Ontmoeting met stadsdichter Heidi Koren
Ik ontmoette stadsdichteres Heidi Koren zaterdag 12 augustus in het Poëziecentrum Nederland, waar ze met Wim van Til in gesprek ging over haar dichterschap. Het werd een inspirerende middag. Thuisgekomen las ik het gedicht met de titel Als de Russen komen, in haar bundel Gedachten over een mogelijk einde. Het raakte me en ik wilde meer over deze stadsdichteres weten. Aanleiding voor een gesprek met haar.
Zesentwintig jaar nadat ze in Nijmegen was komen wonen werd Heidi in 2021 benoemd tot stadsdichteres. Ze vertelt dat ze in haar jeugd in Twente woonde. Ze werd verliefd op de stad Nijmegen, na een bezoek aan een goede vriendin die hier verbleef. De combinatie van de prachtige natuur in deze omgeving, samen met het stedelijke, trok haar meteen aan. Hier ontwikkelde ze haar schrijfkunst.
Start in de Corona-epidemie
Toen ze in 2021 als stadsdichter begon, was de corona-epidemie al uitgebroken – coronaregels, veel zaken waren dicht. Een moeilijke start van haar stadsdichterschap dus. De stilte die ze toen ervaarde omschrijft ze in het gedicht Deze stad laat zich niet verlaten, met als laatste passage: “De stilte kan niet veel langer volharden en deze stad laat zich niet verlaten houdt slechts haar adem in zal weer uitblazen longen volzuigen en dan een vreugdekreet slaan.”
Zestien stadsgedichten, zeven gedichten bij eenzame uitvaarten en eenendertig gedichten in opdracht heeft ze intussen geschreven – scrol maar eens door de pagina’s met haar gedichten, dan krijg je al een goede indruk van haar werk.
Gedichten over omgang met vluchtelingen
De gedichten Hier is wat we doen en Diep in de bossen bij Nijmegen gaan over onze omgang met vluchtelingen. Ze spreekt zich niet uit over het politieke dilemma, maar met een summier aantal woorden beschrijft ze de menselijke tragedie achter de problematiek.
Zo vertelt ze dat het gedicht Diep in de Bossen bij Nijmegen tot stand kwam nadat ze samen met filmmaker Frank Kouws een kijkje was gaan nemen op het terrein in Heumensoord. De confrontatie met de opvanglocatie maakte diepe indruk op haar. Met woorden als barakken en luchtalarm roept ze associaties op die je zeker voelt bij het zien van de locatie.
In het gedicht Kijk om neemt ze de diversiteit van de bevolking in Nijmegen onder de loep met precieze cijfers. Het is een bijna demografisch gedicht, met het aantal inwoners van de stad en het aantal landen waaruit die inwoners komen. Ze zegt er bijna verontschuldigend bij: “Dit bewijst: de echte Nijmegenaar bestaat niet”.
Gedichten voor Eenzame Uitvaarten
Een van de meest verrijkende ervaringen tijdens haar stadsdichterschap is het schrijven van gedichten voor “Eenzame Uitvaarten”. Dit zijn de laatste afscheidsmomenten van overledenen die geen nabestaanden of andere aanwezigen hebben om hun uitvaart bij te wonen. Heidi moest het dan stellen met minimale informatie over de overleden persoon. Ze bezocht daartoe de begrafenis, sprak met de uitvaartondernemer en met ambtenaren die de uitvaart van gemeentewege hadden geregeld. Schrijnend beschrijft ze de ervaring iemand te begraven terwijl er geen of hooguit een of twee personen bij aanwezig zijn. Het gaat tenslotte om een mens, vaak door de omgeving al lang vergeten, met een levensverhaal waarin veel dingen zijn misgegaan of triest zijn geëindigd. 
Dicht bij mensen en actualiteit
Ik lees uit de gedichten van Heidi haar plezier in spelen met taal. Ze is een hedendaags poëet, wat blijkt uit haar moderne taalgebruik. Woorden als “tinder” of “bammetje” schuwt ze niet. Zoals ik het zie gebruikt ze dergelijke woorden om maatschappelijke tendensen versterkt te weerspiegelen in een gedicht. Zo staat ze, mede door de onderwerpkeuze van haar gedichten, dichtbij mensen en de (Nijmeegse) actualiteit.
Poëziefilms
Haar stadsgedichten worden door filmmaker Frank Kouws omgetoverd tot Poëziefilms. Een van hun poëziefilms, Ode aan een eiland, is dit najaar te zien op het Poëziefilmfestival in Zutphen. Bekijk alle films op haar website heidikoren.nl, ze zijn de moeite waard!
Wegbereider
In haar rol als stadsdichter ging het Heidi er niet alleen om haar eigen verwachtingen waar te maken, maar wilde ze ook de weg bereiden voor toekomstige stadsdichters om hun werk beter te kunnen doen.
Zo wilde ze bredere bekendheid geven aan het fenomeen stadsdichter, dat in 2005 begon met de eerste stadsdichter van Nijmegen Merijn Hilte. Met hulp van de gemeente Nijmegen heeft ze de website stadsdichternijmegen.nl opgericht, waarop alle gedichten van Heidi en de stadsdichters uit voorgaande jaren te lezen zijn. Een prachtig initiatief!
Ook heeft ze haar bijdrage aan de Poëzieplaats de Gruitberg geleverd, Het oorspronkelijke idee is van de stadsdichter uit de periode 2017-2019 Amal Karam. Op de muren van de binnenplaats in het centrum van Nijmegen zijn gedichten te lezen van alle Nijmeegse stadsdichters, zoals Victor Vroomkoning, Frouke Arns en Heidi’s voorganger Wout Waanders.
Naast haar stadsdichterschap heeft ze het kunsteducatieproject Iets met veren opgezet, dat onder meer lessen biedt rondom het thema “227 bruggen in Nijmegen”. Daarnaast heeft ze onderzoek gedaan naar schrijven als kunstvak waarbij ze de rol van poëzie in het primair onderwijs onder de loep nam.
Meer informatie over de uitkomsten van haar onderzoek en haar plannen hiermee is te vinden op haar website. Het was een volle agenda! Ze verheugt zich nu al op de tijd die vrijkomt om los van het stadsdichterschap te kunnen gaan opereren.
Afronding nadert
Terugkijkend vanaf het begin van haar rol als stadsdichter is ze tevreden dat ze veel van haar doelen heeft kunnen waarmaken. Het stokje van het stadsdichterschap draagt ze in januari 2024 over. Het is nog niet bekend wie de volgende stadsdichter wordt.
|
Meer weten over de dichteres Heidi Koren en haar gedichten, poëziefilms en projecten? Zie de volgende websites: |