldaten “piepers jassen” kan deze Belgische historicus het niet nalaten hier een grapje over te maken. Evenals het feit dat Willem Barentz via de noordkant Azië wilde bereiken en over een zee voer die toevallig zijn naam draagt. De geestigheid van Van Reybrouck maakt het college leerzaam en leuk om naar te luisteren.
Handel, cultuurstelsel en vrijheid
Van Reybrouck legt op vele vlakken een, voor mij nieuw, verband. Toen België zich in 1830 afscheidde van Nederland, miste ons land belangrijke inkomsten. Die moesten dan maar uit Nederlands-Indië komen. De handelsgeest(drift) van Nederland voert telkens de boventoon.
Hij licht toe dat medio 19e eeuw een derde van de Nederlandse staatsinkomsten kwam via het cultuurstelsel. Dit onrecht inspireerde Eduard Douwes Dekker om onder het pseudoniem Multatuli de Max Havelaar te schrijven, hetgeen het einde inluidde van dit stelsel. Maar niet van het kolonialisme.
Nederland beschouwde het bezit van de kolonie als volstrekt vanzelfsprekend. Zelfs na de Tweede Wereldoorlog besefte het bevrijde Nederland niet dat haar mooiste kolonie ook wel vrij zou willen zijn. Twee dagen na de capitulatie van Japan op 15 augustus 1945 en zonder medeweten van Nederland verklaarde Soekarno Indonesië onafhankelijk. Een Republiek die door Nederland niet erkend werd, waartegen gestreden werd en waarmee onderhandeld moest worden.

Linggajati
Het meest constructief waren volgens Van Reybrouck de onderhandelingen die geleid hebben tot het Akkoord van Linggajati. Ze begonnen in oktober 1946 in Jakarta. Hoofdonderhandelaar voor Nederland was Willem Schermerhorn en voor Indonesië Soetan Sjarir. Er groeide begrip en zelfs waardering, waardoor na nog geen twee weken besloten kon worden tot een wapenstilstand. Naarmate de twee delegaties nader tot elkaar kwamen, groeide begrip en vertrouwen. Ze zijn een voorbeeld hoe vredesbesprekingen tot een voor beide kanten bevredigend resultaat kunnen leiden. Begin november 1946 was de tijd rijp voor de formele en diplomatieke onderhandelingen. Daartoe moest een neutrale plek gevonden worden en dat werd het dorpje Linggajati. Een mooie koloniale villa met grote tuin werd gekozen als plaats van samenkomst. Het Akkoord van Linggajati werd gesloten op 15 november 1946. Het behelsde kortweg een Verenigde Staten van Indonesië.
"De geschiedenis had hier kunnen eindigen," zegt Van Reybrouck. Maar het liep anders. Toen Schermerhorn weer in Nederland aankwam, moest hij veel uitleggen en kon hij niet verhinderen dat Nederland extra eisen en voorwaarden ging stellen. Door de Nederlandse aanpassingen was het Akkoord van Linggajati niet meer een verdrag tussen twee gelijkwaardige partners, en dat was tegen het zere been van Indonesië. Geweld was het gevolg, veel geweld. De kans op een harmonieuze dekolonisatie was verkeken.
Het Akkoord van Linggajati is van grote betekenis in de geschiedenis. De onderhandelingen die daartoe geleid hadden, waren uniek. Het was voor het eerst dat de kolonisator en de gekoloniseerde met elkaar spraken op voet van gelijkheid.
De rol van de Verenigde Staten
Na jaren van (burger)oorlog, onrust, geweld, hongersnood en andere ontberingen werd er, op aandringen van de Verenigde Staten, tijdens de 4e onderhandelingen, een akkoord bereikt over de onafhankelijkheid van Indonesië. De VS speelden hier een belangrijke rol in en Van Reybrouck legt uit waarom. De belangen van de VS kwamen voort uit het opkomende communisme in verschillende delen van de wereld. Na bemoeienis van de VS liet Nederland Indonesië politiek zo goed als los, maar economisch stelde Nederland zich, in de tijd van de wederopbouw, zeer hard op. Alle vergunningen en concessies die Nederlandse ondernemingen genoten, bleven onverminderd van kracht, zodat ze de lege schatkist in Den Haag konden helpen vullen. Daarnaast moest Indonesië alle schulden overnemen van Nederlands-Indië. "Zij hebben producten, die dollars kunnen opbrengen, wij niet," zei minister-President Drees. Dat was waar, maar hij leek te vergeten dat Nederland drieënhalve eeuw had geprofiteerd van die producten. Hij was zo bezig met de uitbouw van de naoorlogse verzorgingsstaat in Nederland dat hij in zijn zoektocht naar middelen vergat dat Indonesië al zeer ruim had bijgedragen. Zoals slaven die in de 19e eeuw hun eigenaar moesten betalen voor hun vrijlating, zo moest Indonesië nu zichzelf vrijkopen. Voor 6,3 miljard gulden! Een voor die tijd astronomisch bedrag. In dat bedrag waren zelfs de kosten verrekend van de pas gevoerde dekolonisatieoorlog. Of de kolonie nog maar even de factuur van de politionele acties wilde vereffenen. De Republiek weigerde te betalen voor de oorlog die zoveel van haar eigen landgenoten had vermoord of verminkt, en terecht. Ook hierin speelde de VS een beslissende rol: Cochran stelde voor de militaire uitgaven te schrappen en het bedrag met 2 miljard te verlagen. Soekarno heeft nog jarenlang 4,3 miljard gulden afgedragen aan de Nederlandse staat.
Toekomst
Kolonisatie is heden ten dage nog steeds zichtbaar. Van Reybrouck duidt dit aan de hand van de wereldkaart, die hij een jaar geleden zag, met daarop de grootste vervuilers in de wereld (het noordelijk halfrond) en de landen die er het meest de dupe van zijn en de rekening betalen (het zuidelijk halfrond). Dat doet denken aan de verschillen tussen dek 1, 2 en 3 op de pakketboot.
Nabeschouwing
Van Reybrouck heeft mij en mijn ouders veel nieuwe informatie en inzichten verschaft, waar we met familie zeker nog over door zullen praten. We vonden het een leerzaam en interessant college. Hij heeft ons 1,5 uur kunnen boeien en bij de les gehouden. Na afloop was er nog een signeersessie en aangezien ik mijn boek vergeten was mee te nemen, ben ik snel op de fiets gesprongen om dit thuis op te halen. Nu ben ik dus de gelukkige bezitter van een gesigneerd exemplaar, waarin ik alles nog eens rustig na kan lezen en ik hoop dat mijn kinderen het ook nog eens willen lezen.
Na dit college besef ik nog meer dat mijn familie van moeders kant roerige tijden heeft gekend in Nederlands-Indië en we deel uitmaken van een bijzondere geschiedenis. Mijn opa en oma bevonden zich in aanvang in een gesegregeerde samenleving, naar ik aanneem op dek 1. Hoe hebben zij dat beleefd? Waren ze zich ervan bewust en hoe gingen ze om met de ongelijkheid? Ik zal het misschien nooit weten, want ik kan het mijn opa en oma niet meer vragen en mijn oom was nog maar een klein kind.
Ook besef ik dat het systeem, waarin we al eeuwen handel drijven in de wereld, kenmerken heeft van kolonisatie. Ik maak me dan ook zorgen over de toekomst. Wat leren we van onze geschiedenis?
Wist je dat?
- Indonesië het op vier na grootste land ter wereld is?
- Indonesië de meeste burgerslachtoffers ter wereld kent?
- De koloniale samenleving werd gekenmerkt door een driedeling tussen verschillende rassen en klassen en het verschil tussen dek 1, 2 en 3 op de pakketboot hiervoor een duidelijke metafoor is?
- De aanval op Pearl Harbour voor Japan van belang was om vrij baan te krijgen naar de oliebronnen van Indonesië?
- Kolonisatie nog niet tot het verleden behoort?
-
WaarLezing Revolusi in De Vereeniging